Hulpeloosheid voor gevorderden: Mottige verf en schemer

Hulpeloosheid voor gevorden

Maxime

Ze heeft nog steeds geen rijbewijs, begint lichtjes te paniekeren bij de gedachte aan telefoneren en ze krijgt met moeite een Capri Sun open. Maxime is 22 en moet volwassen worden, maar heeft geen idee hoe.

Mottige verf en schemer

Laat niemand je iets wijsmaken: vier jaar van je leven gepropt zien worden in een paar bananendozen is een vreemd gevoel.

Volgende week vertrek ik op Erasmus naar Finland. Volgens de laatste pronostieken van vrienden en familie zal ik én door het ijs zakken én de hongerdood sterven in een eindeloos uitgestrekt bos én eindigen als laatste avondmaal van een beer vooraleer die aan de winterslaap begint.

“Misschien word ik nog ontvoerd door de Russen?” suggereer ik. 

Mijn beste vriend antwoordt zonder te knipperen: “Hebben de mensen daar nog geen problemen genoeg?”

Fijn om te weten dat ik gemist zal worden.

"Gelieve zelfklevende strips te gebruiken voor decoratie aan de muren". Ik grom wanneer ik vier jaar later fijne draadjes van zelfklevende strips van de muren krab.

Krijg ik al vochtige oogjes omdat ik vier maanden mijn hond en de macaroni van mijn mama moet missen, dan breekt mijn hart bij de gedachte dat het gedaan is met het kotleven in Gent.

God, wat was ik nog klein en groen achter mijn oren toen ik daar belandde. Ik ben groter geworden, maar het kot zelf is nog altijd maar nipt elf vierkante meter. De mottigste gele muren van Gent. "Verf" is een belediging voor het twijfelachtig vakmanschap van de kotbaas. 

Punaises om foto's en posters mee op te hangen staat gelijk aan een enkeltje eeuwig branden in de hel. "Gelieve zelfklevende strips te gebruiken voor decoratie aan de muren" staat er in het contract. Ik grom het zinnetje duizendmaal met op elke mogelijke plaats in de zin een scheldwoord wanneer ik vier jaar later fijne draadjes van zelfklevende strips van de muren krab.

Muren van bordkarton. Enkel de betere disco op het luidste volume kon de hormonale uitspattingen van de buren overstijgen. 

Ik ben blijde getuige geweest van hun prille vrijage, vurigste ruzies, verwekking van hun nageslacht en heb gedeeld in de slapeloze nachten toen de eerste tandjes erdoor kwamen. 

Of toen de andere buren ervan overtuigd waren dat hun jongste een muzikaal talent was en hem de blokfluit hadden opgedrongen. Mijn zomeravonden zullen nooit meer hetzelfde klinken zonder deze gouwe ouwe.

Of toen hun oudste aan Latijn was begonnen en elke avond in de tuin zijn woordenlijstje aframmelde. En na elk juist afgewerkt lijntje triomfantelijk uitriep dat hij het echt kon.

Het enige raam in de kamer is gericht naar het noorden. Ergo, vanaf midden oktober kon ik al om vier uur in de namiddag het licht aanknippen. Ik hoor je al denken: "Ah, maar dan is het tenminste lekker koel in de zomer!" Awel ja, ware het niet dat ik vier jaar lang onder het dak heb gebivakeerd.

Mijn raam gaf uit op het tuintje van het Latijns wonderkind. Ik heb hem ooit eens de stuipen op het lijf gejaagd door vanuit het raam te roepen: "Hela, puer! Vergeet uw stamtijden niet hé!" Het joch sprong net zo hoog als het Circus Maximus (hehe) en rammelde op topsnelheid zijn stamtijden af, met een bibberende stem van plots twee octaven hoger. Dat was onder andere één van de momenten dat ik besefte dat ik niet gemaakt ben voor het moederschap.

Het waren elf krappe en donkere vierkante meters met de mottigste muren van Gent. Maar het waren wel mijn elf vierkante meters. 

Ik verbaas mezelf erover hoeveel spullen ik eigenlijk in die elf vierkante meter heb kunnen proppen. Mijn platencollectie. Met als tegelijk hoogte- en laagtepunt The Sound of Music. Die heeft mij er altijd doorgesleurd wanneer  ik in tijden van deadlines er helemaal doorzat.

"I have confidence in me!" kweelde Maria al eens om half twee in de ochtend.

"Is het zo, kind?" gromde ik dan steevast. "Dan toch iemand in deze kamer."

Mijn trouwe rode kuipzetel, krap geplaatst tussen de kleerkast en het bureau. Daar heb ik meer dan eens met een klein gebroken hartje bittere "Ach harteloze Cupido, waarom ik?"-tranen zitten schreien. Enig gevoel voor pathos is mij niet vreemd.

Ik prop een hele boekencollectie, zesentwintig tupperwaredoosjes en achttien dekseltjes (vraag me niet hoe ik het doe) in een bananendoos en kijk dan nog eens om naar de akelig kale kamer.

Het waren elf krappe en donkere vierkante meters met de mottigste muren van Gent. Maar het waren wel mijn elf vierkante meters. Voor de laatste keer draai ik de sleutel om in het slot, met toch een kleine krop in mijn keel.

Dag en bedankt hé!

 

Lees hier alle columns van Maxime.