Hulpeloosheid voor gevorderden: Vikingbloed

Hulpeloosheid voor gevorderden

Maxime De Ruyck

Ze heeft nog steeds geen rijbewijs, begint lichtjes te paniekeren bij de gedachte aan telefoneren en ze krijgt met moeite een Capri Sun open. Maxime is 22 en moet volwassen worden, maar heeft geen idee hoe.

Vikingbloed 

Ik denk dat ik een Vikingvoorvader heb. Anders krijg ik het aan mezelf ook niet uitgelegd waarom ik in vredesnaam besluit om bij zonsopgang vrolijk fluitend in een Fins meer te springen. (Had ik al verteld dat ik een semester op Erasmus ben in Finland?)

Ik ben een mens die al eens graag een dagje alleen in een bos doorbrengt om te voorkomen dat ik de rest van de mensheid te lijf ga met het eerste wat binnen handbereik ligt. Introvert en sociaal gehandicapt, maar gelukkig op mijn manier.

Ik loop door het bos, leg me af en toe neer op een rotsblok in de zon en denk aan alles en vooral aan niets. En dan kijk ik plots uit op een meer. Als in hypnose daal ik de heuvel af en loop ik langs het strandje. Het heeft me welgeteld een zesde van een nanoseconde gekost om mijn hart te verpanden aan deze plaats. Ik kijk uit over het water waarin de oneindig blauwe hemel en de heuvels weerspiegeld worden.

En daar heb je het: “Morgenvroeg kom ik hierheen en ga ik zwemmen in dat meer,” denk ik vastberaden. 

Ik hoor mijn engelbewaarder diep zuchten.

Ik zet de wekker om half zes en wanneer ik door het raam kijk, zie ik de zon net boven de bomen piepen. Laat niemand je ooit iets anders wijsmaken, de wereld is het mooist wanneer de rest van de mensheid nog in diepe slaap verkeert. Op dit ongoddelijk uur voel ik me de schatbewaarder van de wereld.

Met een rugzak vol handdoeken, plaid, thermos koffie en een brooddoos vol sandwichkes me’ nutella, ga ik naar buiten. Ik ben de enige wakkere ziel in het studentenverblijf. Zodra ik het gebouw verlaat, begin ik vrolijk Peter en The Wolf  te fluiten. Op zulke momenten kan ik begrijpen dat avondmensen mij, het ochtendmens pur sang, het liefst van al zouden willen kelen.

De Finse wildernis in de ochtend is een kleurrijk spektakel. De hemel kleurt van donkerblauw naar paars met een vleugje rood. Het inktzwarte meer is gehuld in grijze nevelen. De zon piept over de heuvels en geeft de hoogste bomen een gouden randje. En daar sta ik, met een bleke teint waarvoor een lijk zich niet zou hoeven te generen. 

Zodra ik mijn kleren uitdoe en de wind op mijn huid voel, begin ik hier al spijt van te krijgen. Wanneer ik anderhalve millimeter diep in het water sta, voel ik mijn voeten meteen transformeren tot ijsklompen. Het water reikt tot aan mijn knieën en ik hou even halt. Ik zet mijn blik op oneindig en herbekijk de levenskeuzes die me op deze plek hebben gebracht. Van mijn vrolijk gefluit schiet er ondertussen niks meer over.

Op Instagram en de betere wanderlustblogs lees ik altijd hoe dit soort momenten zorgt voor spirituele inzichten. Sommigen beseffen dat de liefde van hun leven degene is met wie ze vijftien jaar geleden dronken een tong hebben gedraaid op een scoutsfuif. Of ze zijn "toe aan een uitdaging en willen hun leven een nieuwe draai geven" en gaan een foodtruck uitbaten waar je paarse glutenvrije bitterballen kunt krijgen aan acht euro per stuk. Creditcard wordt niet geaccepteerd, wel het bloed van je eerstgeborene.

Ik heb het diepgaande inzicht dat ik dringend beter tegen mezelf beschermd moet worden. 

Ik waad verder en bij elke stap grom ik een niet bijster katholieke vloek. Dat zal dan wel dat Vikingbloed zijn.

Net wanneer ik al mijn moed verzamel om de laatste stap te nemen en onder water te duiken, komt er een eend met nieuwsgierige oogjes voorbij gezwommen.

“Waag het niet om in dat water te kakken, vriend!” klappertand ik.

“Kwaak kwaa-aa-aak!” brengt het dier kwiek en gevat uit. Met een beetje verbeelding hoor ik hem Zwaar Leven kwaken.

“Ik vraag niet veel, maar ik krijg zo weinig!” kreun ik. De koude heeft mijn brein officieel aangetast, nu ik mijn existentieel lijden deel met een eend die op de koop toe nog geen woord Nederlands begrijpt, begot.

Ik neem diep adem en duik dan kopje onder. In die anderhalve seconde dat ik helemaal onder water slash net gesmolten ijs vertoef, denk ik maar één ding: Nee. Nee. Nee.

Als een onbeholpen puppy spartel ik boven. Met mijn eerste ademteug produceer ik een vloek die Onze-Lieve-Heer nog rode oortjes zou bezorgen. Ik krijg eindelijk mijn gezond verstand terug en besluit dat het welletjes is geweest voor vandaag met dat sadomasochistisch gedoe. Op topsnelheid sta ik op de oever, de handdoek voelt aan als de vleugels van een engel. 

Wanneer ik helemaal ben aangekleed en zit te rillen onder zeven lagen kleding en een plaid, vallen de eerste zonnestralen over het water. Met trillende handjes schenk ik mezelf een koffie in en kijk uit over het water dat aan mijn voeten in vloeiend goud verandert. Misschien is het dit wondermooi spektakel of, prozaïsch, de koffie die zijn werk doet, de warmte verspreidt zich vanuit mijn hart naar al mijn vingers en tenen. 

"Finland funland", glimlach ik. "Maar vooral mooi land."

Als Vikingvoorvader weet wat goed voor ‘m is , kan hij maar beter fier zijn. Of ik sleur hem bij zijn baard uit het Walhalla en hou hem kopje onder in dat meer tot er geen luchtbelletjes meer tevoorschijn komen.

 

Lees hier alle columns van Maxime.