Charlotte: Geduld

column

charlotte

Ik geloof in ware liefde, maar die lijkt heel ver weg. Zijn het mijn rode lippen met altijd wel een mening klaar? Mijn open en blote schrijfsels? Of verwacht ik te veel van alles en iedereen? Ambitieus zijn doet geen zeer en het geluk achterna reizen ook niet. Ik blijf gewoon wie ik ben. Ongecensureerd. 

Geduld

“Ik las je columns.”

“Huh, hoe?”

“Met mijn ogen...”

 “Onnozelaar”, lach ik. 

“Ik vertaalde ze vluchtig met mijn pc”, antwoord hij.

“En?”

“De vertalingen waren niet zo goed.”

Korte viruele stilte.

Twijfelend stuur ik terug: “Als je me afwijzen wil, dan dit is het moment”. 

“Helemaal niet. Ik vind je columns goed.”

Ik glimlach. Mijn andere sekspartners doen hem blijkbaar niets. Zeldzame man, die baasman. Het lijkt haast alsof er niets mis is met hem. 

 

Ik ontmoet hem een paar dagen later voor lunch.

“Ik heb een ongelooflijke stijve”, fluistert hij. 

(Valt het je op dat we nog steeds niet in de koffer zijn gedoken? Ondanks de sleepovers, lunchdates en filmavonden die al passeerden?)

“Dat is leuk om te horen”, plaag ik slurpend aan mijn koffie.

We kussen. Wat daarna volgt, is iets minder leuk.

“Ik voel me zo goed bij je, maar ik moet je vertellen: ik ben niet klaar voor een relatie. Nog niet.” Ik slik. Geduld is nooit een van mijn beste kwaliteiten geweest. En nu word ik getest. Wachten op hem én zijn boner: het wordt een hele opgave.

Maar zijn zomerse relatiebreuk voelt nog vers. Zij deed hem pijn. Dus moet ik hem ruimte geven, niet? En we vinden elkaar oprecht leuk. Dus al wat ik op dit moment kan doen is knikken, begrijpen en hem vertrouwen. En dat doe ik. 

 

BILL-reporter Charlotte Spens fileerde eerder het leven van haar generatiegenoten. In haar nieuwe column legt ze zichzelf onder de loep.