Hulpeloosheid voor gevorderden: wat kleine Max graag had willen weten

Column

Maxime De Ruyck

Ze heeft nog steeds geen rijbewijs, begint lichtjes te panikeren bij de gedachte aan telefoneren en ze krijgt met moeite een Capri Sun open. Maxime is 23 en moet volwassen worden, maar heeft geen idee hoe.

Kleine Max,

Alhoewel, klein? We schelen nu 10 jaar, maar je zou me haast recht in de ogen kunnen kijken.
Ik zie je zo voor me, diep weggedoken in een boek met een geconcentreerde frons. Ik vraag me af hoe ik je moet aanspreken. Je schrikt wanneer mensen je onverwachts aanraken. Ken ik. 
Weet je wat, kleine Max, ik laat je rustig lezen. Maar als je toch zou opkijken, vraag ik me af of ik ben wie je hoopte dat je zou worden. Ik kan me niet herinneren dat je concrete plannen of dromen hebt. Dromen zeggen veel over wie iemand is, maar jij en ik geven weinig prijs over onszelf. Je piekert vaak, over zaken waarvoor je nog niet eens de woorden hebt. Je leunt tegen de muur terwijl je naar muziek luistert en de chaos in je hoofd probeert te ontwarren. Ik heb ondertussen 10 winters meer gezien en kan hier en daar een antwoord suggereren. Maar ik kijk ook hoopvol naar de Max die 33 zal zijn en het allemaal heeft uitgedokterd.
Hoop is voor de hopelozen en wanhoop is voor de dwazen, nietwaar?

Geen keuze hebben is ook een keuze

Laat me meteen beginnen met je grootste zorg. Het begint te stormen onder die leeuwenmanen van je.
Meisjes, niets dat hun schoonheid evenaart. 
In de volgende jaren zul je een paar keer inwendig donderend vloeken en wanhopig wensen om 'normaal' te zijn. Ik kijk vertederd terug op je eerste kalverliefde, jij loopt in volle puberteit met een existentiële crisis de muren op. Enkele weken voor je 18e verjaardag kus je voor het eerst een meisje. Je vergeet nooit wat je op dat moment denkt - zelfs op zulke momenten kun je jouw wonderbaarlijke wirwarhoofd niet het zwijgen opleggen: "Vanaf hier is er geen weg meer terug."
Je maakt de keuze die nooit een keuze is geweest, je hebt hem gewoon lang uitgesteld. Maar vanaf dan twijfel je niet langer of dit wel zo een goed idee is.
Je krijgt de reacties die je had verwacht, gehoopt en ook gevreesd. Vriendelijk in het gezicht, eerlijk achter de rug. Het doet meer pijn dan je laat merken, maar je hebt de fut niet om ertegenin te gaan.
Vele jaren later kijk je met een vriend uit over een ondergesneeuwde vallei. Hij zegt schalks: "Nou, God geeft je natuurlijk het leven waarvan 'ie denkt dat je het aankunt." Jullie kijken elkaar zwijgend aan en barsten dan uit in een vettige bulderlach.

Samen opgroeien is niet samen oud worden

Je zult me voor gek verklaren, maar je laat op één uitzondering na al je jeugdvrienden achter. Het is beter zo. Je wilt iemand worden die je tot dan toe nog niet hebt kunnen zijn. Je zult je tot dat moment vaak ongemakkelijk voelen, onbegrepen en ook raar. De eerste zomer zonder is er één van pure eenzaamheid, daarvoor had ik je graag behoed. Jij en ik kunnen goed alleen zijn, maar eenzaamheid jaagt ons de daver op het lijf. Tot de radio Sigur Rós aan je voorstelt. Je gaat kopje onder in de bitterzoete melancholie van Valtari. De plaat zal je troosten bij elke kras op je hart.
Van 'die rare' transformeer je in de 'excentrieke clown', een rol die je goed afgaat. De vrienden van je volwassen leven zijn goede mensen in de puurste betekenis. Ze zijn groots, gul en wijs op hun eigen manier. Je zult vaak wensen dat je hen eerder had gevonden. Vooral het exemplaar dat warme chocomelk komt maken op je kot wanneer het leven begint door te wegen. Sommigen van hen zie je niet zo vaak als je zou willen. Maar wanneer jullie elkaar tegenkomen, pikken jullie de draad moeiteloos op.
"Zolang Max koffie drinkt, leeuwenmanen heeft en een gevat antwoord heeft op alles, komt het goed", lachen ze. Je brengt samen met hen een zomeravond door op het terras, je luistert naar het gebabbel en leunt tevreden achterover om een glimp van de sterren te kunnen opvangen.
De sterren zijn nabij en dierbaar, ik heb me aangesloten bij de broederschap van de werelden. En alles is heilig- alles, zelfs ik.

