Saddie Choua over beeldvorming en cultureel archief

KANAL - Centre Pompidou

Marie Van Oost

KANAL is een nieuw multidisciplinair kunstencentrum aan de Akenkaai in Brussel. Via een samenwerking met het Parijse Centre Pompidou wordt de oude Citroëngarage een tijdelijke plek voor culturele beleving, met de focus op Brusselse kunstenaars. Een van hen is Saddie Choua (46).

Saddie Choua, een Brusselse videokunstenares met Marokkaanse roots. © Emily Schennach

Dat het mythische gebouw van KANAL vroeger dienst deed als autogarage, is nog steeds goed te merken. Nieuwe installaties worden vlot gemixt met de authentieke infrastructuur, en de kunstenaars werd gevraagd om de ruimte te integreren in hun werk. Dat was ook het geval bij Saddie Choua, een 46-jarige Brusselse videokunstenares met Marokkaanse roots. Van haar zijn enkele films te zien in de voormalige Afdeling Vervangstukken van Citroën, die ruimtelijk veel wegheeft van een archiefplaats. Saddie wil de kijker bewust maken van hedendaags racisme en de manier waarop beeldvorming ons denken daarrond bepaalt. En daar speelt ons cultureel archief volgens haar een cruciale rol in. 

Mensen met roots in migratie, mensen met een andere huidskleur, minderheidsgroepen hebben weinig keuze in de manier waarop de media hen voorstellen, meent Saddie. “Wit overheerst op het scherm, en als er dan eens aan diversiteit gedacht wordt, is dat vaak op een stereotiepe en stigmatiserende manier.” Via video’s en installaties wil ze haar publiek bewust maken van dat patroon. Op een scherm zien we Shirley Temple, het Amerikaanse kindsterretje met de gouden krullen en blinkende ogen.Met dat fragment verwijst Saddie naar The Blueest Eye, een boek van de Afro-Amerikaanse schrijfster Toni Morrison.Dat boek betekent veel voor Saddie: het vormt niet alleen een fundamentele inspiratie voor haar werk, maar ook persoonlijk raakt het verhaal haar. “Het gaat over een zwart meisje dat blauwe ogen wil hebben, want ze denkt dat haar leven dan veel beter zal worden.” Het meisje is ervan overtuigd dat er geen slechte dingen meer zullen gebeuren, want het slechte is volgens haar vooral te wijten aan het feit dat ze zwart is. “Als kind wou ik ook altijd blauwe ogen hebben”, vertelt Saddie, “ik bad tot God om blauwe ogen. Ik zie er niet zo Marokkaans uit, dus op die manier zou ik de minste twijfel kunnen wegwerken en door het leven kunnen gaan zonder steeds herinnerd te worden aan die ‘vervelende’ origine.”

Met het beeld van Shirley Temple wil ze de universele liefde voor het witte kind aankaarten. “Dat beeld is zo aanwezig dat jonge, zwarte kinderen vurig wensen om er anders uit te zien, en dat vind ik heel erg”, zegt Saddie. Zulke kinderen hebben gewoon geen andere voorbeelden om naar op te kijken, meent ze. “We zien alleen maar slechte dingen als het gaat over zwarte mensen, men ziet nooit normaliteit. Daardoor geloof je op de duur dat hoe zwarter je bent, hoe slechter je bent.” Om dat aan te tonen, speelt er een videoclip van Saul Williams, die in Black Stacey zingt dat hij ‘te zwart’ is om succesvol te zijn. “Dat hiphopliedje gaat over iets waarvan ik eigenlijk geen last heb, want mijn huid is vrij bleek, maar toch voel ik hetzelfde. Zo zie je dat het heel psychologisch is.” Het gaat over wat goed ligt in het witte oog, het gaat om perceptie. En Saddie gelooft dat we die perceptie kunnen beïnvloeden.  

