"Ik loop al jaren met het idee een roman te schrijven."

Interview: Jonas Bruyneel

Sarah

Creatieve duizendpoot Jonas Bruyneel (26) debuteerde eerder dit jaar met Voorbij het licht. De West-Vlaming verkaste met zijn diploma’s kunstwetenschappen en journalistiek op zak naar geliefde studentenstad Gent. Sindsdien verdient hij zijn brood als freelance cultuurjournalist, webmaster, filmrecensent en muzikant. En sinds kort dus ook als auteur.

Voorbij het licht 

Hoe kwam je op het idee om een boek te schrijven?

Jonas Bruyneel: “Ik loop al jaren met het idee rond om een roman te schrijven. Die heb ik eigenlijk al twintig keer afgewerkt, maar uiteindelijk was ik nooit tevreden met het resultaat. Als journalist voel je een constante druk om te publiceren en zo kwam ik op het idee om kortverhalen te schrijven. Het genre is gebalder en tegelijkertijd ook een enorme uitdaging. Je kan maar een korte passage in het leven van je personage laten zien, maar toch moet hun levensverhaal er geloofwaardig uitzien.” 

Welk thema verbindt de korte verhalen in Voorbij het licht?

Bruyneel: “Elk verhaal kadert in een andere historische tijdspanne en ideologie, maar alle personages voelen zich niet thuis in hun samenleving. Ze kunnen zichzelf niet ten volle ontplooien, omdat ze door hun ideologie worden verdrongen naar de schemerzones van hun maatschappij. De setting verduistert hun talenten en kwaliteiten. Als ze ergens anders hadden geleefd, waren ze vast succesvolle personen geweest.”

De vergeten uitdrukkingen van de bomma 

Waar vind je inspiratie voor je verhalen? 

Bruyneel: “Reizen vind ik enorm stimulerend. Ik heb het geluk dat ik voor mijn werk op veel plekken kom. Als je in een onbekend land aanbelandt, zie en hoor je van alles. Ik loop dan meestal met een voice recorder rond om al mijn indrukken vast te leggen en ik bezoek lokale bibliotheken om de geschiedenis te ontrafelen. Eenmaal ik thuis ben, teken ik een gedetailleerd historisch grondplan uit voor een verhaal. Dan komt het er nog op aan om personages uit te denken en in de omgeving te passen. Daarnaast vind ik het belangrijk om veel te lezen. Ik word oprecht blij van mooi geformuleerde zinnen en vergeten uitdrukkingen. Ik heb altijd een notitieboekje bij om inspirerende passages op te schrijven. Onlangs kwam ik de uitdrukking "zo snaaks als een jonge hond" tegen. Ik vind het fantastisch om dergelijke zinnen in mijn taalgebruik te integreren.” 

Hebben al je verhalen een historische achtergrond? 

Bruyneel: “Door een historisch kader te creëren, lijkt het verhaal realistisch, maar het is vooral als achtergrond bedoeld. Als er een detail niet klopt, vind ik dat niet erg. Het blijft fictie. Hoeveel onderzoek je ook voert, het grote voordeel van literatuur is dat je de afloop van het verhaal zelf bepaalt.”

Meer van dat magisch realisme?

Welke boeken zijn volgens jou absolute aanraders?

Bruyneel: “Mijn favoriete boek was lange tijd Shalimar the Clown van Salman Rushdie. Tot ik een van zijn oudere boeken, Shame, las. Zijn historische kaders zijn buitengewoon goed onderbouwd, maar toch weet je dat de wereld die hij beschrijft niet reëel is. Het is zodanig goed geschreven en gedocumenteerd dat je het bijna gelooft. De durf om fantasie te gebruiken en de realiteit achter je te laten is iets wat ik vaak mis in hedendaagse literatuur.”