 Woorden zijn alles

Je bent een goede luisteraar, met je groene ogen kun je iemand aankijken tot het hele verhaal eruit komt. Naarmate je ouder wordt, hoor je ook de onuitgesproken woorden en wordt het onmogelijk om geheimen voor je te hebben. Je zult er vaak zelf van schrikken hoe goed je de mensen kunt lezen. Maar je hebt een zwak voor mensen die vlot kunnen babbelen. 
Meneer Rik, mevrouw Van Lierde, mevrouw De Neve en mevrouw Lievens stimuleren je liefde voor taal en verhalen vertellen. In mijn herinneringen lijkt het zes jaar druilerig te regenen zolang je op de middelbare school zit, maar hun lessen zijn zonnestralen die de wolken doorbreken.
Je zit continu met je neus in boeken die nog net ietsje te moeilijk voor je zijn. Je ontmoet er je grootste helden. Je probeert het rechtvaardigheidsgevoel van Atticus Finch te volgen. Net zoals Scout Finch loop je het liefst rond in een salopette en zeg je 'zwijg en eet een steen' tegen hokjesdenken. Hermelien is een godin, daarover gaan we niet discussiëren. En je deinst er net zoals Yam-Yam niet voor terug om de vijanden van je geliefden levend op te peuzelen.
Woorden betekenen alles voor je, kleine Max, meer dan je nu beseft. Met de jaren accepteer je dat het gesproken woord nets voor jou is, maar dat jouw stem het krachtigst klinkt op papier. Tijdens je studentenjaren leg je 's avonds vaak een plaat op en duik je de hele nacht kopje onder in je eigen hoofd om je te laten meevoeren met de woordenstroom. Je ogen branden van vermoeidheid, maar je glimlacht.


Eden gezworen op basilicumplanten tellen dubbel

Belofte maakt schuld en je wilt niemand iets verschuldigd zijn. Je doet wat je kunt en probeert koppig wat je niet kunt. Op het einde van het liedje lig jij uitgeteld in de lappenmand. Je maant anderen aan om tijd voor zichzelf te nemen. Maar dat advies geldt niet voor jezelf.
Tot je in Finland verzeilt en een appartement deelt met een wereldwijze Française, Jules. Jullie praten hele nachten vol in jullie piepkleine keukentje, genesteld op de bobbelige vloer. Jullie lachen met het leven, de op handen zijnde proletarische revolutie, liefde en aanverwante aandoeningen. Als er mee te lachen valt, dan kun je er ook mee leven. De soundtrack van Kill Bill is het anthem van kamer M403. Ze laat je proeven van haar befaamde brouwsel spicy water en na één slok weet je dat je de eerste 25 jaar niet ziek zult worden. Bij jullie afscheid houdt Jules je gezicht stevig vast tussen haar handen. "Comrade, swear that you will look after yourself. There is only one Max, anyone who doesn't see that is never worth it." Je grinnikt om haar aandoenlijke accent, maar je belooft het plechtig op Gustave de basilicumplant. Jullie doen allebei alsof jullie niet staan te huilen.
Niet dat je daarna plots verandert in een egoïstische trut, maar het lukt je beter om je grenzen te respecteren. Je hebt het beloofd aan degene die je beschouwt als een zusje.

Tegen F-16's kun je niets inbrengen

Je begint uiteindelijk met daten. Misschien later dan de rest, maar je zal principieel weigeren om je in iets te storten vooraleer je dat hoofd op orde hebt. Sommige dates gaan vanaf het eerste moment de mist in. Je maakt er een hilarisch verhaal van voor je vrienden. 
Andere keren schreeuwt je instinct moord en brand en maak je dat je wegkomt, ook al lijkt er op het eerste zicht geen vuiltje aan de lucht. Dat befaamde instinct van je is een godsgeschenk.
Je leert meer over mensen dan je soms zou willen. Soms zal je iemand verbouwereerd aanstaren en gillend denken: "Ben je echt zo lomp of doe je gewoon lomp?" 
Uiteindelijk ondervind je aan de lijve wat het betekent om zo van je sokken geblazen te worden dat het voorbijgaat aan verliefdheid, vlinders en verlangen. Vergelijk het met keurig naar links en naar rechts kijken op een uitgestorven landweggetje om dan halverwege uit het niets onderschept te worden door een F-16. Je bent weerloos en je begrijpt niet waarom. Met knikkende knietjes krabbel je overeind en probeer je het stof van je af te slaan. Je zult je er haast voor schamen dat een stofkorrel zich diep in de groeven van je hart heeft genesteld. 
Het is een vloek om armen te hebben, maar niemand om te omhelzen, lees je. Maar dan denk je aan de basilicum-belofte en sleep je jezelf naar een greppel om op adem te kunnen komen. 
Je acht Jules in staat om uit het niets op te duiken en je als straf een beker spicy water te laten drinken als je je belofte zou verbreken.

Kleine Max, ik was nooit mezelf kunnen zijn als jij niet jezelf was geweest. 
Ik streel voorzichtig over je leeuwenmanen, daarvan weet ik dat we allebei inwendig beginnen te spinnen van geluk.

Max