Alle musea, concertzalen, theaters, ... sluiten even de deuren. Heel wat activiteiten worden daardoor geannuleerd of verplaatst door organisatoren, als corona-preventie.

Belgische mode: een ode aan de Antwerpse Zes

Belgische mode: een ode aan de Antwerpse Zes

De Belgische mode is een belangrijk onderdeel van ons erfgoed. Dit artikel is een ode aan De Antwerpse Zes: Dries Van Noten, Ann Demeulemeester, Dirk Van Saene, Walter Van Beirendonck, Dirk Bikkembergs en Marina Yee: de grondleggers van de Belgische mode.

Deze zes modeontwerpers studeerden in de jaren ’80 af aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Antwerpen. De zes zetten België pas echt op de kaart met hun gezamenlijke modeshow in 1986 in Londen.

Ondanks hun populariteit hebben de Zes het moeilijk hun hoofd boven water te houden, de oorzaak ligt bij de moordende concurrentie en snelheid van de modewereld.

Dries Van Noten

Van Noten werd geboren in een kleermakersfamilie, van kleins af aan ging hij al mee naar modeshows over heel Europa. Hij werkte eerst als freelance-modeontwerper vooraleer hij in 1986 zijn merk opstartte.

Zijn eerste collectie was meteen een hit en werd verkocht in het prestigieuze Barneys in New York. Zijn Antwerpse kledingwinkel bevindt zich al jaren in ‘het Modepaleis’. Maar in 2018 was hij genoodzaakt om een meerderheidsbelang aan het Spaanse luxe bedrijf Puig te verkopen. Van Noten verdwijnt niet helemaal van het toneel, hij is de creatief directeur.

Hij is gekend om zijn draagbare stukken, vloeiende silhouetten, natuur en-exotische prints. Hij wil op die manier zijn kleding tijdloos mogelijk maken.

Ann Demeulemeester

In 1985 ontwierp Demeulemeester haar eerste kledingcollectie. In 2013 stapte Demeulemeester uit de modewereld om zich terug te trekken in de natuur. Ze geeft de fakkel door aan creatief directeur Sébastien Meunier. Maar ook hij kondigde vorige maand onverwacht zijn vertrek aan. Ook dit modehuis zal waarschijnlijk overgekocht worden door een overkoepelend bedrijf.

Demeulemeester is geliefd voor haar androgyne kledij. Een combinatie van rebels zwart en zachte, vloeiende stoffen zijn de rode draad van het modehuis. Haar kledij bestaat uit tegenpolen, kort omschreven als romantische grunge.

Momenteel heeft ze een samenwerking met interieurbedrijf Serax waar ze uniek, handbeschilderd servies en lampen ontwerpt.

Dirk Van Saene

Het jaar dat hij afstudeerde opende hij zijn eerste winkel al: ‘Beauties and Heroes’. Later opende hij de winkel DVS. Hij verkocht er niet alleen zijn eigen merk, maar ook Walter Van Beirendonck en andere Belgische ontwerpers. Ook deze winkel overleefde het niet.

Van Saenes creativiteit stopt niet bij mode, hij maakt ook keramiek en schildert. Deze schilderijen laat hij dan drukken op zijden stoffen voor zijn collecties. Hij heeft zijn merk altijd klein gehouden en vaart zijn eigen koers.

Van Saene maakt unieke prints en heel draagbare kledij. Zijn werk is een niche en dat is juist waarom hij nog steeds goed verkoopt. Hij geeft al 11 jaar les op de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Antwerpen.

Walter Van Beirendonck

Naast zijn kledinglijn ‘Walter Van Beirendonck’, werd hij in 1993 ontwerper voor jeansfabrikant Mustang. Hij creëerde daar collecties onder het punklabel ‘W<’: Wild and Lethal Trash. Daarna volgde ook nog ‘Aesthetic-terrorists’.

Sinds 1985 is hij professor aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Antwerpen en in 2006 werd hij hoofd van de modeafdeling. Datzelfde jaar werd hij artistiek directeur voor Scapa sports. Een van zijn hoogtepunten was de collectie die hij ontwierp voor de PopMart-tour van U2.

Zijn stijl wordt gekenmerkt door felle kleuren, controversiële slogans, een mix van patronen en innoverende silhouetten. Van Beirendonck trekt zich niets aan van trends en ontwerpt vanuit zijn eigen fantasiewereld. In 2012 ging zijn kledingwinkel failliet.

Dirk Bikkembergs

Nadat hij afstudeerde aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen won hij de Best Young Fashion Designer-prijs waarmee hij zijn eerste collectie in 1986 kon financieren. Deze bestond uit militair-geïnspireerde mannenschoenen. Bikkembergs creëerde zijn eerste volledige mannencollectie in 1989. Iets later maakte hij een revolutionaire unisexcollectie.

In 2000 bracht hij zijn sportlijn ‘Bikkembergs Sport’ uit, het logo was het silhouet van een voetballer. Bikkembergs houdt van voetbal, in 2005 werd hij zelfs eigenaar/sponsor en ontwerper van de amateurvoetbalploeg, FC Bikkembergs Fossombrone. Over zijn catwalk liepen professionele voetballers in plaats van modellen.

Zijn modehuis werd in 2011 doorverkocht aan Zeis Exelsa. Maar in 2020 brengt hij een nieuw merk naar buiten: ‘Bikkembergs’, waar de focus terug op sport ligt.

Marina Yee

Yee is de minst bekende van de zes. Ze staat vooral bekend om haar theaterkledij en gerecycleerde creaties. Van afgedankte kledij maakte ze een nieuw kunstwerk. Haar naam hoor je niet vaak vallen in de modewereld. Heel af en toe komt ze met een mini collectie naar buiten. Yee maakte niet alleen textiel voor kleding, maar ook voor interieur. Ze ontwierp verschillende collecties voor Aristide.

Momenteel doceert ze aan de Kunstacademie in Den Haag en Gent.

Wil je nog meer leren over Belgische mode? Deze modemusea zijn de moeite waard om te bezoeken:

-Modemuseum Antwerpen:

Dit museum bevindt zich in de stad waar alles begon. Het museum is al enkele jaren gesloten wegens werken. Normaal gezien zou het modemuseum in het najaar terug moeten openen.

-Modemuseum Hasselt:

Momenteel kan je de tentoonstelling ‘SMUK. Decoratie in de mode: een show-off’ bezoeken. Een expo over de historische en hedendaagse versiertechnieken van haute-couture. Pluimen, bloemen, pailletten en borduurwerk, niets is too much in deze expo.

-Mode & Kant Museum:

Dit Brusselse museum focust op hedendaagse Belgische en vooral Brusselse mode. Ze hebben wisselende tentoonstellingen, de volgende expo: ‘Masculinities' opent 28 augustus. ‘Masculinties’ schetste geschiedenis van de herenmode en de belangrijkste mannelijke ontwerpers, onder andere Walter Van Beirendonck krijgt er een plaatsje.

-MUST- Textielmuseum:

Hier kan je de oude textielfabriek ‘Cambier-Robette’ bezoeken. Je ontdekt er hoe textiel juist gemaakt wordt van grondstof tot stof. Tijdens de rondleiding krijg je meer info over de technische evolutie van de textielsector en zie je de weverij en stoommachine van dichtbij. MUST is ondanks corona nog steeds open.