Extra City brengt een noodzakelijke tentoonstelling

Handelen vanuit schuld is niet interessant.

Expo

Siebren Nachtergaele

We leven in een geglobaliseerde en superdiverse samenleving. Steden als Antwerpen en Brussel staan voor een kantelmoment, waarbij de minderheden de meerderheid gaan vormen. Kunsthal Extra City in Antwerpen gaat met deze nieuwstedelijke realiteit(en) op een artistieke manier aan de slag. De expo ‘Eating Each Other’ gaat over dynamieken van culturele re-appropriatie. We voerden een gesprek met curator Michiel Vandevelde.

Wat was het uitgangspunt voor deze expo?

Vandevelde: “Eating Each Other heeft eigenlijk twee vertrekpunten. Het ene is direct gelinkt aan de stad Antwerpen. We zitten op een kantelmoment, waarbij de verhouding tussen majority en minority gaat omdraaien. Eigenlijk is die al geshift. Tot voor kort had je een meerderheid aan etnische Belgen maar die is aan het omslaan naar een meerderheid aan mensen met een migratieachtergrond. Dat werpt vragen op over de manier van samenleven. Hoe gaan we die stad organiseren, als je niet meer kunt uitgaan van een culturele homogeniteit? In het huidige politieke discours worden op een harde manier normen en waarden gepredikt, die zouden behoren tot de zogenaamde ‘Vlaamse’ cultuur. Dat is één mogelijkheid, maar ik denk dat het belangrijk is om ook na te denken over andere mogelijkheden, zoals het “Manifesto Antropófago” van Oswald de Andrade doet, dat mij inspireerde. “Antropófago” behandelt de act van het opeten (als metafoor van toe-eigening), verteren en ook transformeren en uitscheiden van het opgegeten culturele element in andere en nieuwe vormen.” 

Dus het gaat erom wie eet en wie wordt gegeten?

Vandevelde: “Ja, en dat is een verhaal van machtsverhoudingen. Want macht is altijd de bepalende factor. Als je binnenkomt zie je bijvoorbeeld het werk van Pieterjan Ginkels, die zich westerse upperclass symbolen toe-eigent: een Lamborghini, een trampoline, zonnepanelen,… enkel bereikbaar voor mensen met een bepaald financieel vermogen. Contrasterend daarmee is het werk van Arkadi Zaides. Dit is een groot videowerk, waarbij je de grens ziet van het eiland Lesbos, waar tot voor kort een enorme massa aan migranten aanspoelde. Hij heeft dat eiland gefotografeerd en bewerkt met digitale software. Hij tekent voortdurend de grenzen van dat eiland. Een grens van de westerse wereld, waarin onze zogenaamde verlichtingswaarden en normen blijkbaar stoppen aan die grens. Tot niet zo lang geleden claimden we die waarden als onze unieke beschavingswaarden, maar als puntje bij paaltje komt, is wat op Lesbos gebeurt toch een verkrachting van dat verlichtingsdenken.”

© Arkadi Zaides

“Op de bovenverdieping zijn er de vier schilderijen van Ermias Kifleyesus (‘Sewn 1’, ‘Sewn 2’, Sewn 3’, ‘Sewn 4’ (2018), kaders die hij op rommelmarkten of bij vrienden heeft gevonden. Hij toont de achterkant van die schilderijen en plakt de voorkant op een ander canvas. Door een oplossingstechniek wordt de achterkant zichtbaar, en die bewerkt hij nog. In dit geval heeft hij er een soort wereldkaart ingekrast. Voor hem is dat de achterkant van de geschiedenis, gelinkt aan zijn achtergrond als Ethiopisch kunstenaar. Een vergeten kant van de geschiedenis, de koloniale geschiedenis, die tot op vandaag ongeadresseerd is.” “Daartegenover staat dan weer werk van Radouan Mriziga. Hij is choreograaf en hij heeft gedurende drie maanden een ruimte gekregen in de tentoonstelling. Zijn werk draait om het toe-eigenen van een ruimte op een letterlijke manier: de tentoonstellingsruimte. Hij werkt voornamelijk met abstracte geometrische figuren, die gelinkt kunnen worden aan de Arabische geometrie.”

© Radouan Mriziga

Vandevelde: “Ik heb ervoor gekozen om geen geschreven publicatie te maken maar een audiopublicatie, omdat geschreven cultuur toch maar één vorm is van overdracht en dat vandaag podcasts enzovoort een veel breder publiek bereiken. Maar ook omdat er bij verschillende culturen veel mensen voeling hebben met een orale cultuur.” 

Op die manier integreer je verschillende manieren van communicatieoverdracht in de voorstelling, pardon, ik bedoel: in de tentoonstelling…

Vandevelde: “Ik vind het grappig dat je ‘voorstelling’ zegt, omdat ik de tentoonstelling ook bekijk als choreograaf, waarbij de dynamiek tussen de werken heel belangrijk is. Dat is natuurlijk een dynamiek die ik niet expliciet maak in de tentoonstelling. Je moet als toeschouwer vooral zelf op zoek gaan.”

In Extra City is het centrale onderzoeksonderwerp burgerschap, wat toch nog iets anders is dan het thema ‘identiteit’ van deze specifieke expo.

