Hulpeloosheid voor gevorderden: Koffiekransje met Fred

column

Maxime

Ze heeft nog steeds geen rijbewijs, begint lichtjes te panikeren bij de gedachte aan telefoneren en ze krijgt met moeite een Capri Sun open. Maxime is 22 en moet volwassen worden, maar heeft geen idee hoe.

Mijn Erasmuservaring in het kort: zwemmen in een meer, in absolute stilte ronddobberen in een kano, de halve nacht opblijven in de vrieskou om dat verrekte noorderlicht te kunnen zien om dan toch maar gedwarsboomd te worden door de bewolking, maar bovenal veel ellende hebben met mijn fiets.

Ik dacht dat ik het ergste wel meteen al had meegemaakt toen de lokale Al Capone had besloten om het begrip "lenen" zeer ruim te interpreteren. Ik laat hier even wat ruimte voor oorverdovend geschater omwille van mijn haast vertederende naïviteit. 

Mochten er vrouwen zijn die een klunzige duts als ik willen daten, mijn contactgegevens zijn bekend bij de redactie. Een auto besturen kan ik niet, koken lukt aardig en volgens mijn mama ben ik soms grappig.

"Iemand is hier naarstig aan het solliciteren naar de Djoef van de Week én de Darwin Award."

Ik spurt met vier treden tegelijk de trap af naar de fietsenstalling. Als ik mezelf oppep, gebogen over mijn stuur ga zitten en mijn vastberaden adelaarsblik opzet, dan kan ik nog net binnen de gepaste tijd die verdomde heuvel naar school overwinnen en buiten adem binnenvallen in de les. Na twee maanden Finland, heb ik dankzij het heuvelachtige landschap de kuiten van Lucien Van Impe. Mijn longen piepen daarentegen nog steeds als een kaduke accordeon. Je kan niet alles hebben.

Wanneer ik de ketting van mijn fiets wil losmaken, werkt mijn sleutel tegen. Ik bekijk het zaakje van wat dichterbij en zie dat er al een afgebroken sleutel inzit. Het lokale meesterbrein heeft geprobeerd om mijn fiets te ontvreemden met zijn eigen fietssleutel. Iemand is hier naarstig aan het solliciteren naar de Djoef van de Week én de Darwin Award.

"Als tiener had ik het belachelijke idee dat twintigers hun zaakjes wel op orde zouden hebben."

Iemand moet dat Smurfendorp hier dringend het verschil tussen mijn en dijn komen uitleggen. Niet ik, want mijn opvoedingsmethoden stammen uit de negentiende eeuw en ik weet dat die heden ten dage niet meer zo bon ton zijn. Hoewel de vriendengroep mij liefkozend "Mamaxime" noemt, ben ik omwille van vele redenen niet geschikt voor het ouderschap. Als mijn ouders  dan toch per se een kleinkind willen, dan wil ik gerust nog een dertiger adopteren met eigen woning, vaste relatie met uitzicht op een huwelijk, Golden Retriever in huis en een pensioenspaarplan. 

Als tiener had ik het belachelijke idee dat twintigers hun zaakjes wel op orde zouden hebben. Nu ik zelf twintiger ben, heb ik "in opperste staat van verwarring verkeren" verheven tot religieuze overtuiging. Ik kan alleen maar hopen dat tram drie ietsje minder Fast and Furious-gewijs door de bochten des levens raast. 

Ik voel hoofdpijn opkomen terwijl ik een dipje probeer te bedwingen aan de fietsenstalling. Ik heb zin om me om te draaien en naar mijn kamer terug te keren. Als ik de wereld nu gewoon vergeet, koffie maak, me aan het raam zet en luister naar de Nocturnes van Chopin?
Een koffiekransje met de Fred. Ik heb dat nodig, ik verdien dat. 

In plaats daarvan spurt ik in recordtijd vier verdiepingen omhoog. Als ik op de lift moet wachten, dan ben ik ondertussen zelf dertig met een hypotheek. Ik haal de hele keuken overhoop op zoek naar een keukenmesje. Met koortsig brandende ogen en mijn vingers stevig om het lemmet gekneld, snel ik terug naar mijn fiets om met mijn lompe olifantenpoten het sleuteltje uit mijn slot te peuteren. Als er nu een politiepatrouille voorbijrijdt en mij aanhoudt met de logische verdenking dat ik probeer een fiets te stelen, ga ik mak als een lammetje in de combi zitten en kom er van mijn leven niet meer uit. Al wat ik wil, is een rustig leven.

Wanneer ik dat rotding eindelijk uit het slot heb gepeuterd, ben ik natuurlijk al hopeloos te laat voor de les. Een normaal mens zou zichzelf naar haar kamer sleuren en de boel de boel laten. Mijn wirwarhoofd daarentegen laat me het keukenmes in mijn jaszak glijden en gezwind op mijn fiets springen. Vandaag ga ik dan maar eens als Jack The Ripper door het leven.

"Soms is mijn leven een Laurel & Hardy-film"

Na anderhalve seconde trappen in de koude wind heb ik door dat mijn handschoenen nog in de keuken liggen. Zonder handschoenen door de Finse vrieskou fietsen vraagt toch ook wel om een Darwin Award. Het is een wonder dat ik niet verlengd minderjarig ben verklaard. 

Ik kom aan met brandende benen, longen alsof ik al mijn hele leven groene Michel heb gerookt en gevoelloze vingers. Wanneer ik mijn fiets op slot wil doen, laten mijn wassen vingers het sleuteltje net niet in het rioolputje vallen. En omdat mijn zenuwen toch al tegen de grenzen van een inzinking aanleunen, blokkeert de deur van het lokaal waar ik moet zijn. Ik zet er mijn schouder met volle kracht tegen en jawel hoor...

Soms is mijn leven een Laurel & Hardy-film. Het enige wat nog ontbreekt is een persoonlijke pianist die live de ragtime verzorgt terwijl ik mijn blunders bega.

Gelukkig voor mij zijn Finnen van nature onverstoorbaar. Mijn docent kijkt even op en gaat daarna doodleuk verder met haar les. Die laisser-faire is eigenlijk ideaal voor een lompe kalle als ik. Zou ik niet beter proberen aan te pappen met een Finse?

 

Lees hier alle columns van Maxime.