Hoe Anne Teresa De Keersmaeker Belgische dans naar de 21e eeuw katapulteerde

En hoe jonge fans haar daarbij hielpen

Eline Eerdekens

Anne Teresa De Keersmaekers voorstelling Fase, Four movements to the Music of Steve Reich luidde in België een nieuw tijdperk van dans in. Naast veel prestigieuze prijzen en wereldwijde lofzang, heeft dat de Vlaamse choreografe ook een indrukwekkende carrière opgeleverd. Maar haar diepgaande vernieuwing binnen de Belgische dans had eigenlijk bijna evenveel te maken met het Belgische danslandschap als met talent. 

We teleporteren onszelf even terug naar het einde van de jaren 70. Op dat moment bestaan er twee oorden voor de dans: het Koninklijk Ballet van Vlaanderen (nu Opera Ballet Vlaanderen) en Ballet van de XXste Eeuw.  In het buitenland waren choreografen al een tijdlang bezig met het vernieuwen van de klassieke taal van de dans. In België was daar nog weinig van te merken. En omdat we niet veel anders dan ballet kenden, maakte Anne Teresa De Keersmaekers vernieuwende danstaal des te meer indruk. Het werd “avant-garde” of “contradans” genoemd.  Een danstaal die zich sterk verzette tegen de canon van het ballet, dus.

Die term is niet onterecht. De Keersmaeker vond inspiratie in de Amerikaanse postmoderne dans. In 1980 nam ze deze inspiratie vanuit New York mee terug naar België in de vorm van Fase. Als je de dansbewegingen van het filmpje van Ballet van de XXste Eeuw met die van Fase vergelijkt, is dat inderdaad een wereld van verschil. Enkele jaren later startte ze haar danscollectief Rosas en bracht ze de voorstelling Rosas danst Rosas. Deze opvoering versterkte het enthousiasme voor haar choreografieën. Zo klonk het startschot naar een tot-op-dit-moment-durend succesverhaal.

De Tachtigers en hun jonge fans

Het straffe is dat tegelijkertijd met Anne Teresa De Keersmaeker ook andere Vlaamse kunstenaars vernieuwende elementen begonnen aan te brengen in hun kunst. Deze groep werd later de Tachtigers genoemd. Een ander groot voorbeeld van deze groep is Jan Fabre, die het theaterlandschap volledig op zijn kop zette. Omdat verschillende kunstenaars met nieuwe thematieken en methoden aan de slag gingen rond dezelfde tijd, werd al snel het gevoel gecreëerd dat er iets speciaals aan de hand was in Vlaanderen. Het was de Vlaamse Golf die ons kwam overspoelen met creativiteit, met nieuwe manieren van kunst maken, met een kunst die zich volledig afzette tegen het oubollige ballet en toneel van toen. En als je kunst maakt met zo’n punkattitude, krijg je natuurlijk een horde jonge fans achter je aan.

Het waren vooral deze jonge fans die het verdere verloop van de Vlaamse Golf verzekerden. Het zou even duren voor de overheid en de twee oorden van de dans iets van deze avant-garde kunst moesten weten. Daarom voorzagen jonge producenten en programmatoren de Tachtigers zelf van een podium.

Doordat ze niet gesubsidieerd werden door de overheid, was het noodzakelijk om samen te werken met grotere buitenlandse huizen om de producties te financieren. Er werden ook nieuwe tijdschriften, zoals Etcetera, uit de grond gestampt. Zij probeerden de dansvoorstellingen verstaanbaar te maken bij een groter publiek. Iets wat nodig was, omdat het abstracte karakter van dans er vaak voor zorgt dat ze moeilijk te interpreteren is.

De mythe van de Vlaamse Golf

Al snel kreeg de promotie van deze nieuwe, hedendaagse dans een ideologische dimensie. De dans van de Vlaamse Golf was modern, spannend en authentiek. Het was niet zoals het ballet, dat saai en ouderwets was. Er werd een beeld gecreëerd van de Vlaamse Golf als dé nieuwe generatie kunstenaars die wereldwijd werd gehuldigd. Ze werd gewoon niet begrepen door de verstarde, vastgevroren kunstelite van België.

De “Vlaamse Golf” kreeg zo een magisch aanzien. Veel choreografen en voorstellingen werden onder de noemer van hedendaagse, Vlaamse dans geworpen. Sommigen van hen hadden weinig met dit soort dans te maken. De bekendheid van de kunstbeweging bevorderde subsidiëring van de overheid en samenwerking met buitenlandse festivals.

Die mythe van de Vlaamse Golf blijft ook nu nog wat hangen. Want maken we de groten zoals Jan Fabre en – jawel – Anne Teresa De Keersmaeker niet heel groot? Je zou je kunnen afvragen of de culturele context van dat moment niet heeft bijgedragen aan de carrières van deze sterren.

Anne Teresa De Keersmaeker: van canonbreker tot stukje Belgische canon

Het toenmalige danslandschap neemt natuurlijk niet weg dat Anne Teresa De Keersmaeker ook een heel pak in haar mars heeft. Haar choreografieën zijn wel degelijk verbluffend en vernieuwend - en dat niet alleen in het België van toen. Wat is er precies zo goed aan haar oeuvre? Wat maakt een dans van Anne Teresa De Keersmaeker nu net een dans van Anne Teresa De Keersmaeker?

Daarstraks werd al eens terloops vermeld dat Anne Teresa geïnspireerd raakte door de Amerikaanse postmoderne dans. In dit soort dans gaat het puur om de beweging. Er is geen verhaal, geen emotie, niet persé iets dat men wil uitdrukken. Die bewegingen hoeven ook niet elegant of mooi te zijn. Het liefst zijn ze zo alledaags mogelijk. Met deze inspiratiebron deed Anne Teresa De Keersmaeker haar eigen ding. De bewegingen die zij gebruikt zijn niet alleen alledaags. Ze zijn veel meer symbolisch. Zo krijg je pure bewegingen die wel rijk zijn aan emotie. Door de combinatie van deze elementen ontwikkelde ze een eigen unieke bewegingstaal. Die authentieke paraaf doorheen haar werk was doorslaggevend voor haar succes.


Tip: probeer deze dans ook eens achter je bureau

Dit succes is ondertussen verankerd als een vaste waarde in het Belgische danslandschap. De laatste jaren houdt Anne Teresa De Keersmaeker zich steeds meer bezig met de begeleiding van jong talent. En in 1995 richtte ze haar dansschool - P.A.R.T.S. - op. Zo traint ze een nieuwe generatie dansers en choreografen. Op die manier zal ze haar stempel ook een beetje op de dans van de toekomst drukken. Die nieuwe generatie volgt niet klakkeloos, natuurlijk. Ze zijn ook allemaal op zoek naar hun eigen, unieke bewegingstaal.