Alles uit de kast voor de homofilm?

Call Me By Your Name vs. Beach Rats

Marie Van Oost

Film is per definitie fictie. Of niet? De kracht van het medium om vuurtjes te stoken onder het oppervlak van de samenleving, is niet te onderschatten. In de strijd om het publieke debat aan te wakkeren, kunnen filmmakers kansen creëren of net laten liggen. Wat haalt men tegenwoordig zoal uit de kast om LGBTQ-films te maken?

Het is lastig om iets eenduidigs te schrijven over homoseksualiteit in films. Voor de gelegenheid heb ik twee recente films bestudeerd met homo’s in de hoofdrollen. Enerzijds Call Me By Your Name, het gehypete liefdesverhaal van Luca Guadagnino, waarin de 17-jarige Elio (Timothée Chalamet) hoteldebotel is van Oliver (Armie Hammer), de Amerikaanse doctoraatsstudent die zijn vader tijdens de zomervakantie komt helpen met een archeologische studie. Daar tegenover staat Beach Rats, waarin Eliza Hittman haar thuishaven Brooklyn gebruikt als setting voor het verhaal van Frankie (Harris Dickinson), een jonge macho die in een heteronormatieve omgeving worstelt met zijn identiteit en geaardheid. 

 © Beach Rats

I don’t know what I like”, geeft die Frankie schoorvoetend toe aan een van zijn verboden internetdates. Maar het lijkt er eerder op dat Frankie niet leuk vindt wat - of liever, wie - hij leuk vindt: jongens. Waar het homo-zijn bij Call Me By Your Name niet eens als probleem wordt benoemd, is dat net de hele verhaallijn bij Beach Rats. Frankie is als de dood dat zijn vrienden iets doorhebben van zijn verlangens. Om zijn ware geaardheid te verbergen, gaat hij zelfs zo ver dat hij een andere jonge homo doelbewust in de val lokt om hem samen met zijn vrienden te beroven en wat meppen toe te dienen. 

Terwijl het in de Italiaanse hitte bij Elio allemaal om zelfontplooiing gaat, kan Frankie precies alleen volledig zichzelf zijn in de anonieme schaduw van zijn computer, in een onbekende auto op een afgelegen parkeerterrein of in een obscuur bosje waar geen levende ziel durft te komen. In alle andere scènes verbergt hij hardnekkig zijn seksuele voorkeur, en dat doet hij het liefste zo opvallend mogelijk. Door stoere (homofobe) praat, opscheppen bij zijn (even homofobe) vrienden of een heterorelatie faken met de verleidelijke Simone (Madeline Weinstein).  

Dat wil niet zeggen dat er in Call Me By Your Name geen conflict is, integendeel. De innerlijke worsteling van Elio is zowat de ruggengraat van die film. Dat we Elio’s allesoverheersende verliefdheid met z’n allen zo gretig hebben verslonden, komt misschien omdat Chalamet zo hartverscheurend ‘echt’ kan uitbeelden hoe het is om liefdesverdriet te hebben. Frankie blijft dan weer onverstoorbaar hangen in zijn rol van onverschillige adonis, frustrerend en bedroevend om naar te kijken, maar wél geloofwaardig - Chalamet en Dickinson zijn twee jonge toptalenten, zoveel is zeker. 

 © Call Me By Your Name

Wat van Call Me By Your Name op alle vlakken een winner maakt, is de nuance. Homoseksualiteit een probleem? Nee toch! Verliefdheid, daar draait het om. Want door de focus eens niet op de geaardheid van de personages te leggen, slaagt regisseur Guadagnino erin om de film prachtig universeel herkenbaar te maken. Liefde is liefde. Maar hoe verademend en geruststellend die visie ook mag zijn, wat is realistisch? Dit droombeeld van de Italiaanse vakantie midden de jaren 1980, of het rauwere big city life in Beach Rats? 

Over die vraag breek ik me nu al enkele dagen het hoofd. Want net zoals de realiteit dé input is voor fictie, zo kneedt fictie op haar beurt even hard de realiteit. En dat film zo’n grote impact kan hebben op de publieke opinie, is bij thema’s als LGBTQ van niet te onderschatten waarde. Dus hoe benutten de filmmakers die kans en in welke mate dragen ze bij aan de stigmatiserende beeldvorming? Wel, het meest opvallende is zonder twijfel de link tussen homoseksualiteit en mannelijkheid. Elio, die een ongeproblematiseerde homoseksuele relatie heeft, is een frêle ventje - denk aan een kiekenborst en babygladde kaakjes. Bij Frankie druipt het machogehalte dan weer van zijn gespierde lichaam. Jammer, want het is een gemiste kans om de stereotiepen eens te doorbreken. 

Ook over de vriendinnetjes van Elio en Frankie valt iets te zeggen. Twee wulpse jongedames die er ondanks hun uitvoerige pogingen niet in slagen de jongens te ‘bekeren’. Beide films doen uitschijnen dat Elio en Frankie wel gek moeten zijn om zulke vangsten te laten schieten. Als zelfs de mooiste vrouwen niet overtuigend kunnen zijn, dan is alle hoop verloren. Moeten homo’s dan echt altijd eerst proberen om ‘normaal’ te zijn? Je kunt je er kritische vragen bij stellen, maar uiteindelijke tonen beide films gewoon de waarheid: heteroseksualiteit is nog steeds de norm. En wie jong is, wil natuurlijk mooi, populair en succesvol zijn - maar toch het allerliefste simpelweg normaal. Maar eigenlijk is het net op die momenten dat de filmmaker de kans zou moeten grijpen om die perceptie te doorprikken.

Elio en Marzia - Frankie en Simone

Nog iets waar het wringt voor mij: de tegengestelde kijk op homoseksuele gevoelens in de twee films wordt onvermijdelijk gelinkt aan de tijd waarin de verhalen zich afspelen. En dat zou betekenen dat homoseksualiteit vandaag helemaal niet wordt aanvaard, nog veel minder dan 20-30 jaar geleden. Een van de sterktes van Beach Rats is net dat de film zo inspeelt op die tijdsgeest via selfies, hippe muziek en trendy tienercultuur. Waarom dan die moderniteit niet koppelen aan een even moderne visie?  

Opnieuw rijst hetzelfde dilemma. Moeten films tonen hoe het leven is of hoe het leven zou kunnen zijn? Een filmmaker kan confronteren of inspireren. Maar wat is dan de beste keuze? Wat mij betreft is hier de eigenlijke vraag wat het meeste effect heeft. Misschien denk ik er te veel over na. Gelukkig zijn er nog meer homofilms in de aanbieding. Zo staan Moonlight (2016) en God’s Own Country (2017) ook nog op mijn lijstje. En zolang dat lijstje aangevuld blijft met nieuwe LGBTQ-films, hebben we in feite niet te klagen.