Interview: The Girl Who Cried Wolf

"Wees gerust: we repeteren niet in een donker bos bij kaarslicht."

Pieter

Foto’s voor Interview: The Girl Who Cried Wolf

The Girl Who Cried Wolf

BILL spoort richting De Gouden Vis voor enkele rode wijntjes, een kop koffie én een tête-à-tête met Michael-John Joosen en Heleen Destuyver, twee hoofden van de vijfkoppige band The Girl Who Cried Wolf

Overdosis wolven

Op jullie website staat dat jullie inspiratie putten uit zowat elke bestaande band met een wolf in de naam. Vanwaar die fameuze boon voor de wolf?

Michael-John (26, drum): “De vriendin van onze gitarist vertelde een tijd terug iets over een fabel van Aesopos, “De jongen die wolf riep”. We hielden onmiddellijk van die zin, ook al heeft ze een eerder wrange nasmaak – “to cry wolf” slaat vandaag namelijk op “Een vrouw die haar aanbidder vernedert door roddels over hem te verspreiden”."

Heleen (24, zang): “The Girl Who Cried Wolf dekt in elk geval onze lading: duister, rauw en melancholisch. De jongen werd een meisje en zo had het kind een naam. Wat betreft onze inspiratie: we vonden het wel geestig om gewoon alles wat met een wolf te maken heeft te vermelden, net omdat ons repertoire zo eclectisch is.” 

Die andere Belgische wolvenband breekt momenteel aan een hels tempo door. Geen schrik van Oscar and the Wolf

Heleen: “We hebben geen moment gevloekt hoor, we zijn zelfs fan. Misschien dat we eens een keer hun voorprogramma kunnen spelen. Het enige nadeel is dat onze namen samen nogal lullig op een affiche zouden staan, een overdosis ‘wolf’ vrees ik." 

Mannen hatende alienbruiden 

Je stemgeluid wordt vaak gelinkt aan dat van Beth Gibbons, Heleen. Hoe voelt het om met een dergelijk monument vergeleken te worden? 

Heleen: “Zoiets kan je toch enkel als compliment zien? Ik beschouw het in elk geval niet als iets negatiefs, alsof ik nu een reputatie hoogt te houden heb.” 

Michael-John: “Ik kende Portishead zelfs niet totdat iemand me op de gelijkenissen wees. Ondertussen ben ik een grote fan geworden, al vind ik niet noodzakelijk dat we muziek maken die bij hun oeuvre aansluit. Onze line-up is helemaal anders, met een klassiek geschoolde celliste en een bassist die houdt van ska, reggae en punk. Zelf speel ik dan weer graag metal, wat maakt dat onze klank constant evolueert en openstaat voor onderling debat.” 

De videoclip bij “Volt” ruikt naar het betere werk van David Lynch. Begrijpen we het goed als we onthouden dat de bruid een mannen hatende alien is?

Heleen: “Zou kunnen. Tijdens onze repetities valt de naam Lynch inderdaad regelmatig. Eigenlijk lieten we de regisseur heel vrij, hij kreeg bijna carte blanche. We vroegen enkel om te denken aan series als True Blood en True Detective, series die qua stijl enigszins visuele equivalenten van onze muziek zijn.”

Emotionele kots 

De benauwdheid, weemoed, en duisternis druipen uit jullie lyrics. Nochtans geen eigenschappen die jullie op het eerste zicht als mens uitstralen.

Michael-John: “Wees gerust, we repeteren niet in het midden van een donker bos bij het schemerlicht van zwarte kaarsen, hoor.”

Heleen: “We zijn inderdaad net hele positieve, luchtige mensen. Maar ik heb gewoon een zekere somberheid nodig om aan schrijven toe te komen. Ik zie het als een dagboek, daar schrijf je ook voornamelijk dingen in die je echt neer wisten te halen. Voor mij is schrijven afzien, mijn gal uitspuwen. Ik vind het prachtig hoe een emotioneel hoopje kots dankzij de rest van de groep voor mijn ogen uitgroeit tot iets moois.”

Is er één bepaalde eigenschap die we mogen noteren als het handelsmerk van TGWCW?

Michael-John: “Schrijf dan maar dat we onze nummers graag heel klein en intiem beginnen, om dan op het einde te ontploffen. Die spanningsopbouw wordt meer en meer een rode draad in onze muziek.”

Heleen: “Voor mij was dat in het begin wel even wennen. Normaal zit ik alleen thuis rustig wat op mijn gitaar te tokkelen. Plots repeteer je in Trix, en voel je hoe een oorspronkelijk ingetogen stukje plots je trommelvliezen terroriseert. Mijn eerste reactie was iets als in “Fuck mannen, zet dat stiller, ik hoor mezelf niet zingen”. Maar ondertussen ben ik er aan gewend geraakt.”