“Ik zou mezelf nooit voorstellen als schrijver. Tot nu misschien.”

Beste Belg op Write Now! 2018

Brecht Vissers

De winnaar van Write Now! 2018 werd Marie Borremans (24) niet. Wél de beste Belg, met een tweede plaats. De schrijfwedstrijd voor jongeren kiest elk jaar uit honderden inzendingen slechts drie laureaten uit het hele Nederlands taalgebied. De jury vond haar tekst stijlvast, goed geschreven, maar toch nog wat ‘bloemrijk’. Of is dat iets positiefs? Wat ze zelf van dat rapport vond, vragen we aan haar.



Als je aan Marie Borremans vraagt waar ze zoal mee bezig is in het dagelijkse leven, krijg je een hele waslijst: een postgraduaat onderzoeksjournalistiek, jeugdwerk, freelancen, een stage bij MO*, ... “Ik ben met heel veel dingen bezig. Schrijven is daar maar een stukje van. Ik zou mezelf nooit voorstellen als schrijver. Tot nu misschien.”

Wat was de incentive om het in te sturen?

Marie Borremans: “Het is de eerste keer dat ik heb meegedaan met Write Now!. Vorig jaar ben ik door mijn opleiding Onderzoeksjournalistiek terug aan het schrijven gegaan. In de journalistiek ben je een beetje beperkt in stijl en in wat er wel en niet kan. Waar ze bij andere studenten zeiden: maak het wat verhalender, dacht ik: ‘Dat is geen probleem, maar ik moet er vooral voor zorgen dat het geen fictie wordt’. Ik wou niet meer bang zijn om andere mensen te laten zien wat ik schrijf. Toen dacht ik: ‘Ik moet ook eens meedoen aan een schrijfwedstrijd’. Dat was een goed motief om een tekst af te werken. Dat had ik al jaren niet meer gedaan. De reden waarom ik heel lang niet geschreven heb is omdat ik dacht: ‘Ik wil alleen maar schrijven als dat het beste is wat ik kan’. Ik ben heel kritisch voor mezelf.”

Was dat de eerste keer dat je meedeed aan een schrijfwedstrijd?

Borremans: “Toen ik acht was heb ik meegedaan aan een of andere wedstrijd. Ik weet alleen nog dat het verhaal over een honingpot ging. (lacht) Op school heb ik al eens een poëziewedstrijd gewonnen. Sindsdien deed ik daar niets meer mee.”

Op het lijstje van andere laureaten staat ook een Lize Spit, bijvoorbeeld. Geeft dat geen druk?

“Het geeft ook bevestiging. Blijkbaar vinden mensen dat ik er goed in ben. Dus dan wil ik er wel in verder doen. In dat finaleweekend moesten wij met uitgevers praten over debuteren. Daar was ik niet op voorbereid. Het is niet dat ik een boek heb liggen dat ik kan opsturen. Het is wél een leuke wereld, die literaire wereld. Ik ken die niet. Ik wil daar meer van leren kennen.”

Je zou dus graag een roman schrijven?

“Op dit moment ben ik al een heel jaar bezig aan het schrijven van een thesis en daar word ik zeer ongelukkig van (lacht). Mijn droom is niet om een schrijver te worden die heel vroeg op staat en de hele dag achter z’n bureau zit te schrijven. Ik denk niet dat ik dat kan. Het lijkt mij wel leuk om andere dingen te doen en ondertussen bezig te zijn met een boek om na vijf jaar te zeggen: ‘Ik heb een manuscript liggen, kom er eens naar kijken.”

Bloemrijk

Ze vonden je tekst ‘bloemrijk’. Kon je hen daarin volgen?

“Bloemen waren een motief dus dat speelt ook wel mee. (lacht) Ja, ik denk dat ik niet zo goed ben in strakke minimalistische proza. Ik kan ze daar dus in volgen. Ik denk dat ik moest leren om een pad te maken voor een lezer. Ik schrijf vanuit flarden die ik geschreven heb. Om een goed opgebouwd verhaal met een plot te schrijven dat heel strak in elkaar zit, dat is nog een uitdaging."

Waar wil je dan wel mee bezig zijn?

