Hulpeloosheid voor gevorderden: Het einde van de wereld

column

Maxime De Ruyck

Ze heeft nog steeds geen rijbewijs, begint lichtjes te panikeren bij de gedachte aan telefoneren en ze krijgt met moeite een Capri Sun open. Maxime is 22 en moet volwassen worden, maar heeft geen idee hoe.

Mijn laatste week in Finland Funland is ingegaan. De grote finale bestaat uit een midweekje Lapland met 120 andere Erasmussers en vooral mijn geliefde meute vrolijke Belgen. Ik sta aan het einde van de wereld, in een Noors dorpje met een onuitspreekbare naam aan de Barentszzee. Ik kom net uit de sauna. Met enkel een handdoek om me heen kijk ik in de striemende wind uit over de baai. Hoewel het nog maar half drie in de middag is, kleurt de hemel boven me al helemaal zwart. Het allerlaatste streepje grijs licht verdwijnt achter de bergen, de sterren hebben nu vrij spel.

Een tiental minuten voordien heb ik voor eens en voor altijd bewezen dat ik wel degelijk Vikingbloed heb. Het doel van acht uur lang in een bus zitten naar het einde van de wereld was om grosso modo vijfentwintig minuten te zitten puffen in een sauna om daarna de zee in te duiken en onder begeleiding van de betere krachttermen terug naar de sauna te rennen.

Van zodra ik kopje onderga in het ijswater, hoor ik mijn Vikingvoorvader in het Walhalla een toost uitbrengen op zijn halfbevroren nageslacht. De koude kan ik niet beschrijven. Ik geef enkel mee dat ik een nieuwe invulling heb gegeven aan het concept "ijselijke gil."
"How is this supposed to be healthy?" klappertand ik tegen een halfnaakte onbekende. Als antwoord bibbert het arme kind het vel van haar lijf.

Ik kom nadien opnieuw op temperatuur in een blokhut met een dampende kop koffie in mijn handen. Naast mij zitten mijn vrienden loom van de warmte voor zich uit te staren. Ik kijk stiekem naar hen en glimlach haast onopgemerkt. Het einde van de wereld is zo slecht nog niet met hen in de buurt.

Erasmus in Finland is ook om half drie in de ochtend gewekt worden met openvliegende deuren en de kreet "NOORDERLICHT!". Half slapend in je kleren springen om dan het wereldrecord op de 100 meter te verbreken naar het donkerste plekje aan het meer.

Voor wie een kleine tip wil inzake "instant overweldigende gelukservaring": doe thermisch ondergoed aan, vier lagen kleren erbovenop , ga languit in de 80 centimeter diepe sneeuw liggen, kijk naar het dansende noorderlicht boven je en luister naar Sigur Rós. Het kost je zonder meer een rib uit je lijf en je achterste vriest vast aan de sneeuw, maar doe eens zot.

De dagen in Lapland glijden aan mij voorbij. We spelen als kinderen in de sneeuw en roetsjen met sleeën elke mogelijke heuvel af. Ik zwerf door het bos en laat me vallen in de sneeuw. Voor het eerst ben ik ergens waar ik geen auto’s kan horen. Het is er zo stil dat ik het bloed in mijn oren kan horen suizen. Ik denk mijn gedachten van begin tot einde zonder afleiding, sta nadien op en vind mijn meute geliefde vrolijke Belgen terug in de sauna.

Ik spring vrolijk fluitend in een gat in een bevroren meer terwijl de damp van me afslaat. Als je de Barentszzee hebt overleefd, is dit peanuts. Aan de oever staat één enkele lantaarnpaal. Buiten de lichtkring zie ik niets meer. Ik weet dat er achter een uitgestrekte ijsvlakte ligt, ondergedompeld in de eeuwige nacht. Het is alsof de lantaarnpaal het allerlaatste lichtbaken vormt in deze wereld.

Ik loop 's avonds met mijn teamgenote van Zwaar Leven over een ondergesneeuwd bevroren meer. Ja mama, de gids heeft gezegd dat het honderd procent veilig is. Als uitgelaten jonge honden sprinten we en duikelen we over elkaar in de sneeuw. Ons gelach geeft de nacht een gouden randje.

Ik maak een avondwandeling met mijn Erasmusbroertje. We banjeren door een onverlicht bos waar de sneeuw tot aan onze dijen rijkt, maken sneeuwengelen, bekogelen elkaar met sneeuwballen en zingen uit volle borst Ruimtevaarder.

De paar dagen tussen Lapland en mijn terugkeer naar België breng ik door met een steeds groter wordende brok in mijn keel. Ik haal mijn kasten leeg en verbaas me erover hoeveel rommel ik kan verzamelen in drie maanden tijd. Ik haal de foto's van mijn muur en laat mijn vingers erover glijden, hopend dat ik het moment zelf nog eenmaal kan aanraken. In die paar uur dat het buiten licht is, ga ik voor de laatste keer wandelen. De landschappen van de Finse nazomer en de winter zijn onvergelijkbaar, behalve dat ik aan beide mijn hart heb verloren. Ik heb talloze avonden uitgekeken over het meer terwijl de wind vrij spel had met mijn leeuwenmanen en het water ritmisch tegen de oever aan klotste. Toen ik hier net was, kon ik met gerust hart om zes uur 's avonds nog een wandeling van drie uur maken in het licht. Nu moet ik mijn boodschappen zorgvuldig inplannen zodat ik buiten ben tijdens die paar uur daglicht. Ik vermoed dat ik in België extatisch van vreugde naar buiten zal rennen iedere keer wanneer ik een miniem streepje zonlicht zie.

Roommate Jules en ik poetsen het appartement en zitten zusterlijk naast elkaar op het smalle aanrecht met thee in onze handen. Onze voeten bungelen boven onze bobbelige vloer. 

“Keep on smashing the patriarchy, comrade.”
“Keep on smashing the fake news, comrade.” 

In een Fins keukentje van 0,75 vierkante meter waarvan de muren tientallen nachtelijke filosofische conversaties hebben gehoord over het verrekte leven en de liefde met al haar onhebbelijkheden, omhelzen twee gelijkgestemde zielen elkaar stevig.

Thuis is waar er altijd een pot water op het vuur stond waarrond we ons vrolijk konden maken om onze existentiële dramas. 

Ik neem afscheid van mijn geliefde meute vrolijke Belgen. Nog nooit heb ik mezelf mensenmens genoemd, maar ik wil die kinders het liefst van al nooit meer loslaten. Ik heb me eindeloos vaak verloren in diepe gesprekken en geschater om ons geklungel door het leven. Ik draai me nog een laatste keer om naar het studentengebouw. Kortepohja, my home.

In de laatste minuten dat ik hier nog ben, begin ik me de afgelopen maanden al te herinneren.

Zoals vaak gegrapt, deze laatste Finlandcolumn is voor de Opperduts. Het echte leven was ietsje minder zwaar. 

 

Lees hier alle columns van Maxime.