Charlotte: Pijn

column

charlotte spens

Pijn

Hier ben ik weer. In die bekende gebroken staat. M’n hoofd spat uiteen van verstopte tranen en scherven vliegen in het rond. Ik ben kortademig en rol onderuit met mijn armen gekruist. Ik vermijd zijn blik. Kijk naar het plafond. Dan naar een stoel. Ik slik. Dan kijk ik naar zijn broek. Krab aan een restje weet ik veel wat aan zijn knie kleeft. Dan kijk ik naar hem.

“Wat wil je dat ik zeg?”, vraag ik na minuten stilte.

“Ik weet het niet. Ik heb niet echt nagedacht over hoe het verder moet. Het enige wat ik weet, is dat ik nu vrijgezel wil zijn.”

En dat bedoelt hij in alle hoogtes en laagtes. Rondneuken inclusief. En hypocriet genoeg, begrijp ik hem. 

Niet dat we een relatie hadden. We waren maar aan het daten. En het kwetst me niet zozeer dat hij vrijheid nastreeft. Wat moet je anders na een lange relatie die in giftige staat eindigde? Het kwetst mij niet zozeer dat hij me niet tof genoeg vond om het te proberen. Maar wat mij het hardst kwetst, is dat hij me zag op een manier die niemand zag, en vooral: dat hij me kende. 

Het verdriet doet me beseffen dat ik geen energie meer over heb om iemand te leren kennen. Geen fut meer om te vertellen wat mijn lievelingsfilm is, dat ik geen koriander moet en dat ik Marissa Nadler luister in bad. Of dat ik van kleins af aan geloofde dat mijn billen "bollekes" heetten. 

En bij deze is alles gezegd in deze columns wat over liefde en leed en seks en relaties gezegd kan worden. Ik gebruikte en werd gebruikt. Ik had lief en haatte. Ik deed pijn en leed pijn. En jullie lazen het allemaal. Wat blijkt? Liefde is vaak meer pijn dan liefde. Dus. Wat nu?