Vier insidertips voor je reis naar Canada

Jacotte tipt

Jacotte Brokken

Jacotte tipt: Oost-Canada

Reporter Jacotte is geboren met een onstilbare 'wanderlust'. Eens in de zoveel tijd verklapt ze haar favoriete bestemmingen. Deze week: Oost-Canada. 

1. Niet te missen: Montmorency Falls

Naast trekpleisters als Montréal en Toronto vind je in Oost-Canada ook het zeer Europees aandoende Québec. In deze stad waan je je de helft van de tijd in Brugge: zonder romantische boottochtjes en kantwinkels maar wel met overpriced pannenkoekenhuisjes, fotograferende Japanners en luide Amerikanen.

Tot overmaat van ramp spreken ze hier een Frans waar zo mogelijk nog meer haar op staat dan op het jouwe. Maak je dan ook zo snel mogelijk uit de voeten en bezoek de hidden gem vlakbij Québec: de Montmorency Falls.

Niet alleen is deze waterval 27 meter hoger dan de Niagarawatervallen, je kan ze ook oversteken met een hangbrug of - voor de echte durvers - met een zipline! Hoogtevrees? Dan kan je ook gewoon aan de voet van de waterval genieten van het 'spetterende' uitzicht (see what I did there?). 

2. Pas op voor: Clifton Hill, de heuvel des onheils

Montmorency Falls of niet, Niagara Falls hoort uiteraard ook op je planning. De Niagarawatervallen bestaan uit drie machtige 'falls', waarvan de grootste 57 meter hoog is. Per seconde stroomt er zo’n 2,5 ton water naar beneden. Met 30 miljoen bezoekers per jaar zijn de Niagarawatervallen dan ook de meest bezochte attractie van Canada.

Een trekpleister om 'u' tegen te zeggen dus, maar wees op je hoede voor 'tourist traps'. Die liggen namelijk vrij goed verscholen.

Die boottochtjes in de felrode of blauwe poncho’s? Gewoon doen, ontzettend leuk en heerlijk verfrissend.

De souvenirwinkel waar je na je boottocht subtiel door geloodst wordt? Best gezellig en eigenlijk spotgoedkoop (een Niagara Falls T-shirt voor nog geen vier euro, eat that Disney Land).

Maar een paar honderd meter verder begint de ellende, beter bekend onder de naam Clifton Hill. Op deze heuvel der onheils bevindt zich werkelijk elke soort etablissement dat allesbehalve thuishoort naast een wereldwonder. Een gigantisch lunapark, een 4D cinema, twee spookhuizen (2!), een Guinness World Recordmuseum, én een Hershey’s store...

Kortom: blijf lekker op zeeniveau, bezoek elke point de vue, steek de brug over naar de Amerikaanse kant, waar het uitzicht nog mooier is, maar blijf vooral weg van Clifton Hill.

3. Drink liters maple syrup, maar hou plaats over voor poutine

Als de grootste producent van esdoornsiroop is Canada geen bestemming om je dieet intact te houden. Zo’n fluffy pannenkoek met siroop is natuurlijk overheerlijk, maar toch wil ik een ander topgerecht aanprijzen: poutine. Je kan het het best vergelijken met friet met stoofvlees, waarbij de mayonaise werd vervangen door blokjes smeltende emmental. Overheerlijk en budgetvriendelijk.

Je kan poutine werkelijk overal vinden, van pubs tot echte frituren zoals bij ons, maar als je in Montréal passeert, wil ik je toch La Banquise aanraden. Niet alleen vind je hier de beste poutine van Canada, je kan er ook kiezen uit 30 verschillende toppings. Jum!

4. Bezint eer ge een trein beklimt 

Canada is gigantisch. Om zoveel mogelijk van het land te zien, zal je je dus op de ene of de andere manier moeten verplaatsen. Dat kan met een huurauto, maar als jongere is dat behoorlijk prijzig, zeker als je je auto niet op dezelfde locatie zal achterlaten, om nog maar te zwijgen over je  ecologische voetafdruk.

Een betere oplossing is de trein: voor €180 kan je je namelijk een CanRailPass Corridor aanschaffen. Met deze pass kan je 7 enkele ritjes maken binnen de provincies Ontario en Québec gedurende 21 dagen. Hiermee kan je je dus probleemloos van Windsor, Ontario tot Québec, Québec verplaatsen, goed voor 1200 km. Voor wie het echt groots ziet, is er ook de Canrailpass System, waarmee je (als je jonger dan 25 bent) voor €400 heel het land kan zien, opnieuw binnen de 21 dagen en met 7 ritten.

“Hoeveel treinpret is dat dan, Jacotte?” Wel, lieve lezer: meer dan 6000 km. Alstublieft.