Hulpeloosheid voor gevorderden: "U hebt geen afspraak."

column

Maxime

Ze heeft nog steeds geen rijbewijs, begint lichtjes te panikeren bij de gedachte aan telefoneren en ze krijgt met moeite een Capri Sun open. Maxime is 23 en moet volwassen worden, maar heeft geen idee hoe.

Als laatstejaarsstudente journalistiek kan ik de dans niet ontspringen: een bachelorproef krijgt gij en een bachelorproef zult gij maken. Ik wil uitzoeken wat er gebeurd is met mijn overgrootvader tijdens de oorlog. Volgens de familieoverlevering was hij krijgsgevangene en zou hij nadien nog eens zijn ondergedoken, maar niemand die er het fijne van weet. Het hoofdpersonage van mijn verhaal is al minstens twintig jaar dood. Ik ben aangewezen op tweede- en derdehandsherinneringen en de archieven van het Belgische leger.

Ik mail mezelf een apenstaart met allerlei archieven en instellingen. Ik krijg talloze mails gericht aan 'De Heer De Ruyck', 'Beste Maxim' en eentje had gelukkig wel voldoende kennis van de wereld om mij aan te spreken met 'Zeer Geëerde.' Hoe dan ook, allemaal variaties op het deuntje 'hiervoor zijn wij niet bevoegd.' "En om mij het juiste mailadres te geven zijn jullie zeker ook niet bevoegd?" knarsetand ik. Ik zit achter mijn laptop met sluimerende hoofdpijn en laat mijn fantasie de vrije loop over die anarchistische revolutie. 

Maar de cynische aanhouder wint en uiteindelijk krijg ik dan toch een verlossende mail dat er een dossier voor mij klaarligt. Ik moet enkel maar laten weten wanneer ik het zou willen inkijken en daarmee is de kous af. Mijn innerlijke puppy kwispelt zichzelf duizelig en ik mail in extase terug. 

'Daag mij uit en ik word een mensenmens." 

Zo komt het dat ik op een vrijdagmiddag samen met mijn engelbewaarder Jos sta te wachten aan de archieven van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid. Hoewel de deuren al een kwartier geleden hadden moeten opengaan, sta ik nog steeds te verkleumen in de wind. Ik wil graag eventjes benadrukken dat ik niet actief op zoek ga naar de clichés over de ambtenarij, maar ik kan het ook niet helpen dat ik ze in mijn schoot krijg geworpen.

"Soms stel ik mij echt vragen over uw eigenliefde, met uw idee om hier vrijwillig te komen staan. Er bestaan psychologen, he. Of gewoon even buitelen op een springkasteel zodat uw verstand weer op de juiste plek belandt," zucht Jos.

"Ik heb u toch om mij te beschermen?" werp ik hem terug.
Hij kijkt mij meewarig aan. "Schaap, ik krijg hiervoor echt niet genoeg betaald." 

De deuren springen met een harde klik open en ik hoor Jos diep ademhalen. "We gaan het vanavond eens hebben over een loonsverhoging." Ik draai met mijn ogen en ga naar binnen.
Mijn blik wordt meteen naar omhoog getrokken naar de imposante trappenhal. En ik word een beetje zenuwachtig, benieuwd naar het dossier dat ik zo meteen in handen ga krijgen.

Ambtenarenbingo

Aan het onthaal zitten er twee vrouwen van middelbare leeftijd. Degene met het helwitte blonde haar kijkt op en kruist mijn hoopvolle puppyblik. Ze is het type vrouw bij wie de mondhoeken nog naar beneden hangen wanneer ze bulderlacht. Ergens onder mijn leeuwenmanen zit er wat mensenkennis verborgen. En ik weet: zij gaat het mij moeilijk maken. Ik zie Jos vanuit mijn ogen likkebaarden.

Bestaat er ergens een speciaal headhuntersbureau voor ambtenaren? Ze beginnen als kleine garnaal op de gemeente en hangen daar zodanig het levenslustige en behulpzame zonnetje uit. Op dat headhuntersbureau gaat er een alarm af en bingo, promotie naar de hoogste regionen van de ambtenarij.

Hoewel ik mezelf zeer graag voordoe als de cynische ijskoningin van onverschilligheid, zet mij tegenover een ambtenaar en ik word de gezelligheid zelve. Daag mij uit en ik word een mensenmens. Met de breedste glimlach leg ik haar de reden van mijn bezoek uit. Ze knikt in stilte, gaat naar haar pc en na wat lusteloze kliks zegt ze met fletse stem:

"U hebt geen afspraak."

Het universum heeft me gezegend met een buitenproportionele dosis geduld voor in dit soort situaties ik leg mijn troef op tafel. ''Ik heb met uw overste gemaild.''
Jos stampt me meteen tegen de schenen. "Zijt gij uw leven beu, Max?"

Inderdaad, foute boel. Ik krijg een hele preek over me heen dat ik hier niet mág komen zolang ik geen mail heb ontvangen waarin uitdrukkelijk staat op welke dag en welk tijdstip het dossier zal klaarliggen. 

Ik heb het vermoeden dat iemand niet zo blij is dat ze op vrijdagmiddag nog moet werken en ik mag het weer uitzweten. Want al wat ik wil, is gewoon een rustig leven en dus per definitie te veel gevraagd. 

"Zo werkt het systeem niet!"
Yes, ambtenarenbingo! 

"Wat als iedereen hier zoals u zomaar binnenkomt en verwacht dat alles klaarligt?"
Dan moet er gewerkt worden, schat.

Ze kijkt mij aan alsof ik van plan ben om alle parlementen van dit land op te blazen. Het is niet omdat mijn leeuwenmanen de wetten van de zwaartekracht niet respecteren, dat ik daarom volkomen verdorven ben.  

"Misschien hadden we een vrouw zoals zij nodig om de Duitsers te bekampen?" 

Ik knipper even en in die nanoseconde dat ik mijn ogen gesloten heb, speelt er zich een film op mijn oogleden af. Vergeet even dat ik eigenlijk wel nog een best lief en sympathiek kind ben. In mijn verbeelding ben ik nu Mad MaxIk spring over de balie met een afgezaagde kalasjnikov in mijn handen en baan mezelf een weg door de archieven. Mijn overgrootvader was een heldhaftige soldaat in dienst van het vaderland, dan moet er toch ook een druppeltje krijgersbloed door mijn aderen stromen. 

Uiteindelijk krijg ik haar toch zo ver dat ze eens wilt doen waarvoor ze eigenlijk betaald wordt en een kijkje gaat nemen in de archieven achteraan. Terwijl ze weg is, staar ik verdwaasd voor me uit en neem me heilig voor dat ik emigreer naar Verwegistan. 

Ik krijg het dossier nog net niet naar mijn hoofd gesmeten. Als we haar hadden ingezet tegen den Duits, mijn overgrootvader had rustig thuis kunnen blijven om de krant te lezen en was het snel gedaan geweest met dat Derde Rijk.