De kunst om niet te passen in het leven

Het universum van JMH Berckmans in boeken, film en zijn grauwe kop

Brecht Vissers

“Nu ik blind ben en niet meer zing, nu ik doof ben en niet meer spreek, nu ik stom ben en niet meer hoor, nu ik transparant geworden ben, hebben ze mij hierheen gekeild, hier waar existeren de enige mogelijkheid is, in zot geweld en zonder geld.”

Stront en jazz

Zo omschrijft JMH Berckmans zijn leven in ‘Je kunt geen twintig zijn op suikerheuvel’. De in 2008 gestorven schrijver werd lang als een marginale randfiguur van de Vlaamse literaire wereld beschouwd. Het merendeel van zijn boeken kende maar één editie.

Tijdens zijn leven kende Berckmans het meeste succes bij de ‘Generatie Nix’ uit de jaren negentig. Een naam afgeleid van het boek ‘Generation X’ van Douglas Coupland, en een jongerencultuur waartoe in de Nederlandstalige literatuur Arnon Grunberg met zijn Blauwe Maandagen of Paul Mennes met zijn Soap behoorden. Berckmans werd door die mensen gezien als de nestor en gangmaker van die ‘Generatie Nix’.

Maar nu trekt hij de aandacht van nieuwe geïnteresseerden, en worden zijn boeken voor torenhoge prijzen verkocht op tweedehands- en veilingsites: tot €200 voor een gewone paperback. Zijn ritmische, jazzy stijl en humor zorgen voor een vlotte leeservaring. Alleen Berckmans kan het woord ‘stront’ zo gebruiken dat het kunst wordt.

 

Berckmans in 1979. ©De erfgenamen van Jean-Marie Henri Berckmans

Want Cara-blikjes zijn cool

Die nieuwe fans zijn geen grijze bibliotheekmuizen van boven de vijftig. Het bijna-geratel van Berckmans over de grauwe realiteit en surrealiteit van het menselijke bestaan vindt weerklank bij een jonger lezerspubliek. Mauro Bentein, zanger bij Diane Grace, is zo’n Berckmans-fan: “Enerzijds vreugde en humor en anderzijds verdriet en melancholie. En vooral het talent om deze twee uitersten samen te brengen.”

Jonge mensen willen iemand lezen die ervoor gaat, die zich helemaal geeft. Die bruist van energie en Sturm und Drang, net zoals zij. Die dingen in vraag stelt. De man hield het establishment immers een spiegel voor: de verstotene, de marginaal heeft meer te bieden dan je op het eerste gezicht denkt. Mauro Bentein: “In tijden van Instagraminfluencers en fake news primeert de verpakking op de inhoud. JMH Berckmans was het tegenovergestelde, en daarom nu zo relevant en naar waarde te schatten.”

Chris Ceustermans schreef onlangs Berckmans’ biografie ‘Schrijven in de grauwzone’. “Ik las mijn eerste Berckmans toen ik zelf nog student was. Die onrust, dat niet-kunnen-passen-in-het-leven dat van die pagina’s spat, dat is aan mij blijven kleven. Ik worstelde toen immers met hetzelfde. Berckmans kan schrijvend generatiekloven dichten.”

Veraf of dichtbij, Berckmans’ dilemma

JMH Berckmans is tien jaar dood, en daarom toert Wim Jammaer, Berckmans’ persoonlijke cineast, rond met de docufilm ‘De man die zijn snor in brand stak’. De film toont een schrijfsessie waarin Berckmans dicteert wat Geert Breës - zijn vriend en secretaris vanaf ‘Ontbijt in het vilbeluik’ uit 1997 - moet neerpennen, en zou opgenomen worden in ‘Het onderzoek begint’ uit 2002.



De film geeft een inkijk in het universum waarin Berckmans leefde. Dat blijkt met meer gevuld te zijn dan kettingroken, blikken bier en getier. Hij omringde zich altijd met nieuwe jonge mensen, liet hen zijn klankbord zijn en maakte er zelfs personages van.

Ceustermans: “Hij verving het warme nest dat hij miste sinds de dood van zijn moeder, in de jaren negentig. Die verbondenheid met mensen zocht hij bewust, maar hij wilde er niet voor buitenkomen. Die wereld van buiten, en de ellende ervan, bracht hij binnen via zijn jonge vrienden. Daar worstelde hij mee, én zo kreeg hij energie. Zonder die vrienden zou hij sowieso in een vacuüm terecht zijn gekomen.”

Meer van dat?

Ga op 18 oktober naar Ode aan Jean-Marie Berckmans in Gent

Duik in Berckmans’ archief in Antwerpen