“We zien alleen maar slechte dingen als het gaat over zwarte mensen, men ziet nooit normaliteit. Daardoor geloof je op de duur dat hoe zwarter je bent, hoe slechter je bent.”

“Ik vind het heel belangrijk om te vechten tegen de idee dat een zwarte minderwaardig is.” Daarvoor wil Saddie eerst het publiek bewustmaken van die ideeën, door documentaires te knippen en te plakken met fictieve en actuele fragmenten. “Het zwarte lichaam wordt gezien als algemeen bezit. Iedereen heeft het recht om over het zwarte lichaam iets te zeggen. Het was voor mij moeilijk om dit werk te maken omdat ik zelf geen donkere huidskleur heb. Dat geeft tal van privileges. Ik ben veeleer politiek zwart.” Ze denkt er dus goed over na, en dat zou iedereen moeten doen, vindt ze. “Mensen moeten veel bewuster omgaan met de vraag wat de impact is van zo’n beeldvorming.”

Overal zien we quotes over het scherm rollen, zoals “misschien gebruiken we te snel het woord discriminatie” of “racisme is niet belangrijk, klasse is veel belangrijker”.Dat zijn dingen die Saddie te horen krijgt als ze het over racisme wil hebben, om het probleem te minimaliseren. Sadde krijgt ook vaak de opmerking dat ze polariseert. “Natuurlijk ga ik ook op zoek naar wat die wij is.” Daarvoor vond Saddie inspiratie bij de vroegere arbeiders van Citroën, die we zien in een van de films. “Vaak is de kritiek dat arbeiders uitgebuit worden, en in de strijd een wij kunnen vormen, bijvoorbeeld via de vakbond. Ik geloof daar ook in, maar we moeten beseffen dat arbeiders niet altijd op dezelfde manier worden uitgebuit.” In de film volgt Saddie het verhaal van stakende arbeiders van migranten-origine van een Citroëngarage in Frankrijk in 1982. “Die arbeiders hadden niet eens het recht lid te zijn van een vakbond, daardoor kwam er niemand op voor hun rechten, kregen ze geen loonsverhoging, noch erkenning voor hun diensttijd. Ze bleven simpele arbeiders.” 

“Als we iets willen doen met het wij, als we onze musea diverser willen maken, als we samen willen opkomen tegen onrecht, moeten we wel beseffen dat racisme vandaag nog aanwezig zijn en dat die een oorsprong hebben.”

“Als we iets willen doen met het wij, als we onze musea diverser willen maken, als we samen willen opkomen tegen onrecht, moeten we wel beseffen dat racisme vandaag nog aanwezig is en dat dat een oorsprong heeft.” Saddie is van mening dat het beter is om eerst bij te leren over de feiten en hun geschiedenis dan als een kip zonder kop op zoek te gaan naar diversiteit.” De term diversiteit heeft voor Saddie ook een wrang kantje gekregen. “Soms voel ik me een vervangstuk. Alsof ik geen aanwinst ben vanwege mijn werk, maar vanwege mijn afkomst.” Daarom ziet Saddie de plek waar haar werk vertoond wordt, de Afdeling Vervangstukken, als een mooie metafoor voor de plaats van migranten in onze samenleving. Haar afkomst is weliswaar een belangrijk deel van haar identiteit, maar Saddie ìs niet gelijk aan haar origine. Niemand is dat, trouwens. “Je krijgt heel snel een label. Het label van die allochtone kunstenares, dat jonge talent, en dat is vaak voor altijd. Witte mannen krijgen kansen om te groeien, en worden na verloop van tijd gevestigde waarden. Maar net zoals bij de arbeiders van vroeger, blijft onze deelname beperkt.” 

Waarom Saddie voor het medium film kiest? Voor haar is monteren een metafoor voor iets afbreken en weer opbouwen. “Dat is wat we moeten doen met het cultureel archief”, besluit ze. “Via deze films geef ik een aantal elementen mee om dat cultureel archief te maken, en het huidige blikveld te verruimen.”