“De film is pas af wanneer iedereen hem gezien heeft”

Interview met Benny Vandendriessche en Dirk Hendrikx

Stefan

Drift

Met Drift maakten Benny Vandendriessche en Dirk Hendrikx niet de meest conventionele film. Het duo nuanceert en werkte vooral veel met intuïtie. “Ik hoop dat er zoveel mogelijk mensen bereid zijn zich over te geven aan de film.”

Voordat u Drift maakte draaide u reclamefilms, documentaires en videoclips. Was dit iets totaal nieuws?

Benny Vandendriessche: “Ik denk niet dat Drift een verder bouwen is op een verleden. Er zijn natuurlijk wel vormelijke parallellen, een manier van kijken en de camera hanteren. Maar dit was wel een radicale stap om eindelijk eens iets voor mezelf te doen.”

Het is ook een behoorlijk radicale film.

Vandendriessche: “Het hangt ervan af wat je perspectief is. Het is niet de meest gewone film omdat we veel met stilte werken, omdat we lange shots gebruiken en omdat we het lichaam van Dirk gebruiken als vertelinstrument. Is dat daarom radicaal? Dat lijken mij eerder een soort oerelementen om film te maken. Cinema is toch gewoon beeld en geluid? Misschien moeten we eens nadenken over hoe radicaal cinema geworden is in het beschermen van een vertelsysteem dat altijd hetzelfde is. Hoe radicaal is dat niet? Het is zeker geen experimenteel, intellectualistisch discours.”

Hopen jullie dan ook op een zo groot mogelijk publiek?

Vandendriessche: “Niet zo groot mogelijk. Waar ik op hoop, is dat er zoveel mogelijk mensen bereid zijn om zich over te geven aan de film, om mee te gaan. Beter tien zulke mensen dan duizend mensen die geen moeite willen doen. Het gaat erom hoe mensen er willen naar kijken.”

Hoe is jullie samenwerking ontstaan?

Vandendriessche: “We hebben elkaar meer dan tien jaar geleden ontmoet op een reclameset. Dirk is niet alleen een fantastische performancekunstenaar, hij kan ook heel goed slapstick spelen. We zijn elkaar altijd blijven vinden. Dirk en ik zijn compleet verschillend maar tegelijkertijd zeer compatibel. Dirk is iemand die heel intuïtief is en heel fysiek, en ik vul dat aan door daar richting aan te geven.”

Mottige kop

Was Drift een lange adem?

Vandendriessche: “Vijf jaar. Is dat een lange adem? Als je zo lang je adem moet inhouden wel. Tegelijkertijd vond ik het niet erg dat het zo lang geduurd heeft.”

Dirk Hendrikx: “Zelf was ik bang dat het door die tijd zijn spontaniteit zou verliezen. Het tegendeel was waar: het was een grote verrijking en het oorspronkelijke zit er nog steeds in.”

Vandendriessche: “Bovendien is Dirk in die vijf jaar bejaard geworden. Ik vind het zeer interessant om een bejaarde man die rol te zien spelen.”

Hendrikx: “Ik ben oud, dat wel. (lacht) Het is mooi als je een jong mannetje tien pirouettes ziet maken. Als je dat een oude man zoals ik laat doen - niet dat ik dat doe in de film, want ik kan dat niet - dan is dat veel dramatischer. Geeft veel meer gewicht."

Vandendriessche: "Het is ook een soort echtheid. Cinema gebruikt jeugd vaak op de verkeerde manier. Het is altijd zo voor de hand liggend. Het is toch interessanter om iets te zien wat al geleefd heeft? Het is heel moeilijk om met make-up een mottige kop te maken, nu was hij er vanzelf.” (lacht)

Flow van de film

Waarom hebben jullie voor Roemenië als locatie gekozen?

Vandendriessche: “Dat was een beetje toevallig. We zochten nog ‘een’ buitenland en ik was een paar jaar geleden in Roemenië. Alle elementen die belangrijk zijn in de film, de straathonden, de locaties, de natuur en de oude fabrieksruïnes, hebben een grote indruk gemaakt op mij.”

“In plaats van alles te verzinnen, gebruiken we de realiteit om ons verhaal verder te laten groeien. Zeker de honden: die dragen de film. Soms zijn ze engelen die zich over het personage ontfermen, soms zijn ze gewoon de natuur die onverschillig is. Roemenië telt een enorme populatie aan straathonden. Dat maakte die honden ook heel onafhankelijk, maar vanaf minuut één snapten ze: wij horen nu bij de crew. Die geloofden dat personage en gingen mee met hem. We zijn nooit op zoek gegaan naar een koeltoren waar het personage omgekeerd aan een touw kon hangen. Je komt dat tegen, je kent het personage, je kent de flow van de film, en zo creëer je de beelden.”

Komen er nog samenwerkingen?

Vandendriessche: “Zeker! Maar ik ben er zolang mee bezig geweest en denk daar voorlopig even niet over na. Het is ook nog niet helemaal af. Nu moeten we de film gaan presenteren aan de mensen en ik wil eens zien wat er gebeurt. De film is pas af wanneer iedereen hem gezien heeft. Anders bestaat hij niet, hè?”