Last call: Boyhood

Waarom je je nu naar de bioscoop moet reppen om deze soon-to-be klassieker te aanschouwen.

Bo

boyhood-teaser-poster.jpg

Twaalf jaar in de maak

Elke bioscoopbezoeker - ongeacht leeftijd, geslacht of inherente verlangens - wil "leven" zien. Leven die op punt staat beroofd te worden, zich vermenigvuldigt na een ontmoeting met ander, of zelfs zoals het zou kunnen geweest zijn. De makers van Boyhood bleken heel ambitieus om dat concept te grijpen.

Boyhood is - u kan het al raden - een film die over "leven" handelt. Een film die zijn tijd neemt - zo'n volle twaalf jaar - om het de kans te geven haar op de meest pure en waarheidsgetrouwe wijze in de personages te laten settelen. 

We volgen een zekere Mason (Ellar Coltrane) van zijn kindertijd tot de jonge volwassenheid. Voor de easy to please kijker stopt het verhaal daar (omstandigheden laat ik welbewust achterwege, u neemt me dat in dank af). Voor diegene die graag verder denkt dan het scherm groot is, schuilen er nog uren denkwerk lang nadat de vertoning tot zijn einde is gekomen.

Tijd is rijkdom

Ook al voelde ik niet de minste neiging om op het puntje van mijn stoel te gaan zitten, het zette me wel aan het denken. Richard Linklater 's pareltje was rijk aan tijd en sober aan Hollywoodclichés (wat hem - zo bleek - in dank afgenomen werd, als we alle prijzen die het al won in beschouwing nemen) en kon je zo'n drie uur, zonder polsopheffingen of verveelde blikken naar de buur, in de mazen van zijn realistisch net houden. 

De regisseur besliste om één leven weer te geven in plaats van een moralistische kijk op hét leven, en daarbij gelukkig voice-overs, die op een prekerige manier algemene waarheden verkondigen, achterwege latend. 

Ik liep de zaal dan ook uit zonder zwaar geïntrigeerde blik door Masons levensloop maar stelde me eerder vragen over het mijne, en dat, mijn beste BILL-fanaat, kan niet anders dan een welgemeende „touché" aan het adres van Linklater behelzen.