"Ik wil migratie een gezicht geven"

Oosterlengte

Filip

Oosterlengte

© Koen Van Overmeiren

Wim De Wulf, auteur en regisseur bij het Gentse figurentheater Ultima Thule, speelde op Theater aan Zee twee dagen de prachtige monoloog Oosterlengte.

Het verhaal van de hyperkinetische Arthur en zijn slimmere vriend Louis wordt parallel verteld met dat van Naomi, die na een mislukte vlucht van Senegal naar Londen gestrand is in België. Beiden ontmoeten elkaar in het opvangcentrum voor asielzoekers, waarvan Arthurs vader net directeur geworden is en hij met zijn gezin naartoe is verhuisd.

Je speelt in Oosterlengte met vier poppen. Voelt dat dan nog aan als een monoloog?

Wim De Wulf: “Zeggen dat het ik en mijn vier vrienden zijn die spelen, is misschien een brug te ver. Het feit dat je met poppen speelt, draagt wel bij tot de spankracht van de vertelling, omdat je vier extra personages kan vertolken.”

Ben je in je kindertijd ook moeten verhuizen zoals het Arthur tegen wil en dank overkomt?

Wim: “Godzijdank niet, maar ik vreesde er wel altijd voor. Je hoort vaak dat kinderen die naar een andere stad verhuizen, bijvoorbeeld door een echtscheiding van hun ouders, echt hun kluts kwijt zijn omdat ze hun school en vrienden moeten achterlaten.”

Wij kunnen verhuizen maar willen het misschien niet, terwijl de Afrikaanse Naomi wel wil om een beter leven op te bouwen, maar dat niet zomaar kan.

Wim: “Naomi zegt op het einde van het stuk: 'Je veux seulement sauver ma vie.' Over migratie wordt nu enkel gesproken in termen van quota en corruptie, terwijl er zoveel menselijke verhalen achter zitten. Toen ik een kind was, zagen we één Algerijn per jaar. Nu zijn migranten in het boerengat in Wallonië waar ik woon, een normale zaak geworden. Migratie is alomtegenwoordig, en dat zal niet verminderen als de oorzaken ervan niet aangepakt worden.”

“Ik heb niet de ambitie om politiek theater te maken in de enge zin van het woord, maar wil wel graag iets vertellen over de wereld waarin ik leef. Dat deze voorstelling in Oostende kan spelen, op een festival waarmee ik bovendien vergroeid ben geraakt, met de ferry naar Engeland slechts honderd meter verder, maakt de migratieproblematiek goed vatbaar.”

Schrijf je eerst de tekst en begin je dan te repeteren, of ontstaat de tekst al spelende?

Wim: “Ik had de helft van de tekst bij het begin van de repetities. Daarna zaten we twee dagen in de week op de vloer, en typte ik de overige drie dagen. Het deed deugd om eens rustig op mijn eentje thuis te werken. De muziek maakte ik samen met de tekst. Dan onderbrak ik het schrijven om plots een melodie op piano te verzinnen en die, bij gebrek aan deftige apparatuur, met mijn gsm op te nemen.”

Worden bepaalde eigenschappen uitvergroot voor het maken van de poppen?

Wim: “Arthur is echt een ADHD'er. Dat merk je aan zijn haar: er heeft precies 1.000 volt opgestaan. Het kapsel van Louis ligt dan weer plat op zijn hoofd, en hij heeft een nerdy bril. Ajani, de broer van Naomi, is vlug als een duiveltje uit een doosje, en die pop is dan weer heel mobiel.”

Je bent ook juryvoorzitter Jong Muziek. Hoe is het niveau dit jaar?

Wim: “Heel hoog. Pieter-Jan Vervondel doet echt een oproep om demo's in te zenden, zodat hij een grote poule van getalenteerde groepen heeft om uit te kiezen. De oogst is dit jaar rijker dan andere jaren. Over de Jonge Muziek mag ik nog niets verklappen, maar ik was wel al zeer onder de indruk van Flat Earth Society. Ook Rumble Jungle Orchestra, die het openingsconcert speelden, was zeer straf.”