Hulpeloosheid voor gevorderden: Het spook van de levensvreugde

column

Maxime De Ruyck

Ze heeft nog steeds geen rijbewijs, begint lichtjes te panikeren bij de gedachte aan telefoneren en ze krijgt met moeite een Capri Sun open. Maxime is 22 en moet volwassen worden, maar heeft geen idee hoe.

Ik heb een haat-liefdeverhouding met de trein. Ik hou ervan om de Vlaemsche velden aan mij voorbij te zien razen en ondertussen wat weg te dromen. Ik sta er niet om te springen om te verkleumen op een tochtig perron, wachtend op een trein die naar alle waarschijnlijkheid verdwenen is in de Bermudadriehoek. Nationale Miserie der Belgische Spoorwegen, zo u wilt. Maar vooruit, ik wil hier niet altijd de zeurende zure citroen uithangen. Bittere spraak, zoet van hart. Zo zit ik nu eenmaal in elkaar.

De plicht roept

Op maandagochtend trek ik de gordijnen open en begin ik spontaan breed te glimlachen. Voor het eerst in weken zie ik een felblauwe hemel, de zon piept over het dak van de buren. Het gras is verstopt onder een witte laag rijp. Wanneer ik buitenga, knabbelt de kou vertrouwd en liefkozend aan mijn gezicht. Ik sta met gesloten ogen in het zonlicht, het bevroren gras knerpt onder mijn voeten en de vogels fluiten. Ik waan me even terug in Finland, aan mijn vertrouwde meer. Wanneer ik diep inadem, ben ik teleurgesteld dat ik de eeuwige zoete thee roommie Jules niet ruik.

 "Bitter van spraak, zoet van hart. Dat is wie ik ben."

 Ik had gerust wat langer willen staan genieten in deze landelijke idylle. Helaas, de plicht roept. Ik heb een treinabonnement nodig en moet daarvoor opdraven bij de zure Zulma's van deze wereld: het personeel van het stationsloket. 

Ik vraag niet veel, maar ik krijg zo weinig.

Nochtans, het begint goed en het begint mooi. Ik stap op mijn fiets en ik voel meteen mijn ogen tranen van de koude wind. De buren strompelen voorovergebogen in de wind, hun mondhoeken slepen over de grond. Als je zo gewend bent aan de ondergaande zon om half drie in de namiddag, dan begin je al eens zot en vol van Ingeborgiaanse gratitude te fluiten van wat zonlicht. De wind neem je er maar met liefde bij.

 

Boomhutpiraten 

Het station baadt met zijn grote ramen in het zachte licht. Op een bankje zitten twee oude dametjes gniffelend meisjesgeheimen tegen elkaar te fezelen. Aan hun schalkse glimlachjes te zien zijn ze nog lang niet vergeten dat ze als kind in een boomhut wilden wonen en piraat wilden worden. Ze zijn zo gekrompen van ouderdom dat hun voeten de grond niet raken. Ze wiebelen speels met hun benen over de rand van de bank. Ik wil me naast hen zetten en vrolijk meetateren. 

Helaas, mij is een minder vrolijk lot beschoren. 

"Ik fluit vol overgave met Ingeborgiaanse gratitude"

Ik sta aan het loket en ondanks mijn respectabele lengte van 1m73, ga ik nog eens extra op mijn tippen staan. Telkens wanneer ik aan een loket passeer, voel ik me in de dierentuin aan het luiaardendepartement. Of in een aquarium, wanneer ze me aanstaren met hun dode vissenogen. 

Een spook waart door Europa 

De zure Zulma van dienst zit achteraan in haar kooi/loket met blik op oneindig van haar kopje te nippen. Ik voel al meteen een grote glimlach opkomen. Hoewel ik mezelf graag presenteer als een misantrope cynicus die graag wegvlucht naar een blokhut in Verwegistan, hang ik de joviale leukerd uit van zodra ik te maken krijgen met de échte doorgewinterde misantroop. 

Zure Zulma kijkt alle richtingen uit en kan tenslotte niet meer aan de realiteit ontsnappen dat er gewerkt zal moeten worden. Ik kijk met fonkelende pretlichtjes recht in haar dode vissenogen. Puffend en zuchtend zet ze zich op haar kreunende bureaustoel en staart mij in doodse stilte aan.

"Het spijt me schat, er zal hier gewerkt moeten worden."

Lokettisten aller landen, verenigt u!
Een spook waart door Europa.
Het spook van levensvreugde!

De molensteen 

Ik blijf Zulma vol verwachting aankijken, maar haar dode vissenogen kijken recht door me heen. Blijkbaar is het de bedoeling dat we hier telepathisch gaan communiceren. Ze fronst en houdt haar hand voor haar gezicht, zich beschermend tegen de stralende zon of mijn sprankelijke verschijning. 

Mensen die op de eerste zonnige dag van het jaar klagen over de zon in hun ogen, wens ik een vlotte echtscheiding toe zodat hun partner nog wat stralend geluk mag vinden.

"Daag mij uit en ik word een mensenmens."

Ik geef haar de papieren en zet mijn schattigste puppyoogjes en guitigste snoetje op, wanneer ik om een abonnement verzoek. Ze sleept de papieren naar zich toe en begint lusteloos te tokkelen op haar toetsenbord. Sadistisch als ik ben, kan ik het me niet laten om haast onhoorbaar J'aime La Vie te neuriën. Leer mij de cynische misantroop en hun grootste aversies kennen.

Gratitude all around me dat er tussen ons een glasplaat staat, of Zulma had me zonder knipperen gewurgd met ijzeren ketting waar haar balpen aan hangt. Op haar afgementen vragen, waarin geen lettergreep verspild wordt, antwoord ik met mijn vlotte, joviale babbel. Daag mij uit en ik word een mensenmens. Zulma zucht alsof ze alle molenstenen van de wereld op haar fragiele schouders moet torsen.

Wanneer ze me uiteindelijk mijn abonnement overhandigt, ben ik eigenlijk lichtjes teleurgesteld dat ze me niet meteen een petitie tegen het leven onder de neus schuift. Ik draai me om en zie de twee oude boomhutpiraten nog steeds geniepig fezelen. Ik bedenk dat ik niet kan wachten op mijn oude dag, wanneer ik met goed recht weer een groot kind kan zijn.