“Ik zou echt wat mengvormen willen opzoeken tussen meer literaire en journalistieke dingen. Dat lijkt mij super interessant. Ik hoop dat er dingen kunnen bestaan als sociaal geëngageerde fictie die over actuele problematieken gaat.”

Bedoel je dan iets zoals Houellebecq?

“Ik vind het in elk geval wel belangrijk om niet alleen mooie verhalen te maken. Ze moeten ook een voet in de maatschappij hebben. Het kan ook interessant zijn om journalistieke reportages te maken die heel literair zijn, bijvoorbeeld…”

‘Bloemrijke’ journalistiek?

“(lacht) Inderdaad, super tof! Ik zou ook graag literaire stukken schrijven, die voordragen op festivals. Ook video en radio zie ik zitten.”

Dappere jonge auteurs

Waar ga je in je teksten naar op zoek?

“Ik ga in mijn teksten vooral op zoek naar zaken die een personage doen kloppen. Als een zestigjarige vrouw die haar man is verloren in de tram zit, dan moet die anders in de tram zitten dan een zestienjarige puber. Dat moet je voelen. Ik lees tekst ook vaak na vanuit dat oogpunt. Zou die persoon zoiets doen of denken? Klopt dat wel? Ik vraag dat ook aan mensen die mijn journalistieke stukken nalezen: ‘Wat denk je over die persoon? Hoe ziet die eruit? Wat doet die?’”

Hoe ga je te werk als je fictie schrijft?

“Ik heb nog zeker geen ideale methode gevonden. Met notitieboekjes was ik vroeger heel slecht. Dat probeer ik nu terug meer te doen. Ik spreek iets op mijn GSM in als ik iets zie of denk dat ik kan gebruiken. Van daaruit puzzel ik naar een verhaal. Ik vind het het gemakkelijkste om te vertrekken vanuit stukjes die ik heb liggen. Zo schreef ik de tekst voor de voorronde in Gent. Toen had ik al een hele tijd geen échte tekst meer geschreven. Voor de grote finale was het materiaal opgebruikt. Voor die tekst hadden we drie weken de tijd. Ik was toevallig in Parijs toen. Ik dacht daar: 'Shit, ik moet hier in die drie weken iets op papier hebben.' Toen zijn ik en een vriendin foto’s gaan maken van wat wij dachten: dat kunnen interessante personages zijn. Dat hielp wel om de druk eraf te halen. Iedereen kan een personage zijn. Alles kan een verhaal worden. Dus dat is helemaal niet moeilijk. Toen kwam het gewoon vanzelf."

Heb je ook inspiratiebronnen in de nederlandstalige literatuur?

“Ik vind Peter Verhelst ongelofelijk. Die beheerst taal als materiaal perfect. Die kan er alles mee maken wat hij wil. En het hoeft zelfs nergens over te gaan. Dat moet je wel kunnen, ? ‘Bloemrijk’ zou ook wel een adjectief kunnen zijn dat op hem van toepassing is. Zonder dat het de negatieve kanten van ‘bloemrijk’ omvat. Ik weet niet of ik zo zou willen schrijven. Je moet wel echt goed zijn om het niet te verknallen met zoveel taal. Als het over poëzie gaat vind ik vooral Charlotte Van den Broeck heel goed. Ik vind jonge auteurs zijn sowieso dapper. Er is al zoveel geschreven en die gaan toch nog op zoek naar een eigen stem.”

Is schrijven tegenwoordig stelen?

“Alles is al een beetje gedaan. Ik kan perfect een lijst opstellen met heel goede boeken die genoeg zijn voor een mensenleven. Wat voeg je daar nog aan toe? Het is wel iets waar ik mee worstel. Wie zit er nog te wachten op het zoveelste veelbelovende debuut? Er zijn al heel veel goede boeken, natuurlijk."

Kan je nog tips meegeven voor beginnende schrijvers?

“Blokkeer jezelf niet. Probeer te schrijven zonder na te denken, want dan komt er iets. Doe ook mee aan wedstrijden. (lacht). Laat mensen je teksten lezen. Dat zijn heel klassieke tips, ik weet het. Als het iets is wat je graag doet, moet je gewoon schrijven.”

De finaletekst van Marie 'Wegens omstandigheden tijdelijk gesloten' lees je hier.