Hulpeloosheid voor gevorderden: Avonturen van een ochtendmens

column

Maxime De Ruyck

Ze heeft nog steeds geen rijbewijs, begint lichtjes te panikeren bij de gedachte aan telefoneren en ze krijgt met moeite een Capri Sun open. Maxime is 22 en moet volwassen worden, maar heeft geen idee hoe.

Ik ben een ochtendmens pur sangIk sta met liefde op voor de rest van de wereld. De sociale prijs die ik ervoor moet betalen, is dat er na 22u met mij geen land meer te bezeilen valt. Ik kan de keren niet tellen dat ik knikkebollend op café zat, met half gesloten ogen starend naar de kaars op tafel.

Mijn interne klok is perfect afgestemd op mijn introvert karakter en bijhorende sociale batterijen van dubieuze kwaliteit.

 "Maar dat is toch niet leuk? Al zo vroeg wakker zijn en er is nog niemand anders op om samen dingen mee te doen?"

Laat dat nu net het concept zijn.

Mijn kot kijkt uit op een idyllisch bospad richting een belachelijk idyllisch meer. Drie keer raden wie er 's ochtends, terwijl de hemel met moeite grijs begint te kleuren in het oosten, met pretlichtjes in de ogen banjert door de gevallen bladeren en het kniehoge slijk? Een gelukkig ochtendmens.

Van zodra ik om de bocht ben en het studentenverblijf buiten gehoorsafstand is, trek ik mijn keel open en begin ik vrolijk te zingen. 

Maar ik ben zo bang van de boze wolven

's Winters rond je huis

En denk je dan aan de zomeravond

Toen ik bij je was

 

Ik antwoord mezelf vrolijk dat er hier wel geen wolven zullen rondlopen. Hoop ik. Ik verlaat het pad - sorry, mama - en spring als een dartele hinde over boomwortels en wurm mezelf door de struiken. Ik kom uit op een open plek aan de oever van het meer. Dat ligt nog half verborgen onder de nevel. Ik ga zitten op een halfvergane roeiboot en kijk naar het oosten. De zon piept boven de bomen uit en laat de boomtoppen baden in roestbruin licht. De gouden stralen werpen zich languit over het water en verjagen zo de mist. De laatste nevelslierten glippen speels tussen mijn enkels door en lossen dan op tussen de berken.

Ik neem mijn thermos en schenk mezelf een koffie in, terwijl de opzettende wind mijn ogen laat tranen. De golven klotsen tegen de rotsen. Koffie, de stilte van het bos en het gouden water.

"Finland funland", glimlach ik. "Maar vooral mooi land."

"Als ik mijn lamentabele evenwichtsgevoel wat meer zou vertrouwen, zou ik van puur geluk willen huppelen, maar ik zou natuurlijk degene zijn die haar benen breekt op een rijmplek."


Kun je nagaan hoe groot mijn  kinderlijke glimlach is wanneer ik de volgende ochtend zie dat het aan het sneeuwen is? Sneeuw. In oktober. Laat dit even tot je doordringen. Ik blijf gefascineerd door het raam kijken met een deken om mijn schouders geslagen. Op deze momenten zou een schommelstoel echt niet mogen ontbreken. 

De sneeuw licht eerst nog oranje op in de gloed van de straatlantaarns. Van zodra die uitgaan en de schemering inzet, wordt hij grijs. De dwarrelende vlokken mengen zich met het licht en mijn kamer baadt in een zacht schijnsel. Ik kijk even weg van het schouwspel en kijk naar mijn nostalgische DDR-appartement met vlakke witten muren. Vandaag lijken ze zelf licht te geven. Zo'n strak Scandinavisch interieur komt dan toch vooral tot zijn recht wanneer het sneeuwt.

Ik kleed me warm aan, enkel mijn ogen en wat leeuwenmanen zijn nog zichtbaar. Ik weet niet waar ik het vrolijkst van word: het zacht tikkende geluid van de vallende sneeuw of van het geknerp onder mijn voeten. Als ik mijn klungelige benen en lamentabele evenwichtsgevoel wat meer zou vertrouwen, zou ik van puur geluk willen huppelen, maar ik zou natuurlijk degene zijn die haar benen breekt op een rijmplek. In België noemen ze mij al eens liefkozend "Kapitein Kluns." 

In het veld zie ik in de verte ons Daisy met haar roze jas en Deense Dog van het kaliber strijdros. Ik heb geen flauw benul hoe Daisy echt heet, maar elke ochtend zie ik haar wandelen. Vraag me alsjeblieft ook niet hoe ik op "Daisy" ben gekomen.  

Twee paar voetsporen, van Daisy en haar hond, tekenen zich af in de sneeuw. Ik loop een eindje in het platgedrukte koren en maak daar mijn eigen spoor, ik wil dat van hen niet verstoren. Ik verdwijn tussen de bomen en blijf minutenlang turen hoe de sneeuwvlokken om elkaar heen walsen tussen de boomtoppen.

"Tot nu toe was ik alleen gewend aan de Belgische kwakkelwinters waarin zeldzame sneeuw al na een halve dag wegspoelt met de regen."

Ik blijf de hele dag met een half oog uit het raam kijken. Jaja, ik ben in Finland en wanneer ik terugkeer naar huis, zal ik geen sneeuw meer kunnen zien tot het einde van mijn dagen. Maar tot nu toe was ik alleen maar gewend aan de Belgische kwakkelwinters waarin zeldzame sneeuw al na een halve dag wegspoelt met de regen. 

"Het onderste uit de kan halen, De Ruyck!" zeg ik 's avonds tegen mezelf en ga opnieuw naar buiten.

Ik sta onder een straatlantaarn en volg de dwarrelende sneeuwvlokken. Mijn blik fixeert zich telkens op een sneeuwvlok en volgt hem tot hij de grond raakt. Dan zie ik de schaduw van de neervallende sneeuwvlokken in het licht. Ik blijf er gefascineerd naar staren. Ik blijf zo lang staan dat er een fijn laagje sneeuw op mijn schouders blijft liggen.

Ik wandel langzaam terug naar huis, meeneuriënd met Moonlight Serenade. Ik denk niet dat ik snel zal uitgekeken raken op de sneeuw.

 

De volgende ochtend is heel wat minder idyllisch wanneer ik mijn fiets door de sneeuw probeer te manoeuvreren. Ik geef onbedoeld een spoedcursus "De Betere Vlaamse Krachttermen" aan het Finse kleuterklasje dat op sneeuwuitstap is.

Het leven is zoals wandelen door de sneeuw: een afdruk, hoe tijdelijk ook, achterlaten op een wit en onbeschreven blad. 

 

Lees hier alle columns van Maxime.