Project Rabot

Als sardienen in een blik rot worden

Marie Van Oost

Sociale woonblokken zijn een opeenstapeling van de meest diverse verhalen. In Gent hebben de woontorens aan het Rabot al veel stof doen opwaaien vanwege hun interessante sociale geschiedenis en hedendaagse problematiek. En dat hebben ook filmmakers en fotografen gemerkt. 

Het Rabot is een Gentse multiculturele wijk die aan het einde van de negentiende eeuw opkwam dankzij de bloeiende textielindustrie. Vandaag heeft het Rabot de grootste bevolkingsdichtheid van Gent: bijna 10.000 inwoners per vierkante kilometer. Dat cijfer kan gemakkelijk gelinkt worden aan de drie voormalige fameuze appartementstorens naast het vernieuwde gerechtsgebouw. In 2009 besliste de sociale huisvestingmaatschappij WoninGent om de appartementsgebouwen te slopen, aangezien de mankementen in de appartementen te groot bleken om nog tot renovatie over te gaan. De massieve blokken telden samen 573 sociale woonappartementen, en werden gebouwd met het doel om zoveel mogelijk mensen aan een degelijke prijs een dak boven het hoofd te kunnen bieden. Het lijkt een nobel idee, maar in de praktijk ging het vaak minder vlot. Veel van de Rabot-bewoners kampen met psychosociale of financiële problemen, en worden amper begeleid, vertelt bewoner Patrick. “Ze smijten hier probleemgevallen binnen, volgen ze op voor enkele maanden en laten die mensen dan volledig aan hun lot over. Niet moeilijk dat het daarna vaak grondig fout loopt.” 

 © Chelsea Bulteel

De combinatie van hun sociale diversiteit en hun sprekende taferelen maken van de torens een zeer populair onderwerp voor documentaires en reportages. In januari verscheen Rabot in de zalen, een documentairefilm van Christina Vandekerckhove (39), waarin ze een portret maakt van de bewoners en hun laatste dagen in de blokken. “Het idee op zich is inderdaad niet zo fris. Documentaires over sociale woonblokken, daar kan je ‘t straat mee leggen, bij wijze van spreken.” Voor de regisseur was het feit dat de blokken moeten verdwijnen de doorslaggevende factor om de film te maken. “Dat vergankelijke creëert een soort dramatisch effect dat mij erg intrigeerde. Als ze niet tegen de vlakte hadden gemoeten, had ik geen film gemaakt.” 

© Chelsea Bulteel

Ook bij de bewoners maakt de ruiming van de blokken veel emoties los. Bij Patrick zal het pijn doen als zijn blok, die als enige nog rechtstaat, verdwijnt. “Ik ben 57 jaar oud, maar wees er maar zeker van dat ik traantjes zal wegpinken.” Christina beaamt dat de blokken een grote symbolische waarde hebben, en volgens haar verdwijnt er ook een stukje Gent wanneer de blokken er niet meer zullen zijn. Ze vond het daarom interessant om die drijfveren van het stadsbestuur te onderzoeken in haar film, bijna alsof het Rabot een soort schandevlek was geworden in Gent. Al benadrukt ze wel dat ze met haar film geen aanklacht wilde maken: “Het is nooit mijn bedoeling geweest om een maatschappijkritische film te maken, dat laat ik over aan journalisten.” Christina wou vooral een waarheidsgetrouw portret maken. “De blok is mijn hoofdpersonage en die wordt ingevuld door de bewoners. Het is een soort van raamvertelling geworden.”

© Chelsea Bulteel

Naast Christinas film die binnenkort uitkomt, zijn er nog talloze andere projecten die het leven zoals het is in de Rabottorens willen uitbeelden. Sinds het nieuws dat de blokken zouden verdwijnen, dralen de journalisten rond de blokken als bijen rond een pot honing. Fotograaf Pieter Lozie was een van de eersten om de gebouwen onder de aandacht te brengen, met zijn iconische kleurrijke foto van een van de leegstaande blokken, waar de appartementen abstract en haast onherkenbaar worden  geportretteerd. Fotografe Chelsea Bulteel (28) ging verder dan de massieve buitenkant, en maakte een reportage over de bewoners van de Rabottorens. Het aantal studenten of andere nieuwsgierigen die naar het Rabot trekken om een verhaal te vertellen, zijn amper nog bij te houden. Maar wat maakt dan dat er zoveel reportages gemaakt worden over het Rabot?

