Artieste Imge Özbilge is klaar voor Cannes

met haar animatiekortfilm Camouflage

Janne Pieter

Imge maakte deze tekening tijdens ons interview in haar Antwerps appartement.

© Janne Vanhemmens

Met haar animatiekortfilm Camouflage dingt de Antwerpse artieste Imge Özbilge op 26 mei mee naar een trofee op het Filmfestival van Cannes. Bij een kop Turkse thee met koekjes vertelt ze hoe het zover is gekomen.

Imge Özbilge: “Sinds ik ben afgestudeerd, heb ik mijn werk naar heel veel verschillende plekken opgestuurd, zonder er verder veel over na te denken. Je maakt jezelf ook een beetje belachelijk, want ik had echt niet gedacht dat ik geselecteerd zou worden, want ja, het is Cannes. Maar ik dacht: whatever, ik verstuur het gewoon.”

"Ik moest mijn nominatie een maand voor mezelf houden."

Waar was je toen je te horen kreeg dat je geselecteerd was?

“Ik was in Frankrijk toen en zat even tussendoor mijn e-mails te checken toen ik het bericht kreeg. Ik wilde het eerst niet geloven, tot ik ook een officiële uitnodigingsbrief kreeg. Het moeilijkste was dat ik het een maand voor mezelf moest houden, tot aan de officiële persvoorstelling. Ik was dan ook opgelucht toen het eindelijk zover was. Het is veel leuker als je zo’n dingen kunt delen met anderen. (lacht)"

Hoe begin je aan een project als Camouflage?

“Het is een lang proces. Het begint altijd met een klein idee, dat kan een artikel zijn dat je inspireert tot een persoonlijke gebeurtenis, zoals bij Camouflage het geval was. Dat verhaal heeft eerst een tijd moeten rijpen in mijn hoofd tot ik uiteindelijk besloot het neer te schrijven. Dat was in 2013." 

 

Camouflage is uiteindelijk een animatiefilm van zes minuten geworden, maar hoeveel uren werk steekt daarin?

“Uren? Geen idee, want ik was er over een periode van meer dan twee jaar mee bezig. In het eerste jaar van mijn masteropleiding aan het KASK was ik vooral bezig met het concept en het schetsen van personages, want ik wilde een zo uniek mogelijke wereld creëren.”

“In het tweede masterjaar begon ik dan met de productie zelf. Dat gaat in drie delen. Eerst doe ik alles op papier. Daarna scan ik alles in en creëer ik mijn scènes in Photoshop, een beetje zoals een digitaal theaterdecor. Daarna plaats ik alles in After Effects waar ik de personages ook echt kan animeren.”

 

"Als je veel verhuist, leer je om goed te observeren. Dat komt nu van pas."

Je groeide op in Oostenrijk en Turkije. Hoe heeft dat je beïnvloed als artiest?

“Vaak verhuizen dwingt je om dingen in vraag te stellen. Je neemt gebruiken mee uit een cultuur, die anders zijn op de nieuwe plek waar je gaat wonen, waardoor je stilstaat bij dingen die anders misschien nooit in je zouden opkomen, omdat je er te gewoon aan bent. Zaken in vraag stellen is voor elke artiest een goed vertrekpunt.”

“Als je veel verhuist, leer je ook om goed te observeren. Je moet je telkens opnieuw aanpassen aan een nieuwe omgeving en cultuur leren kennen. Dat observatievermogen is een kwaliteit die erg van pas komt als artiest.” 

Wat zijn je observaties over België?

“De kunstscène hier is fantastisch. Je wordt met respect behandeld en mensen nemen de tijd voor je, wat ik heel erg apprecieer." 

“Toen ik hier pas was ging ik naar een performance kijken van een muzikant die op een podium improviseerde, terwijl een kunstenares schetsen maakte die op de muur geprojecteerd werden. Het was gewoon een soort experiment, maar de zaal zat vol en iedereen was stil en keek drie uur lang met veel respect toe hoe zij schilderde en hij muziek speelde. Dat heb ik nog nooit ergens anders dan in België meegemaakt."

Zijn er Belgische artiesten waar je naar opkijkt? 

“Er zijn hier zoveel geweldige artiesten. Dat is ook een van de redenen waarop ik hier wilde studeren. Ik hou erg van het surrealisme van Magritte. Ensor is geweldig. Ik hou erg van de personages die hij creëerde en zijn kleurenpallet. Dat staat heel erg ver van het mijne, maar net daarom werkt hij inspirerend. Ik hou ook van het werk van Luc Tuymans."

“Er zijn ook veel goede, jongere artiesten, zoals Dennis Tyfus. Zijn tekeningen zijn heel persoonlijk en hij combineert veel verschillende media. Brecht Evens en Brecht Vandenbroucke zijn twee compleet andere artiesten wiens werk ik erg goed vind. En zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan.”

"Als tiener in Oostenrijk tekende ik met vriendinnen een manga-reeks over onszelf."

Was je als kind ook al zo geïnteresseerd in tekenen? 

“Ja, mijn mama is zelf een artieste. Er lagen thuis altijd wel dingen rond te slingeren om mee te schilderen of knutselen. Het was niet echt een bewuste keuze, ik experimenteerde gewoon met alles wat me werd toevertrouwd, van fimo tot verf.” 

Wat is de leukste jeugdherinnering die je hebt rond tekenen? 

“Als tiener in Oostenrijk had ik een groepje vriendinnen. We waren heel erg into anime en manga, dat was erg populair. Elke maand als er weer een nieuw album uit was van de manga-reeks die we volgden, kochten we die snel om dan samen te lezen. Maar we hadden ook onze eigen manga-reeks die we zelf tekenden, met personages die onszelf voorstelden. Dan verzonnen we eigen avonturen uit het dagelijks leven, die we dan aan elkaar lieten lezen. Dat was echt een geweldige periode die ik nooit zal vergeten. Ik heb mijn eigen albums nog steeds."

 Je bent nu genomineerd voor een award op het Filmfestival van Cannes, heb je al gedacht aan winnen op 26 mei?

(lacht) Eerlijk? Nee, het is geweldig dat ik geselecteerd ben voor het festival. Maar er zijn nog vijftien andere fantastische kortfilms genomineerd, waarvan er slechts twee animatiefilms zijn. Dat maakt het moeilijk om te vergelijken, daarom denk ik ook nog niet aan winnen.”

 

Imge's drie ultieme tips

Zelf ambities om het tot animatiekunstenaar en/of nominee op het Filmfestival van Cannes te schoppen? Check hier Imge's drie ultieme tips:

 

Benieuwd of Imge haar nominatie binnenhaalt in Cannes? BILL-reporter Janne is erbij op het Filmfestival. Volg haar op de BILL-site, facebook, twitter en Instagram