Brusselse wolkbreuk

Swooni

Kaat Beels

Maarten

Brusselse wolkbreuk

Vooreerst: we gaan niet vitten op Noodzakelijke Toevalligheden die Swooni bevat. Kaat Beels serveert een ensemblefilm en dat vergt een Onzichtbare Hand, die ons gidst langs jeugdige angsten, volwassen intriges en eenzame levenseindes. Een zeemzoet weefsel, gesponnen rond ruwe sociale pitten.

Swooni is de gedeelde rêverie van Amadou en Joyeux, vader en zoon die Ivoorkust per schip verlaten. Op naar een beter bestaan. De bestemming is Hotel De Swaene, in lingua ivoriana verbasterd tot Swooni: hun oord van melk, honing en vrede. Joyeux komt er alleen aan – Amadou is opgepakt – en in zijn zevenjarig kielzog gaan we talmend de lobby in. Meteen het startsein voor een plotmolen die, aangedreven door toeval, diverse verhaallijnen vlot aaneenrijgt.

Swooni doet pijn, veel pijn. We zitten dan ook geplaagd met een kriebelende keelkrop. Aan de einder gaapt echter een driedubbele catharsis, die al wordt aangekondigd door de verzorgde stijl. De film is ingelijst in mooie plaatjes vol lichtkegels, rookspiralen en broeierige vergezichten. Een hittegolf dient als excuus om de beelden een zomerse toets te verlenen.

Stijlvol alleen

Veel shots ademen eenzaamheid: slow motion toont vervreemding; extreem scherpstellen op personages isoleert hen van vage decors. Niet toevallig filmt men acteurs geklemd tussen ruiten en deurposten: typisch melodramatische shots. De stijl blijft steeds gepolijst; ook bij de hachelijke migrantenoversteek, die wel erg braaf oogt.

Toch heeft Swooni scherpe tanden. Als Amadou, radeloos aan de rand van het dakterras, dreigt te springen, zien we achter hem de spiegeltorens van Brussels financiële wijk – een aanklacht tegen mondiale uitbuiting? Wie goed kijkt, ziet meer van dat: de Ivorianen hebben uiteindelijk toch geen papieren, ergo geen rechten? En zal het huwelijk uit een tweede plotlijn standhouden? Geloof ons, donkere wolken pakken zich samen over het zonovergoten Swooni.