Hulpeloosheid voor gevorderden: Een offer aan de God van het Gezond Verstand

Hulpeloosheid voor gevorderden

Maxime De Ruyck

Ze heeft nog steeds geen rijbewijs, begint lichtjes te paniekeren bij de gedachte aan telefoneren en ze krijgt met moeite een Capri Sun open. Maxime is 22 en moet volwassen worden, maar heeft geen idee hoe.

Hebben ze jullie ook wijsgemaakt dat Finland het veiligste land ter wereld is en dat Finnen doodbrave mensen zijn of ben ik weer de enige naïeve halve zool die daarmee weg was? 

Die zondagochtend in Jyväskylä. Als je niet weet hoe je die "ä" moet uitspreken, trek het je niet aan. Ik volg al drie weken Fins en ik hoor het nog steeds ergens boven de poolcirkel donderen. 

Ik kom vrolijk fluitend bij de fietsenstalling aan, want ik wil een uitstapje maken met een vriendin en ik heb mijn fiets nodig om tot aan het busstation te geraken.

Mijn gefluit mondt uit in een schrille kreet van ontzetting wanneer ik mijn fiets nergens zie. Ik loop met een bang kloppend hart de hele fietsenstalling af en constateer dat ik hem nergens kan vinden.

Moet ik daarvoor vier jaar een fiets bezitten in Gent, om dan op Erasmus te gaan naar het Smurfendorp van Europa, waar iedereen zo beleefd en eerlijk is, om daar dan ten prooi te vallen aan een ordinaire fietsendiefstal? 

Even sta ik aan de fietsenstalling als een verweesde puppy achtergelaten in de gietende regen met koortsig blinkende oogjes . De wind ruist door de bomen en zingt "Goodbye may seem for ever".

Daarna neemt mijn Vikingbloed de overhand en komt de stoom uit mijn neusgaten. Een stuk vreten heeft mijn fiets gestolen en ik ben uit op wraak.

Niet dat ik het vaak eens ben met de principes van deze kapitalistische samenleving, maar ik hou me wel aan de essentiële regels ervan. Het is niet omdat mijn haar de wetten van de zwaartekracht niet volgt, dat ik als een outlaw door het leven ga. 

Ik heb een financiële transactie verricht voor de eigendomsrechten. Ergo, volgens de Codex van het Belgisch recht had ik vanaf toen de exclusieve bevoegdheid om te bepalen hoe die fiets wordt gebruikt, het recht op de opbrengst die ermee wordt behaald (hoe zich dat ook moge vertalen naar mijn fiets. Ik ben columniste, geen juriste.), het recht op gebruik en opbrengst aan een ander te ontzeggen.   

*lichtjes buiten adem*

Ik vraag niet veel, maar ik krijg zo weinig. 

Kortom, zo'n momentje waarop termen als "razend", "toornig" of "lichtjes geambeteerd" de lading niet helemaal dekken. Enkel het pure "woedend" kan mijn diepste gevoelens nu gepast verwoorden. 

Ik zie mezelf al door de stad banjeren met een katana losjes op mijn heup rustend, terwijl uit de hemel de soundtrack van Kill Bill schalt. 

En als ik dat pestjoch of loeder op die fiets tegenkom, hou ik het monster dat zich verstopt heeft onder mijn leeuwenmanen niet langer stevig aan de leiband. Het mag dat tuig van de richel met huid en haar verslinden, ik zal wel onschuldig neuriënd de andere kant uitkijken. Wanneer dat janhagel dood aan mijn voeten ligt en het monster zich opnieuw behaaglijk heeft genesteld onder mijn leeuwenmanen, neem ik mijn katana en fileer ik dat hondsvot. 

De ingewanden offer ik met plezier aan de God van het Gezond Verstand.

Maandagavond sta ik nog steeds mistroostig voor me uit te staren, treurend over het verlies van mijn trouwe vriend. Een woest gebonk op de deur en ik zucht. Wanneer ik in een melancholische bui verkeer, kan de wereld mij maar beter met rust laten. Met een rothumeur open ik de deur, om dan net niet bij mijn nekvel door de gang te worden gesleurd terwijl een vriendin euforisch roept dat ze mijn fiets gevonden heeft. We sprinten vier verdiepingen naar beneden en ik ren over een pad van zonnestralen en rozenblaadjes naar mijn fiets. Mijn hart klopt van pure vreugde tegen de grens van het medisch verantwoorde.

De onverlaat heeft het arme ding tegen een boom gesmeten, de steun afgebroken en tussen mijn slot gewrikt. Een beetje amateuristische vandaal schrikt nergens voor terug. We slepen hem vier fietsenstallingen verder, hopend dat Lange Vingers hem daar niet vindt. Ik moet mezelf inhouden om geen bemoedigend klopje op het zadel te geven en te zeggen dat ik snel terug zal zijn. Ik hoor je al denken: ‘Haal dan toch gewoon jouw fietssleutel en open dat slot zoals een beschaafd mens dat zou doen?”

Had ik zeer graag gedaan, ware het niet dat ik mijn sleutel zondagavond in opperste colère door de kamer heb gesmeten en hem niet meer kan vinden. Bij de zoektocht ernaar in en onder alle kasten vind ik onder andere de Heilige Graal en de poort naar Narnia, maar geen sleutel.

De volgende dag koop ik in de winkel het meest robuuste slot dat ik kan vinden. Ik sleur de fiets naar de fietsenherstelplaats, waar ik God van het Gezond Verstand-zijdank alleen ben. Ik heb geen zin om aan een wildvreemde te moeten uitleggen dat ik mijn eigen ketting moet forceren omdat ik mijn fietssleutel kwijt ben.

Mijn geluk kennende kan ik nog gearresteerd worden bij een poging om God van het Gezond Verstand-betert mijn eigen fiets op te eisen.

 Al wat ik wil, is een rustig leven. 

Met een vurige blik die fungeert als laserstraal en vooral een welgemeend "Godverrrrrdooeeeeemmmmmeeeee" ruk ik dat rotding open.

Met in de ene hand mijn fiets en in de andere hand de afgebroken steun losjes zwierend, wandel ik naar buiten. Een naar Finse normen warme zonnestraal breekt net door de wolken heen.

Ik voel me alsof ik de Apocalyps aankan.

Een paar uur later doe ik in de keuken de diepvriezer open om er een pakje brood uit te nemen. Met mijn hand voel ik iets klein, metaal en scherp. Ik sluit mijn ogen, haal diep adem en tel tot een veelvoud van tien. De rest van de avond breng ik door in bed met de existentiële crisis wat nu kouder zou zijn: mijn hart of die sleutel?

 

Lees hier alle columns van Maxime.