Confessions of a millennial: Hotel Mama

Een wekelijks onderzoek naar de gewoontes van de y-generatie.

charlotte

Ik ben geboren in 1993 en behoor tot de generatie Y. Mijn leeftijdscategorie wordt gedefinieerd als onzeker en sociaal mediageil. We drinken allemaal hippe koffie in nog hippere koffiebars. Zielig? Wekelijks zal ik een y-aspect onder de microscoop leggen.

Wie van jullie verblijft in Hotel Mama? Komaan, niet verlegen zijn. Het is dat hotel waar je eenmaal incheckt, waar elke week de pot hetzelfde schaft en waar kamermeisjes niet kloppen. Dat hotel waar je sinds je geboorte al woont. Dat hotel waar je maar niet kan uitchecken. 

Ik vertel niet snel aan mensen dat ik bij mijn ouders woon. Vaak schaam ik me daarvoor. Dat klinkt in de oren van een ander altijd kinderachtiger dan je denkt. Zeker als die ander een aanstaande lover is van 32 die al jaren alleen woont. Jammer. Maar bij je ouders wonen als twintiger is normaal, het is comfortabel, ook al weten we allemaal dat er iets beters bestaat.

Toch leef ik absoluut niet op mijn gemak meer in mijn mama’s hotel. Ik leef volgens duizend regels en commentaren. Ben ik alleen?

Wat is er dan zo verschrikkelijk aan thuis wonen? Benen onder tafel en je hebt eten. Benen omhoog en het huis is weer proper. Maar wat met privacy? Er gaat geen dag voorbij zonder dat er iemand binnenvalt als ik de badkamer gebruik. Of dat mijn brieven al open zijn voor ik ze aanraak. En wat met vrijheid? Het is niet zo simpel om vrienden uit te nodigen aangezien mijn ouders ’s avonds steevast de huiskamer bezetten. Ik moet ze letterlijk twee maanden op voorhand waarschuwen dat er volk komt. 

Een dag zonder mama’s commentaar is een dag geleefd.

"Hoe schil jij nu die appel? Zo doe je dat toch niet."  Ach wat zou ik doen zonder mijn moeder. Dan zou ik appels fout schillen. Een ramp. Een dag zonder mama’s commentaar is een dag geleefd. Wat ik ook doe, ze viseren mij hier. "Voorzichtig met je kop thee!", "doe iets aan je voeten!" en "wees op je hoede op de baan!" En laat ik beneden iets achter, ligt dat exact vijf seconden later boven op mijn bureau. Het is net magie. 

Hotel Mama

Vaak droom ik van een eigen appartement. Een wit geschilderd pand met grote ramen en een balkonnetje in de ochtendzon. Een plek waar ik eet en draag wat ik wil. En ik kan er lang, luid en ongestoord naar muziek luisteren. Het leven KAN mooi zijn als je alleen woont. En door het gebrek aan te veel family time verlopen de gesprekken met je ouders plots ook veel vlotter (en vriendelijker). 

Deze week gaven mijn ouders toe: "we weten wel dat het tijd wordt voor je eigen stekje. Wij twee woonden tenslotte al lang samen op jou leeftijd." Bedankt. Nu schaam ik me behalve voor mijn huidige woonsituatie ook nog eens voor mijn burgerlijke stand.

Maar dan besefte ik plots: alleen wonen betekent ook geen hulp meer van mijn ouders. En dan specifieker: van mijn moeder. Het orakel. De allesweter. Een vlekje hier, een raar autogeluidje daar, mijn fototoestel dat moeilijk doet of mijn maag die vreemde geluiden uitstoot. Zij weet de oorzaak of de oplossing.

Geen rekeningen, geen was en ondertussen heel wat geld sparen. (Als je niet werkloos bent.) Het is hier zo slecht nog niet. De commentaren en regels van mijn ouders tolereer ik voorlopig nog even. Ook al wil ik soms hun mond dichtnaaien, eigenlijk bedoelen ze het goed. Binnenkort woon ik alleen en rustig. En als er iets mis loopt kan ik nog altijd het orakel raadplegen. Dan bel ik, zoals elke twintiger die dat niet durft toegeven, naar Hotel Mama. 

Hotel Mama