Waarom deze klassiekers op FilmFest Gent spelen

Het filmfestival in Gent loopt van 9 oktober tot 19 oktober 2018

Brecht Vissers

Het Filmfestival van Gent serveert je elk jaar enkele filmklassiekers waarbij je de kans krijgt om relevante films te bekijken die je niet meteen online vindt. Voor wie van niets kent van de hoofdschotel aan films van 2018 gaat: we snappen het. Daarom maakten we deze korte introductie.

Come and See - Idi i smotri (1985)

Een jongen in Wit-Rusland vindt een geweer, waarmee hij in al zijn naïviteit bij een militie terechtkomt die het platteland wil beschermen tegen de beestachtige wreedheden van de nazi’s. Al zal de manier waarop die wreedheden in beeld zijn gebracht je nog jaren achtervolgen. En jonge mensen die willen vechten en daar gedesillusioneerd uitkomen? Dat blijft altijd relevant.

Deze anti-oorlogsfilm dateert van een moeilijke periode voor de Sovjet-Unie, waarin sociaal-economische hervormingen ontstaan die de Unie meer op een democratie doen lijken. Maar wat hebben die saaie woorden met film te maken?

Filmmakers kregen ook meer vrijheden. Vroeger was alles wat niet strookte met de partijgedachten strafbaar in de Sovjet-Unie. Dat gold ook voor kunstvormen waarin teveel experiment en artsyfartsy zever verweven zaten. De prachtige cinematografie van deze film en de surrealistische kwast waar daarvoor alleen Andrej Tarkovski mee wegkwam, gaan daar alvast tegenin. Verder is de film wel een klassiek Sovjetverhaal met good guys (de Sovjets of Russen) en bad guys.

Vertigo (1958)

Als je jezelf afvraagt waarom personages in David Lynchfilms opeens blond worden en waarom Twin Peaks zo innemend en vreemd is, is het antwoord simpel: deze film van Alfred Hitchcock. De film zet je zo vakkundig op het verkeerde spoor, telkens weer opnieuw, dat je jezelf begint af te vragen of al die technieken die Hitchcock voorlegt, niet hedendaags zijn. En als je gewoon een goeie mysteriefilm ziet, dan blijft die vandaag nog overeind. And then some. Sommigen durven het zelfs de beste film aller tijden noemen.

Maurice (1987)

Queer cinema werd vroeger nogal luw ontvangen. De term zelf is eigenlijk al verdelend. Als je tegenwoordig door dvd’s en blu-rays rommelt in de klassieke fysieke winkel, wordt dat onderscheid nog altijd gemaakt. De queer cinema staat daar, de rest hier. Bullshit, natuurlijk.

Tijd om die muren open te breken, want ondertussen zijn films zoals Call Me By Your Name en Brokeback Mountain zo mainstream, dat het zonde zou zijn ze ergens in een hoekje te duwen. Zo ook bij Maurice: een charmante prent over leven in de schaduw als homoseksueel in het begin van de twintigste eeuw. Het is licht gebracht, zodat het bijna een romcom lijkt. Dat kan natuurlijk ook aan de aanwezigheid van Hugh Grant liggen. Steek deze maar in de classicsbak.

Miklós Jancsó

Deze intussen overleden Hongaarse regisseur misstaat niet op de affiche van FilmFest Gent. Het thema van deze editie is dan ook Hongaarse film. Van Jancsó worden vijf films vertoond, uit de sixties- en seventiesperiode van de regisseur: The Confrontation, The Red and White, Red Psalm, The Round-Up en Winter Wind. Tijdens zijn leven waren zijn films niet te zien in de zalen in het Nederlandstalig taalgebied. Zonde, vonden ze in Gent.

Zijn films draaien rond het misbruik van macht en geweld en onderwerping, vaak gesitueerd in de leegte van Hongaarse vlaktes. Ze voelen op het eerste zicht afstandelijk en gevoelloos aan, doordat Jancsó alles abstract maakt. Ze zeggen iets over de bewogen Hongaarse geschiedenis, over de mens en dus de aard van het beestje en - gezien de tumultueuze politieke situatie in Hongarije - iets over het nu.