Hulpeloosheid voor gevorderden: De wetten van galspuwerij

Column

Maxime

Ze heeft nog steeds geen rijbewijs, begint lichtjes te panikeren bij de gedachte aan telefoneren en ze krijgt met moeite een Capri Sun open. Maxime is 22 en moet volwassen worden, maar heeft geen idee hoe.

Om met de deur in huis te vallen: ik mis Finland nog steeds. Ik mis hoe het licht veranderde vlak voor het begon te sneeuwen, de nachtelijke conversaties met Jules en mijn ochtendwandelingen in het veld. En ik mis het gelach van mijn geliefde meute vrolijke Belgen. Ik probeer al dat gemis te verlichten door Gent te herontdekken. In de vier jaar dat ik er op kot zat, ging ik bij valavond vaak wandelen. Van mijn kot aan de Bijloke tot aan Portus Ganda en dan terugkeren via het Prinsenhof. De herrinering aan mijn studentenjaren kleeft aan de kasseien van het Patershol. 

Mijn beste vriend, Brombeer, zit in de blok en ik pendel regelmatig naar Gent om hem van achter zijn boeken te slepen en hem op wat frisse lucht te trakteren. Terugkeren naar België betekent ook dat ik weer naar hartelust met hem kan flaneren langs de Coupure. Je kunt wel veel overbrengen via Skype, maar sommige dingen kun je alleen maar onuitgesproken communiceren. Er zijn nu eenmaal weinig mannen met wie ik gearmd over straat wil lopen.

In mijn eentje leg ik opnieuw mijn vaste wandeling af en merk dat mijn benen nog steeds de weg kennen. Ze hebben alle loszittende stoeptegels onthouden. Brombeer en ik nestelen ons in onze vaste koffiekeet. Voor de vriendelijkheid van de bediening komen we er niet, maar de keuken is er dag en nacht open en de koffie is er warm. En ze hebben er appeltaart aan redelijke prijzen. 

Aan ons vaste tafeltje timmeren we de wereld opnieuw recht. We nemen de kranten door en kijken elkaar fronsend aan. Wij willen veel van het leven, maar er is ook veel in het leven dat ons niet lijkt te willen. De simpele wet van 1 plus 1 is altijd en overal gelijk aan 2, meer vragen wij niet. Waren we maar robots.

Maar wat als wij het nu eens beter zouden doen? Wij, in een absolute machtspositie. Brombeer en Bluespoes, dictators van het universum. De gedachte doet onze wenkbrauwen kronkelen van de pret. "Moeten jullie daarvoor geen politieke ervaring hebben?" merkt de schrandere en kritische lezer hier bedachtzaam op.

Brombeer studeert rechten, met hem kun je niet bekvechten. Bluespoes, zijnde ik, studeert binnenkort af als journalist, dat is tegenwoordig ook al goed voor de titel van Pedante Wijsneus van het Jaar. 'Maar de feiten dan?' denkt de schrandere en kritische lezer. Feiten zijn voor de dutsen. We willen het woord tsjeef hier nu niet in de mond nemen, maar zet je geld er maar op in dat we het wel luid denken.

"Of zo een klein beetje, zeg maar, levenservaring?" hoor ik de schrandere en kritische lezer opperen. Alles bij elkaar opgeteld hebben we net 47 jaar levenservaring. Julius Caesar was 52 toen hij dictator voor het leven werd. Stel dat onze partij het publiek bij de volgende verkiezingen al eens kan verleiden tot een flink aandeel foert-stemmen en we het onszelf al heel behaaglijk kunnen maken in de oppositie. Om daarna, wanneer we kaap van vijftig mooi gerond hebben, geruisloos de macht over te nemen. 

Ik weet het, onze argumentatie is om steil van achterover te vallen. "Of gewoon al een partij?" brengt de kritische en schrandere lezer nu verbouwereerd uit. Ja vent, gij kunt een zaag spannen. Brombeer en Bluespoes zijn de trotse geestelijke ouders van stIK, de partij van het individu! stIK: voor een IK zonder de rest. Omdat we de schrandere en kritische lezer al graag eens een stapje willen voorzijn: ja, wij hebben ook al een verkiezingscampagne. Parlementsverkiezingen 2019: stIK erin!

"En hebben jullie misschien ook een programma, buiten dan gewoon keet schopen en veel drama verkopen?" brengt de kritische en schrandere lezer uit terwijl hij een dubbele whiskey achterover slaat. 

Een partijprogramma is zo 2017 en zo klassieke democratie. stIK spiegelt zich niet aan de één of andere ideologie, maar keert zich meteen tot de metafysische wetenschap. Het leven is een vicieuze cirkel, te herleiden tot wat men de Wetten van Galspuwerij zou kunnen noemen.

We beginnen met de tweede wet van galspuwerij: zelfs al doet iedereen wat hij moet doen, dan geldt nog steeds de eerste wet van galspuwerij. “Maar wat met de eerste wet van galspuwerij? ” hoor ik de kritische en schrandere lezer nu lichtjes wanhopig denken. 

Momentje, curieuzeneuzemosterdpot, alles op zijn tijd! De eerste wet laat zich als volgt samenvatten: niemand kan ook ooit maar iets goed doen. De kritische en schrandere lezer weet wat hem nu te doen staat. Zich een stIKKEr aanschaffen van stIK en zo de goede zaak steunen.

Zitten we allebei erg stoer tegen elkaar te verkondigen terwijl we nippen van onze koffie en een appeltaartje verorberen. Wij blaffen hard, maar moeten nog steeds onze melktanden verliezen.