"Het zou saai zijn als iedereen hetzelfde goed vindt"

Interview Josse De Pauw

Filip

Video’s voor "Het zou saai zijn als iedereen hetzelfde goed vindt"

"Het zou saai zijn als iedereen hetzelfde goed vindt"

Centrale gast Josse De Pauw speelt op Theater Aan Zee zelf in twee voorstellingen (Een Nieuw Requiem en Die Siel van Die Mier), toont ook Ruhe, leest uit De Versie Claus, en holt van her naar der voor interviews en andere verplichtingen. Benieuwd of hij nog tijd heeft om andere voorstellingen te zien.

Wat zijn je persoonlijke hoogtepunten van Theater Aan Zee?

Josse De Pauw: “Ik ben heel aangenaam verrast door Triomff van de zusjes Claes. Het is fantastisch hoe zij er in slagen om beeldende kunst theatraal te maken en omgekeerd. Ook al is er iets hermetisch aan, toch ben ik vaak meegesleurd in hun wereld. Tanzung van Jan Decorte zag ik hier voor het eerst. De durf waarmee Jan zichzelf en zijn liefde voor Sigrid Vinks op scène zet, bewonder ik heel erg. Omdat ik Jan en de andere mensen op scène erg goed ken, is deze keuze misschien iets subjectiever. Al zag ik ook dat mensen die hen niet kenden, erg ontroerd waren.”

“Ik kies deze twee voorstellingen er uit omdat ik ook wel merk - en begrijp - dat een deel van het publiek er misschien bij afhaakt, maar dat vind ik ook deel van een festival. Je moet als toeschouwer toelaten dat andere mensen van andere dingen houden dan jij. Dat beseffen kan best nuttig zijn voor een samenleving. Het zou maar saai zijn als iedereen hetzelfde goed zou vinden.”

Er speelden drie voorstellingen van jou op het festival, waarom net deze?

Josse: “Ik denk dat de voorstellingen die we hier brengen wel tekenend zijn voor mijn werk van de laatste tien à vijftien jaar, waarin muziek een belangrijke rol speelt. De selectie is toch altijd wat afhankelijk van wat mogelijk is. Ik had heel graag De Gehangenen hier getoond, maar dat was een beetje boven onze krachten (de acteurs hangen aan het plafond, nvdr.). Ook Over De Bergen, een samenwerking met Corrie Van Binsbergen, wilden we graag brengen, maar daar spelen zoveel muzikanten in mee, en het was moeilijk om hen allemaal bijeen te krijgen.”

Zijn er voorstellingen die je graag wilde zien, maar gemist hebt?

Josse: “De Pagnol-trilogie van Compagnie Marius wil ik eigenlijk al jaren zien, en nu is het er weer niet van gekomen, omdat ik mijn lezing van De Versie Claus nog wilde inoefenen. Over Freeze! van Nick Steur heb ik al zoveel goede dingen gehoord, dus die voorstelling probeer ik nog te gaan kijken.”

Wat onderscheidt Theater Aan Zee van andere festivals?

Josse: “De focus op jong werk in muziek en theater mag zeker niet losgelaten worden. Het feit dat veel speelplekken omgebouwde locaties zijn, bepaalt ook mee het festival. Het publiek begrijpt dat die niet altijd helemaal geïsoleerd kunnen worden, maar staat daar erg genereus tegenover – wat overigens geen slecht uitgangspunt is om naar theater te gaan kijken."

Hoe kan Theater Aan Zee nog groeien of veranderen?

Josse: “Het festival is de afgelopen vijftien jaar stap voor stap kunnen groeien. Nu is men op een punt gekomen waarbij men moet nadenken waar men nog kan groeien. Dat hoeft voor mij niet in nog meer verkochte tickets te zitten, maar misschien in een andere profilering. In het Jong Theaterwerk is het volgens mij mogelijk om ook in de ons omliggende buurlanden te gaan scouten om een internationalere selectie te tonen. Zo kan men met jonge makers uit het buitenland een band smeden, zodanig dat wanneer ze later wereldberoemd zijn, Theater Aan Zee hen toch nog aan een zacht prijsje kan boeken. (lacht) Dat lijkt me interessanter dan grote, dure voorstellingen uit het buitenland te kopen, waarvoor het budget toch te klein is.”

Heb jij tijdens het jaar tijd om jong theaterwerk te volgen?

Josse: “Ondertussen heb ik mijn eigen spoor ontwikkeld, en doe ik ontzettend veel, waardoor er weinig tijd overblijft. Bovendien ben ik meer een speler dan een toeschouwer. Ik moet dus overtuigd worden. Op Theater Aan Zee zou ik meer willen zien, maar als ik mijn programma voor de komende dagen bekijk, heb ik nog veel te doen!”