"Mensen kijken graag aapjes, maar het Rabot is allesbehalve een dierentuin"

“Omdat mensen graag aapjeskijken”, denkt Christina, “tot grote frustratie van de bewoners.” Door de vele kijklustigen krijgen ze het gevoel dat ze een kijkobject zijn in een dierentuin. Vaak hebben ze dan ook nog maar weinig geduld als er camera’s in de buurt zijn. Christina kwam maandenlang elke dag naar de blokken, om de bewoners te leren kennen op een persoonlijk niveau. “Ik heb die film mogen maken omdat ik er zoveel tijd en energie in heb gestoken en duidelijk heb gemaakt dat ik gaf om die mensen.” Ze begrijpt dat de air van verloedering en leegstand aantrekkelijk is voor fotografen of journalisten, maar ze begrijpt evenzeer dat dat niet in goede aarde valt bij de bewoners. “Ik heb ze soms horen zeggen: “Wie zijn wij nog?”, en ik kan ze eerlijk gezegd alleen maar gelijk geven.” 

 

© Chelsea Bulteel

“Weet je, de sociale huisvesting probeert ook maar zo goed mogelijk haar best te doen”, pleit Christina. Maar ze denkt wel dat de maatschappij misschien meer zorg moet dragen voor bepaalde mensen. “Er moet een andere manier van samenwonen bestaan voor mensen met zodanig veel verschillende uiteenlopende problemen. We zetten ze allemaal bij elkaar, mensen die heel hun leven hebben gewerkt en die nu op pensioen zijn, mensen met psychische problemen, mensen met een verslaving, mensen met chronisch geldgebrek.” Dat die manier van samenleven daar niet echt gelukt is, is het enige dat Christina kan of wil concluderen. “Ik ben geen socioloog of antropoloog. Ik kan ook geen pasklare oplossing geven voor het probleem.” Met haar film wil de regisseur aantonen – registreren, niet oordelen – dat het Rabot-project een beetje mislukt is. Niet alleen de gebouwen zelf zijn kapot, maar het idee erachter ook. “Het is niet voor niets dat de torens tegen de vlakte gaan. Dat is iets dat in mijn film vervat zit.”

© Chelsea Bulteel

Zijn alle gelijkaardige sociale huisvestingsprojecten dan gedoemd om fout te gaan? Fotografe Chelsea Bulteel denkt van wel. “De wijk Rabot is op zich al een smeltkroes van zoveel culturen en gewoontes. De versmelting van al die verschillende mensen met zoveel andere achtergronden op de kleine oppervlakte van zo’n appartementsgebouw, dat is een bron voor conflicten.” Toch is die diversiteit niet de oorzaak van de conflicten in de woontorens. Volgens Chelsea is het grootste probleem het gebrek aan controle en begeleiding.In die woonblokken is er vaak maar één verantwoordelijke voor alle 300 appartementen. Als enige conciërge, die waarschijnlijk zelfs geen sociaal-maatschappelijke opleiding heeft gehad, kan je dat niet allemaal in de gaten houden.”

"In een appartementsgebouw zijn er veel donkere hoekjes en dat nodigt soms uit tot criminaliteit" 

Maar gelukkig kunnen er oplossingen bedacht worden. Chelsea groeide op in de Gentse sociale woonwijk Malem en hoewel zij het als kind nooit lastig heeft gevonden om in een sociale woning te wonen, begrijpt ze nu – door de fotoreeks te maken over het Rabot –waarom dat vaak zo problematisch is. “In Malem is het veel opener. Dat is een wijk met gewone huizen, waar veel meer sociale controle is. Bij een appartementsgebouw zijn er veel donkere hoekjes en kantjes en dat nodigt uit tot criminaliteit.” Net om die reden is laagbouw volgens haar een beter idee. “Een appartementsblok waar zowel oudere mensen als sociale randgevallen wonen, verschillende generaties en culturen door elkaar, die elkaar dan kunnen helpen… de oorspronkelijke plannen klinken idyllisch, maar zijn gewoon niet realistisch”, beseft Chelsea nu ook. “Zulke complexe sociale verhoudingen moeten op de voet gevolgd en begeleid worden, en daar zijn middelen noch tijd voor.” Een alternatieve oplossing is om die grote diversiteit meer te spreiden, en zo letterlijk meer ademruimte te creëren. Daarom klinkt laagbouw voor Chelsea als een stap in de goede richting.

 © Chelsea Bulteel

Christina is er alleszins van overtuigd dat het niet één en al miserie is. “Er gebeuren daar ook heel veel leuke dingen, en heus niet alle bewoners hebben zware problemen.” Ze wou dan ook absoluut geen dramafilm maken. “Ik hou enorm van situaties observeren en die zo clean mogelijk in beeld te brengen.” Christina kiest er bewust voor om niet te veel ballast in haar beelden leggen. “Zo stuur je de kijker te veel. Ik heb ervoor gekozen om geen camerabewegingen te gebruiken, maar heel strak te filmen, waardoor je een afstand creëert en het ook behapbaar is.”