"Ik heb de jaren zestig ervaren als één groot feest"

Interview: Walter van den Broeck

Eline

Walter van den Broeck

© Uitgeverij Polis (Koen Broos)

In zijn jongste roman De Babyboomboogie keert auteur Walter van den Broeck (76) terug naar zijn jeugdjaren in de sixties. De titel doet een vlot en swingend verhaal vermoeden, al is enige tristesse nooit ver weg. “Toen ik aan mijn vorige boek begon, ben ik me pas echt bewust geworden dat mijn generatie aan het uitsterven is. Dat is pijnlijk.”

De Babyboomboogie

De Babyboomboogie leidt onherroepelijk tot een overlijden, maar de rode draad in het boek is de levensloop van jeugdvrienden Eddy en Ronny die in een conflict belanden dat de rest van hun leven blijft aanslepen. Slapend rijk worden is de inzet van de onderlinge strijd die hen in heel wat wraakroepende en absurde situaties verzeild doet raken, waarvan er geen enkele uit de lucht is gegrepen.

Inspiratie voor het verhaal vond van den Broeck in een telefoongesprek met een oud-klasgenoot naar aanleiding van de jaarlijkse reünie aan de normaalschool waar de auteur begin jaren zestig studeerde. “Er ontbraken een aantal adressen. Die man belde mij op om te zeggen dat ik een medeleerling van toen niet meer zou terugvinden, gevolgd door het verhaal van zijn overlijden.” Dat leverde stof voor de proloog van de roman. 

"Ik heb de jaren 60 ervaren als één groot feest"

De Babyboomboogie speelt zich grotendeels af tegen de achtergrond van de jaren zestig zoals van den Broeck die zelf ervaren heeft. Voor hem beginnen de sixties met de Wereldtentoonstelling van 1958. Vanaf dat moment zag hij de maatschappij veranderen: mensen konden zich voor het eerst een tweedehandsauto veroorloven, de televisie deed zijn intrede en de Amerikaanse rock-‘n-roll waaide over naar België. “Ik heb die periode ervaren als één groot feest. Mensen waren vriendelijk voor elkaar, agressie was totaal afwezig.” 

In de seksuele moraal had de vooruitgang zich nog niet doorgezet. “Op seksueel vlak mocht er niets. Vandaar het hoge testosterongehalte van de jongens in het boek.” De hoofdfiguren laten inderdaad geen moment onbenut om hun fantasieën – veelal in het geniep – bot te vieren.

Zelf herinnert van den Broeck zich hoe de jongens van zijn generatie in lange rijen stonden aan te schuiven aan de bioscoop voor een film waarin amper een secondelang een blote vrouwenborst te zien was. Na afloop werden ze door hun leraren betrapt aan de uitgang en stond hen een namiddag nablijven te wachten. 

"Hoe ouder je wordt, hoe meer je merkt dat je eigen wereld steeds kleiner wordt." 

Wanneer de jeugdvrienden de jaren zestig achter zich laten, sluipt de dood onherroepelijk het verhaal binnen. Zo doet ze dat ook stilaan in van den Broecks eigen leven. Pas toen hij zijn vorige boek schreef, werd hij zich ervan bewust dat zijn generatie aan het uitsterven is.  Vroeger vond hij oud worden geen probleem, zolang zijn gezondheid het niet liet afweten, maar dat veranderde geleidelijk. “Wanneer generatiegenoten begonnen sterven, kreeg ik een zekere kilte over me heen. Het besef dat je naar de rand schuift en dat er steeds meer mensen wegvallen, dat is de reële eenzaamheid voor mij.” 

Ondanks de Mac-computer op zijn bureau, noemt de schrijver zich een analfabeet van de nieuwe generatie. “Hoe ouder je wordt, hoe meer je merkt dat je eigen wereld steeds kleiner wordt. Gespreksonderwerpen verdwijnen, terwijl er een heleboel nieuwe komen waarvan jij geen verstand hebt.” Echt bang om als enige van zijn generatie achter te blijven, is van den Broeck niet. “De volgende generatie vertellen over vroeger is mijn uitkomst.”

 

De Babyboomboogie is nu verkrijgbaar in de boekhandel.