Vandevelde: “Burgerschap is een interessant begrip vind ik, omdat het de vraag opwerpt: burgerschap voor wie? Het erkende burgerschap wordt gedefinieerd door degenen die macht hebben. Deze tentoonstelling draait rond identiteit, maar burgerschap vertrekt ook vanuit een bepaalde identiteit. Het is niet dat wij als westerlingen geen identiteit hebben. Wij hebben een bepaalde set van waarden en normen, waarvoor we staan en die dat begrip burgerschap bepalen. Wat mij interesseert is om te kijken naar de realiteit van onze steden vandaag, en om alle (en dus niet alleen witte) mensen serieus te nemen, waardoor je het begrip van burgerschap in vraag moet stellen. Als burgerschap dan wordt geclaimd door bepaalde politici vanuit de zogenaamde verlichtingswaarden, lijkt me dat een totale negatie van de stedelijke realiteit. Welke andere sets van waarden en normen dragen mensen uit verschillende culturen uit, en hoe kunnen we die een plaats geven? Dat is de vraag.”

“Ik denk dat elke vorm van kunst inherent politiek is”

“Het aandeel aan kinderen onder de tien jaar met een migratieachtergrond situeert zich op dit moment tussen de zeventig tot tachtig procent, bij de oudere bevolking is dit percentage zeer laag. Dat gaat opschuiven de komende jaren, wat een enorm interessant proces is en waar er op dit moment nog te weinig over wordt nagedacht, of toch op heel toekomst-nefaste manieren. Als we tenminste blijven denken in polariserende sets van normen en waarden.” 

Maar ook in het dekoloniseringsdebat, waaraan deze tentoonstelling bijdraagt, gaat het soms de polariserende richting uit.

Vandevelde: “Inderdaad. Wat je nu ziet in het dekoloniseringsdebat en wat we zelf ook provoceren in de tentoonstelling, is het feit dat we door zo hard vast te houden aan de negatie van een bepaalde (koloniale) geschiedenis een generatie kweken die steeds bozer wordt omdat ze niet wordt erkend. Dat is een maatschappelijk proces maar het speelt ook op individueel vlak.”

Je spreekt over contesteren en provoceren: hoe kijk je naar de plaats van protest en activisme in artistieke praktijken? Welke plaats hebben die voor jou in dit verhaal?

Vandevelde: “Ik denk dat elke vorm van kunst inherent politiek is. Zelfs de meest abstracte kunst is vaak een reactie tegen een dominante code. Activisme gebruikt andere codes en heeft explicietere doelen, wat voor mij niet de bedoeling kan zijn van kunst, of dat is toch niet de insteek van deze tentoonstelling.”

“Ik vind het vooral interessant om te werken met andere of alternatieve narratieven. Maar dan wel op een subtiele of genuanceerde manier.”

Vind je het je rol als curator om ruimte te creëren voor andere discours, andere perspectieven?

Vandevelde: “Ik denk dat het inderdaad vooral gaat om het mogelijk maken van dingen. Ik vind het vooral interessant om te werken met alternatieve narratieven, maar dan wel op een subtiele of genuanceerde manier. Je zal geen grote statements terugvinden in deze tentoonstelling. Ik denk dat het vooral draait om het zoeken naar de dynamiek en complexiteit die schuilt achter het hele verhaal. Alle kunstenaars vertellen ook hun eigen verhaal. Ik vind het belangrijk om niet heel veel werken te tonen, om ervoor te zorgen dat elk werk zijn eigen plek heeft en een eigen rol kan spelen, los van mijn verhaal.”

“In mei werden Aneta Rostkowska & Jakub Woynarowski, twee Poolse curatoren,uitgenodigd om met de tentoonstelling aan de slag te gaan, wat resulteerde in een heropening van de expo onder de noemer ‘Breach’. Zij hebben een nieuw verhaal bij de tentoonstelling geschreven, zonder nieuwe werken toe te voegen of weg te halen. Ik vind het belangrijk om mijn eigen positie in vraag te stellen, en dus de tentoonstelling zelf ook te laten toe-eigenen door andere curatoren. Ik wou ze bij wijze van spreken zelfs elke maand opnieuw laten overnemen door andere mensen. Want ook Aneta Rostkowska & Jakub Woynarowski zijn actief in witte westerse kunstinstellingen…”

Je gaat als witte, westerse curator met het thema re-appropriatie aan de slag. Wat met je ‘white privileges’?

Vandevelde: “Ik worstel zelf ook met dat gegeven, maar ik denk dat je het meer op het structurele niveau dient te bekijken dan op individueel niveau. Ik denk dat ageren vanuit schuld niet interessant is. Wat wel belangrijk is, is dat je je als witte westerling engageert om de nieuwe werkelijkheid te begrijpen, en je jezelf daar niet buitensluit. Om de ander serieus te nemen is dit essentieel. De vraag is niet om je culturele achtergrond op te geven. De vraag draait om het erkennen van de ander, met name het onrecht dat wij vanuit een machthebbende positie vaak aan anderen hebben aangedaan. Erken je dat en laat je dat ook toe, daar draait het om, denk ik.” 

Dat is krachtig en helder. Wat brengt Extra City in de nabije toekomst?

Vandevelde: “De volgende tentoonstelling gaat over de relevantie van grensstructuren van een natiestaat. Het is een volgende stap. Als deze tentoonstelling gaat over dynamieken tussen mensen, dan bespeelt de volgende het grotere structurele niveau. De tentoonstelling erna zal gaan over nucleair toxisch afval – denk aan de kerncentrales die Antwerpen heeft. De verschillende tentoonstellingen zoomen in en uit, maar telkens staat het stadsniveau centraal. Enerzijds op macroniveau, anderzijds op microniveau.”

De tentoonstelling Eating Each Other loopt tot en met 1 juli in kunsthal Extra City te Antwerpen (Berchem). De toegang is gratis. Haast je om deze belangrijke tentoonstelling te bezoeken!