Piet Van Dycke [BILL Award 2018]

'Het is die combinatie van dans en theater, dat het met elkaar in balans brengt.'

Eline Eerdekens

STEM OP JOUW FAVORIET & WIN EEN MUSEUMPAS <

Piet van Dycke (22) - won eerder in 2018 al de Jacques de Leeuw Prijs, maar bevindt zich momenteel als danser en choreograaf in een niemandsland. Van daaruit werkt hij samen met zijn collectief dOFt een frisse nieuwe taal uit die de grenzen tussen dans en theater vervaagt. Ietwat allergisch aan routine, werkt hij daarnaast nog tegelijkertijd nog aan projecten met Cie Woest, fABULEUS en LAP.

Hoe ben je in dans terecht gekomen?

Piet Van Dycke: 'Ik heb eigenlijk heel mijn leven op circusatelier Salto gezeten en daar was mijn discipline acro porter. Dat is heel lichamelijk. Dat was echt trucje na trucje. Maar ik vond de overgang van trucje naar trucje steeds interessanter, meer dan de trucjes op zich. En dat is dans.'

'Ik ben daarmee verder gegaan en heb auditie gedaan bij fABULEUS in Leuven voor de productie dUb van Karolien Verlinden van Tuning People. Zo is de bal aan het rollen gegaan.'

'Uiteindelijk had ik ook zin om zelf te maken. Om niet alleen bezig te zijn met de uitvoerende kant, maar ook mee te denken en in het werkproces te stappen. Er was een vriendin van mij die op Fontys Hogeschool voor de Kunsten zat, en dan ben ik ook daar gaan studeren. Zo ben ik als uitvoerend danser bij choreografie terecht gekomen.'

“Het meest fantastische gevoel is altijd na een voorstelling, als je afgemat en helemaal bezweet in je kleedkamer komt en voelt dat je het publiek hebt kunnen raken. Dan denk ik vaak: “Hiervoor doe ik het!”

In je voorstellingen mix je elementen van dans, theater en acrobatiek, waar komt die zin om te mengen vandaan?

'Ik denk dat die circuselementen iets zijn vanuit mijn jeugd. Dat is eigenlijk nooit de bedoeling, maar dat sluipt er altijd toch wat in. Dan sta ik daar achteraf pas bij stil, dat er toch weer meer elementen in zitten dan ik dacht. Maar dat acrobatische komt ook wel uit het risicogehalte dat het met zich meedraagt. Zo zorgen ervoor het spannend blijft voor onszelf. En eigenlijk vind ik dat wel belangrijk dat het lichamelijk is. Het meest fantastische gevoel is altijd na een voorstelling, als je afgemat en helemaal bezweet in je kleedkamer komt en voelt dat je het publiek hebt kunnen raken. Dan denk ik vaak: “Hiervoor doe ik het!”'

“Om dans op een iets meer laagdrempelige manier op scène te zetten, is de combinatie met theater heel verrassend en versterkend.”

'De combinatie van dans en theater maken, dat is bewuster. Dat doen we met het collectief dOFt. De abstractheid van dans is soms niet altijd behapbaar. Om dans op een iets meer laagdrempelige manier op scène te zetten, is de combinatie met theater heel verrassend en versterkend, vind ik. Woorden kunnen soms context geven. Iets dat je met beweging niet altijd kan doen. Langs de andere kant vind ik dat theater soms wat verhalend is en dat je daar veel aan kan toevoegen met beweging. Het is die combinatie van dans en theater, dat het met elkaar in balans brengt.'

'We merken dat dat op een of andere manier wel aanspreekt, vooral bij een jonger publiek. Voor theater moet je soms veel concentratie hebben en met beweging kan je daar even uitgenomen worden. Dat maakt dat het genoeg prikkels heeft en dat het spannend en fris blijft. Dat was het startschot naar een taal die we vandaag de dag nog altijd aan het ontwikkelen zijn.'

©Brecht Vissers

“We circuleren op de grens tussen het jeugdtheater en het avondcircuit. Daarnaast brengen we dan nog eens een mix van verschillende disciplines, wat maakt dat we moeilijk in een hokje te plaatsen zijn.”

