Hulpeloosheid voor gevorderden: Bowie the Bee

column

Maxime

Ze heeft nog steeds geen rijbewijs, begint lichtjes te panikeren bij de gedachte aan telefoneren en ze krijgt met moeite een Capri Sun open. Maxime is 22 en moet volwassen worden, maar heeft geen idee hoe.

Op een vrijdagavond voeren roommie Jules en ik één van onze modernistische dansen uit om in ons piepklein keukentje samen soep en fruitsla te maken zonder dat er doden vallen. Ik weet niet hoe het met jou zit, maar mijn vrijdagavonden worden steeds wilder nu ik op Erasmus ben. 

“Watch out, Max. There is a bee in your hair!” Ik verroer me niet tot ze het diertje uit mijn leeuwenmanen heeft kunnen bevrijden. “It thinks you are a flower!”

“At least, I am attractive to something,” monkellach ik.

We houden een filosofische discussie of onze nieuwe roommate nu een mannetje of een vrouwtje zou zijn. Al snel zijn we het erover eens dat we het op z’n minst een naam moeten geven:

"Bowie the Bee"

We staan in tweestrijd. Laten we Bowie bij ons wonen of laten we hem vrij, de wildernis in? Het is nu vijf graden, Bowie vriest binnen de kortste keren dood. Aan de andere kant, het begint met een bij en voor we het weten hebben we een eland, drie wolven, zeven Canadese ganzen en een dwergschildpad geadopteerd. Ons keukentje van 0,75 vierkante meter kan verbazend veel hebben, maar dat niet. 

We sussen ons geweten met de fantasie dat Bowie een gedistingueerde bij is en waarschijnlijk wel ergens een driedubbel geïsoleerd herenhuis heeft met een uitgelezen wijnkelder, puike bibliotheek en permanent brandende open haard. 

We vangen Bowie in een tupperwaredoosje en gaan ermee naar buiten. Ik laat op Spotify Space Oddity afspelen. 

Jules opent het doosje, Bowie schiet uit volle kracht omhoog en blijft vrolijk rondcirkelen in het licht van de straatlantaarn. We kijken hem na totdat hij in het duister verdwijnt, vol overgave meezingend met  Space Oddity.

Jules slaat haar arm om mijn schouders. “Jesus is watching us. All of our sins are forgiven. Tomorrow, he stands at our door and takes us to the Kingdom!” 

Onze lach en David Bowie weergalmen door de nacht.

De volgende dag zeg ik van harte "foert, zwijg en eet een steen!" tegen de wereld en nestel mij in de zetel met koffie, de krant en vooral een pakje dinosauruskoeken. Er is geen woord van overdreven wanneer ik zeg dat ik mijn bloedeigen mama zou aangeven voor een pakje dinosauruskoeken. Wat koffie betreft, dat is de warmte die mijn hart ontbeert.

Omdat mijn leven nu eenmaal ontzettend zwaar is, wordt er geklopt op de deur. Ik denk aan de woorden van Jules. De wegen van de Heer zijn ondoorgrondelijk, maar als Hij tussenkomt in mijn zaterdags onderonsje met de weekendkrant, koffie en dinosauruskoeken, loopt Hij vooral mij in de weg. 

Ik slinger mijn lang lijf toch maar recht. Misschien staat mijn goed karma aan de deur,  gemanifesteerd in de gedaante van de liefde van mijn leven. Ik vraag absoluut niet veel, maar ik doe graag aan dagdromen. 

 

"Vraag mij als nobele onbekende ten huwelijk en de kans zit er in dat ik "ja" zeg. Ik zou mij zo slecht voelen om iemand te moeten afwijzen."

 

Twee getuigen van Jehova staren mij vastberaden aan. Want al wat ik wil, is een rustig leven en blijkbaar per definitie te veel gevraagd. 

“Is het omdat ik lesbisch ben?” zucht ik inwendig. Ik verbeeld me dat ik pesterig gegniffel uit de hemel hoor. 

Of ik klaar ben om de liefde van de Heer te ontvangen, vallen ze meteen met de deur in huis. Als ik er mijn koffie en dinosauruskoeken voor moet laten staan, ben ik nergens klaar voor. 

Ik ben te beleefd om “Weest u met z’n allen olijk opgezouten naar het Beloofde Land en laat mij in rust en zonde van mijn dinosauruskoeken genieten!” te blaffen en de deur in hun gezicht te knallen. 

Ik heb het sowieso nogal moeilijk met mensen af te schepen. Vraag mij als nobele onbekende ten huwelijk en de kans zit er in dat ik nog "ja" zeg ook, ik zou mij zo slecht voelen om iemand te moeten afwijzen. Au fond ben ik de slechtste nog niet.

De oudste heeft een kort pittig huisvrouwenkapsel en ziet eruit alsof ze buiten de officiële eredienst op zondag ook graag argeloze zondaars met een bot mes offert op het altaar. De jongste daarentegen – ja, kijk ik ben ook maar een arme zondares van vlees en bloed. 

De radio staat aan en net op dat moment speelt Gloria van Patti Smith: "Jesus died for somebody’s sins, but not mine."

Ik ben zeer vaak toeschouwer van mijn eigen leven. Ik heb mijn haar nog niet onder controle, laat staan dat ik mijn leven in handen heb. Ik onderga de donderpreken van de jehova’s, veins interesse en probeer ondertussen uit alle macht om niet te beginnen headbangen.

Uiteindelijk maak ik de fatale fout om met hen in discussie te gaan. Toch blijf ik tegen iedereen verkondigen dat ik een introvert pur sang ben en nog liever opgegeten word door een beer dan onnodig sociaal contact te maken. Ik heb De Wereld van Sofie gelezen, tegenwoordig is dat al genoeg om jezelf filosoof te mogen noemen.

Had ik beter niet gedaan, degene met het kort pittig huisvrouwenkapsel komt nu goed op dreef en dreigt volop met hel en verdoemenis. 

De Heer lijkt wel een toffe peer, tot je Zijn Liefde afwijst en hem in the friendzone zet. Ik denk aan mijn afkoelende koffie en hou mijn mond. Ze duwt mij een stapel folders in de handen en ik heb weer voldoende papier om gekke hoedjes mee te vouwen. 

De jongste laat dan nog even vallen dat ik altijd welkom ben op hun koffiekransje met taart de volgende dag. Ik verzin ad rem een uitgebreid sociaal leven waarin ik morgen druk, druk, jammer, maar helaas de gangmaker moet gaan uithangen, maar anders graag. 

Ze draait zich nog even om en vertrouwt me met schalkse knipoog nog snel de volgende levenswijsheid toe: "Now, just remember that Jesus loves sinners!”

Heb ik nu touche bij een getuige van Jehova?

Ik staar hen verbouwereerd na en knijp mijn lippen krampachtig samen om niet in lachen uit te barsten. 

Moeders, houdt uw onschuldige schaapjes van kinderen binnen! De herders van de Heer zijn op het vrije pad.

 

 Lees hier alle columns van Maxime.