Hulpeloosheid voor gevorderden: Het wordt er niet gemakkelijker op

Hulpeloosheid voor gevorderden

Maxime De Ruyck

Ze heeft nog steeds geen rijbewijs, begint lichtjes te paniekeren bij de gedachte aan telefoneren en ze krijgt met moeite een Capri Sun open. Maxime is 22 en moet volwassen worden, maar heeft geen idee hoe.

Het wordt er niet gemakkelijker op

"Wanneer ga jij eens werk maken van je rijbewijs?"
"Interessante vraag, lieve vriend! Laten we het over iets anders hebben."

Ik heb nog steeds mijn rijbewijs niet.
Als in: Ik heb mijn voorlopig rijbewijs zelfs laten vervallen.
Als in: Ik heb het laten vervallen en ik ben het eigenlijk al een jaar kwijt.
Het ouderlijke huis werd verbouwd en de kast waarin mijn voorlopig rijbewijs vruchteloos mijn geweten probeerde aan te sporen, is in twintig onderdelen over de zolder en garage verspreid geraakt.
"'t Kan verkeren", zei Bredero.

Ja, ik weet dat ik later niet zonder kan voor mijn werk.
Als ik al aan werk geraak, haha. Realistische millennial en al.
Ja, ik weet dat het examen nog moeilijker is geworden.
Met een beetje pech bombarderen Trump en Kim Jong-Un elkaar en ons erbij tot radioactieve ashoopjes en wie maalt er dan nog om die manoeuvres op het rijexamen.
Ja, ik weet dat ik nu drie jaar moet wachten vooraleer ik opnieuw een theoretisch rijbewijs mag halen.
Drie jaar dat ik met liefde door de regen fiets en luidkeels Drive My Car zing.
Mijn gevoel voor ironie is bovenmaats ontwikkeld.

Laat me even iets uitleggen over mijn karakter.
Op de keper beschouwd ben ik eigenlijk geen slecht mens.
Onder mijn leeuwenmanen bevindt zich een al bij al geduldig en vriendelijk hart.
Graaf je een weg door mijn zeven gesteentelagen van zelfspot en sarcasme en je zult zien dat ik in de grond nog lang niet de slechtste ben.

Tenzij ik het - zoals we in het schoon Vlaams zeggen - op mijn heupen krijg.
Ik krijg al stomende neusgaten zodra ik achter een bakfiets rijd.
Het is wachten tot de eerste 4x4 een bakfiets omver ramt, dan kunnen we de kinderhersentjes van de kasseien schrapen.
Maar goed ja, wie ben ik.
Iemand met een sluimerende verkeersagressie.

Ik zou in staat zijn om in het midden van de weg alle remmen dicht te slaan om het trage kalf voor mij eigenhandig aan de kant te duwen. 
Met het nodige geschuimbek, vuurspuwende ogen en wurggebaren.
Was mijn Frans niet zo belabberd, ik was al lang geleden ontdekt geweest als de nieuwe Louis De Funès.

 

We kunnen concluderen dat ik voor ieders veiligheid maar netjes op het voetpad mijn road rage beleef en daar hoogstens eens over een trage kleuter struikel.

Maar dan kwam de dag dat ik uit de brievenbus een oproep viste om mijn "vervallen voorlopig rijbewijs" aan te geven in het gemeentehuis. "In geval van verlies, dient u dit eerst aan te geven bij de politie."
De ambtenarij en ik staan al niet op goede voet. Ik voel er weinig voor om de judgy blikken te ondergaan van én een agent én een misantrope ambtenaar.

Met slepende benen doe ik de walk of shame naar het politiekantoor en in de wachtzaal schuif ik al ongemakkelijk op mijn stoel terwijl ik de vergeelde poster "Veilig en Korrekt Gebruik van Wapens" bestudeer.
Iemand probeert mij signalen door te sturen en voor ieders veiligheid mag ik hier niet aan toegeven.
Ik schiet al in een lachkramp wanneer de flik van dienst een snor blijkt te hebben.
Ik leef voor de momenten waarin de werkelijkheid de slapstickclichés inhaalt.
Langs links, zoveel heb ik nog wel onthouden van die theoretische rijlessen.

Snorremans kijkt mij aan over zijn snor. Zijn bril zet hij afwisselend op zijn voorhoofd en het puntje van zijn neus. Ik voel me niet meteen veiliger nu ik weet dat er al minstens één inspecteur in mijn dorp bijziend is.

"U bent het dus kwijt," bromt hij.
Ik knik gedwee.
"En hebt u er ooit iets mee gedaan?"
"Zo goed als niets," zeg ik met een schuldbewust gezicht.
"En toch bent u het kwijt."
"Na een tijdje zag ik de noodzaak er niet meer van in om het constant in mijn portefeuille te hebben als ik er toch niets mee deed."

Snorremans schuift zijn bril nogmaals hoog op zijn voorhoofd en even heb ik het gevoel dat ik zit te kijken naar een foto van Joël De Ceulaer.
Soms sta ik op met het gevoel dat Dali, Picasso en Kafka hebben samengezworen om mij een onvergetelijke dag te bezorgen.

"U reed niet graag?"
"Het is te zeggen."
"U moet dat leren, graag rijden."
"Binnen drie jaar, zeker."
"Het rijexamen wordt er niet gemakkelijker op."
"Niks in het leven, zeker?" lach ik ongemakkelijk.
Ik heb weer iets om naar uit te kijken.

Hij print de aangifte af en bestudeert het document, dit keer met zijn bril op het puntje van zijn neus terwijl hij boven de glazen tuurt.
Lieve regering, ik weet het, het is van besparingen hier en de broeksriem aanhalen daar. Maar kan er niemand van jullie een zitpenning afstaan zodat onze politie zich tenminste posters in de nieuwe spelling en nieuwe brillen kan veroorloven?

Ik stap nog net niet achterwaarts het bureau uit, met een diepe nederige buiging naar de arm der wet toe. Eenmaal buiten haal ik diep adem en zie op mijn horloge dat ik nog vijf minuten heb om naar de burgerlijkse stand te spurten, twintig meter verderop.
In de verte hoor ik al een rolluik dat neergelaten wordt.
Ik sla dankbaar mijn ogen ten hemel.

Nu mag ik gewoon nog drie jaar lang niet vloeken op De Lijn en NMBS.

Lees hier alle columns van Maxime.