Zijn er bepaalde reacties van jongeren die je specifiek bijblijven?

'Dat is altijd anders. Het moeilijke, maar tegelijkertijd ook het fijne, aan dOFt is dat we ons zowat in een niemandsland bevinden. We spelen zowel voor kinderen, jongeren, en volwassenen. We circuleren op de grens tussen het jeugdtheater en het avondcircuit. Daarnaast brengen we dan nog eens een mix van verschillende disciplines, wat maakt dat we moeilijk in een hokje te plaatsen zijn. Het mooie aan dOFt vind ik dat we spelen voor een verscheiden en breed publiek. Dat houdt de speelstijl en de reacties ook altijd fris.'

'Zo’n reactie die ik nooit zal vergeten, was bij een van onze eerste voorstellingen: Even Geduld. Een jongetje van 11 jaar zei na de voorstelling: “Die twee mannen moesten meedoen bij Belgium’s Got Talent, dan zouden ze zeker de golden buzzer hebben gehad”. En dat vond ik zo grappig, want dat is totaal geen commerciële voorstelling. Die voorstelling gaat over niks. Maar die jongen meende dat zo oprecht, dat was heel grappig.'

“Er zijn al zoveel serieuziteiten in de wereld - dat is ook wel het mooie aan theater en dans, dat de eerlijkheid van een productie je uit je eigen gedachtenpatroon kan brengen.”

Over grappig gesproken: je voorstellingen hebben vaak wat absurde of humoristische elementen. Vind je het belangrijk om die er in te steken?

'dOFt voorstellingen worden soms wel humoristisch genoemd, maar we vertrekken eigenlijk nooit vanuit die humor. We starten meer vanuit een thematiek die we zien. Bij onze laatste voorstelling, bijvoorbeeld, is dat de ouder-kind relatie. Als ouder is je kind je pronkstuk, iets waar je trots op bent. Hoe ver kan dat gaan? En eigenlijk zijn volwassenen toch ook nog altijd kinderen. Dat thema hebben we gekozen en dan gaan we daar het lichte, of de humor, in zoeken. Zonder daar de nadruk op te willen leggen, maar dat sluipt er dan toch terug in.'

'Maar ook, er zijn al zoveel serieuziteiten in de wereld - dat is ook wel het mooie aan theater en dans, dat de eerlijkheid van een productie je uit je eigen gedachtenpatroon kan brengen.'

“Moest je bij één ding blijven, dan raak je vastgeroest in de tools die je al hebt.”

Zijn er bepaalde verwezenlijkingen waar je het meest trots op bent?

'Het meest trots ben ik op de samenwerkingen met de verschillende mensen. Eigenlijk is dat eerder dankbaar, dat ik met zoveel verschillende mensen kan samenwerken. Die verschillende samenwerkingen bouwen ook verder op elkaar. Moest je bij één ding blijven, dan raak je vastgeroest in de tools die je al hebt, denk ik. Door in een andere compagnie of met een ander gegeven te werken, leg je je uitdagingen altijd verder. Dan blijf je jezelf uitdagen om nieuwe dingen te gaan doen. En dan houd je je niet gewoon vast aan iets dat werkt, maar blijf je het ontwikkelen. Want er is altijd ruimte voor verbetering, denk ik.'

En in je toekomst?

'Als ik mag dromen? Ik zou deze eerste periode zelf nog heel veel willen dansen, spelen, maken en ontdekken. Maar het lijkt me leuk om binnen een aantal jaren mee te werken aan een nieuwe generatie. Om de volgende generatie ook kansen te bieden, te zorgen dat er podium mogelijkheden komen, dat er initiatieven opgebouwd worden. Dat is iets dat er deze dagen al veel is, maar ik denk dat hier nog vooruitgang in mogelijk is. Met dOFt hebben we zelf ook die droom om een jongerenwerking op te starten. Maar ja, er zijn zoveel leuke dromen (lacht).'

De BILL Award is terug. Hoog tijd om kennis te maken met de 10 belachelijk getalenteerde artiesten/kunstenaars die dit jaar om de prijs vechten. Check ze hier.

STEM OP JOUW FAVORIET & WIN EEN MUSEUMPAS <