Lachen met de paus

Onze Paus

Wunderbaum

Filip

Knotsgekke Poolse satire in Onze Paus

In 2007 weigerde een theaterdirectrice uit het Poolse Wroclaw om Onze Paus op te voeren, een stuk waarvoor ze nochtans zelf de schrijfopdracht aan Arnon Grunberg gaf. Officieel omdat ze het een zwak en onsamenhangend stuk vond dat niets nieuws vertelde over de Polen. Wunderbaum vermoedde echter dat de satire die Grunberg maakte op onder andere de katholieke kerk en het Poolse nationalisme, te gevoelig lag. Deze mysterieuze afwijzing werd zelfs aangewend ter publicitaire prikkeling voor Onze Paus. 

Poolse grond

Guillaume (Oscar van Rompay), een universitair docent Nederlands, trekt samen met zijn liefje Louise (Wine Dierickx) naar Wroclaw, omdat hij in Vlaanderen geen werk vindt. Hun verhuis zal geen exotisch tripje worden (Louise: "Wroclaw grauw en grijs? Zoals Wallonië?"). Toch proberen ze er, naïeve idealisten als ze zijn, het beste van te maken. Tien minuten na aankomst smakt Guillaume echter met zijn koersfiets onzacht tegen de Poolse grond. Resultaat: de helft van zijn tanden kwijt.

Vanaf dit punt gaat Guillaume ten onder aan allerlei Poolse curiositeiten: een bizarre tandarts die geen Engels spreekt, twee vertalers die hem geld willen aftroggelen, en een rector die Guillaume en Louise beschuldigt van de vlekken op hun matras, hoewel ze hiervoor zelf bij hem kwamen klagen. Guillaume is vergelijkbaar met Frans Woyzeck, die andere naïeve antiheld die van Rompay vorig jaar speelde.

Charlatans en stoeipoezen

Wunderbaum speelt de personages erg karikaturaal. Zo spreken Louise en Guillaume in proza, en rolt Maartje Remmers, in haar rol als blonde tandartsassistente, over de grond terwijl ze haar zelfverklaarde lancering in de media uitstippelt. Verwacht geen diepgravende karakteranalyses: in Onze Paus zijn Poolse vertalers charlatans, en werd de tandartsassistente annex stoeipoes enkel aangenomen omdat de eerste vrouw van de tandarts, een vrome maagd, stierf.

Dit laatste voorbeeld duidt de spagaat tussen traditie en vernieuwing waarvoor Polen, en bij uitbreiding heel het voormalige Oostblok, staat. Overal is de geest van "onze paus" (Johannes Paulus II was Pools) aanwezig. Tot hij sterft en de Poolse natie in rep en roer staat na het verlies van hun symbool. De ontroerende eindscène in de hemel contrasteert fel met de totaal ontspoorde decadentie van ervoor, en levert de meest fijnzinnige kritiek op uit heel het stuk:

"Weet je welke kardinaal tot paus verkozen wordt? Hij die weet welke kardinalen het met welke jongens doen."