Confessions of a millennial: Kinderen

Een tweewekelijks onderzoek naar de gewoontes van de y-generatie.

charlotte

"In feite haat ik geen kinderen, ik ben bang van ze."

Ik ben geboren in 1993 en behoor tot de generatie Y. Mijn leeftijdscategorie wordt gedefinieerd als onzeker en sociaal mediageil. We drinken allemaal hippe koffie in nog hippere koffiebars. Zielig? Tweewekelijks zal ik een y-aspect onder de microscoop leggen.

Het was eigenlijk heel cliché allemaal. Heel ironisch. Valentijn. Brunchen. Koppels (ikzelf uiteraard de uitzondering). Muffins. Sap. Koffie. En er werd gepraat over: baby’s. Maar laat ik je verrassen. Het ging niet over baby’s krijgen (gelukkig). Het ging over baby’s uitstellen.

De tijd dat de plaats van de vrouw in de keuken is, is al lang voorbij en dat zullen mijn vriendinnen geweten hebben. Eerst heb je de liefde, dan de carrière en reizen en dan eventueel het menselijke liefdesobject, het bewijs van de liefde: Een kindje. Zelfs onze eigen moeders steunen ons in die beslissing.

"Eerst heb je de liefde, dan de carrière en reizen en dan eventueel een kindje."

Ik kijk rond en ik ben trots op deze "vrouwelijke rebellie". Mijn vriendinnen hebben ambitie en staan realistisch in het leven. Een fulltime job en de perfecte mama zijn, is een moeilijke combinatie. Dat beseffen we maar al te goed. Sommigen van voorgaande generaties denken dat kinderen accessoires zijn. Ouders droppen hun kinderen voor openingstijd in de crèche om dan samen een dagje te gaan squashen en hun ziel te gaan verkopen in de sauna. Een kind zet je niet op pauze. Dat weten wij precies beter.

Ikzelf wil geen kinderen. Ik heb ze nooit gewild. Of misschien toen ik zeven was en spelletjes speelde met een elastiek die je rond je vingers haakte en je aanwees welk geslacht jouw kind zou hebben. Kinderen en fantasie. 

"In feite haat ik geen kinderen, ik ben bang van ze."

Niemand heeft ooit begrepen wat mijn probleem is. "Wacht nog vijf jaar, dan zeg je iets anders." Dat zeggen ze al lang. Ik heb zelf niet zo’n fijne jeugd gehad. Kinderen kunnen naast fantasierijk heel onmenselijk zijn. Alleen al de gedachte dat ik iets op de wereld zet met mijn genen en misschien met een grotere kans op gepest worden, vind ik afschuwelijk. Niet dat je dat aan genen kunt wijten uiteraard. 

Sindsdien wil ik geen kinderen. Vanaf mijn twaalfde was ik overtuigd van één ding: ik wil carrière maken en ik wil reizen. Huisvrouw worden is mijn allergrootste nachtmerrie. Afhankelijk zijn van een man en van zijn inkomen en zelf wat zitten slabakken en taart bakken terwijl mijn kinderen op school zitten? Om te huilen, vind ik dat. Ik zou me machteloos voelen. Een gevangene in een schort.

Ik vraag me wel vaak af hoe mijn kind zou zijn. Ik ben bang dat hij of zij ongelukkig zal zijn. Ik ben bang voor elke beslissing die ik zou maken. Gaat hij of zij naar de muziekles of naar de Chiro? Elke beslissing vormt mee de persoonlijkheid.

Verder ben ik bang van mijzelf. Wanneer mijn nichtjes hier logeren, de enige kinderen in het universum waar ik van houd, ruim ik hele dag achter hen op. Ik hou niet van chaos. Ik ben een controlefreak. Ik ben bang dat het kind mij gaat haatten. 

In feite haat ik geen kinderen, ik ben bang van ze. Als ik een kind krijg, ga ik mij ongetwijfeld enorm verbonden voelen met dat kereltje. Dat maakt me bang. Ik zal leven voor hem en voor niets anders. Dan weet ik zeker dat ik mijn geloof drop en mijn carrière stopt. En dan zal ik onbewust mijn eigen nachtmerrie gerealiseerd hebben. 

Maar gisteren ging ik op bezoek bij mijn nichtjes, de allerbraafste kinderen ter wereld. De liefdes van mijn leven. Na dansen op 10.000 luchtballonnen, heen en weer rennen en buiten de lijntjes kleuren was het bedtijd. Samen met tantelief stopte ik die twee kleine dames onder. Mijn hart smolt een beetje. Zachte pyjama’s, zachte dekens en nog zachtere stemmen. Dit is hoe het voelt om mama te zijn. En eigenlijk was het zo eng nog niet.