Glints: “Dankzij debuutalbum 'Choirboy' weet ik wat voor muzikant ik ben"

Glints: “Dankzij debuutalbum 'Choirboy' weet ik wat voor muzikant ik ben"

Vroeger tapte hij nog pinten in café Korsakov tegenover mijn kot in Antwerpen, maar sinds zijn hit ‘Bugatti’ twee jaar geleden de radio’s kaapte, maakt de Antwerpse rapper Glints stilaan deel uit van de grootste beloftes binnen de Belgische muziekindustrie.

Ik ontmoet Jan Maarschalk Lemmens AKA Glints bij zijn platenlabel PIAS in Brussel. Op de kast achter hem pronken zijn hoofd en kenmerkende snor op de ‘Lemonade Money’-flesjes, die zijn gelijknamige single promoten. 6 maart releaset hij zijn debuutalbum ‘Choirboy’ in de AB in Brussel. “Choirboy omvat de emotionele evolutie die ik de afgelopen jaren heb doorgemaakt.”

We hebben een tijd moeten wachten op je debuutalbum ‘Choirboy’, omdat je wou dat het perfect zou worden. Wil dat zeggen dat je nu echt tevreden bent met het resultaat?

Toen ik twee jaar geleden 'Bugatti' uitbracht, kwam alles voor mij even in een stroomversnelling terecht. Ik had toen de optie om elf tracks te maken in diezelfde stijl, maar daar lag mijn interesse niet. Ik wou een album maken met een verhaal en een concrete spanningsboog. Ik wist wat ik wou vertellen. ‘Choirboy’ staat gelijk aan de emotionele evolutie die ik heb doorgemaakt.

De eerste tracks op het album zijn koud en bezitten een zekere darkness, zoals 'Bugatti', bijvoorbeeld. Dat komt omdat ik toen in een mindere periode zat in mijn leven en therapeutisch alles van me afschreef. Ik was net uit elkaar met mijn vriendin, waardoor ik oorspronkelijk aan een soort break-up album werkte.

Daarna komen er warmere, meer organische tracks aan bod. Daar keer ik terug naar de essentie, omdat ik intussen op een onconventionele manier een nieuwe thuis heb opgebouwd samen met mijn vrienden. Dat is een evolutie die mijn debuutalbum nooit had kunnen omvatten, moest ik twee jaar geleden overhaaste beslissingen hebben gemaakt. Het laatste nummer, ‘Greatness’, is dan ook een ode aan de mensen die deze evolutie mede mogelijk hebben gemaakt.

Jouw liefde voor muziek is ontstaan in het kinderkoor, vandaar ook de titel ‘Choirboy’. Hoe ben je dan in de hiphop gerold?

Behalve de grote liefde voor muziek die mijn familie koesterde, was niemand echt met muziek bezig. Als kind ben ik bij het kinderkoor gegaan, en hoewel ik toen nog maar een klein ventje was, is dat heel belangrijk geweest binnen mijn muzikale ontwikkeling. Dat besef ik nu. Ik ben er nochtans buiten gezwierd omdat mijn karakter niet echt binnen het plaatje paste. (lacht)

De liefde voor hiphop en electronica was er altijd al. Vooral de Engelse scene kreeg mijn aandacht. Met name artiesten zoals Burial en Mount Kimbie. Daarnaast luisterde ik vaak naar The Game. Hoewel gangsta rap niet mijn universum is, heb ik er altijd een bepaalde voorliefde voor gehad. Maar ik ben me er bewust van gebleven dat het niet mijn leefwereld is.

(c) Daniil Lavrovski
(c) Daniil Lavrovski

Kanye West zorgde naar mijn gevoel voor een ommezwaai binnen de rapwereld. Hij groeide op binnen een stabiele omgeving in tegenstelling tot vele andere rappers: zijn moeder was professor aan de universiteit. Dat zorgt ervoor dat hij iets minder ‘gangsta’ uit de hoek komt in zijn muziek. Maar wat écht mijn ding is, is rap die over de alledaagse dingen gaat. Zoals bij The Streets.

Ik ben altijd met muziek bezig geweest. Je kent dat wel: gitaar spelen, zingen in bands… Er was altijd wel een projectje aan de gang. Hiphop was de shit voor mij. Ik wilde daar echt mijn ding van maken, maar ik zat in een omgeving waar niemand zich binnen dat genre bewoog. Pas toen ik mensen tegenkwam die me erbij konden helpen om mijn weg te zoeken in het genre, ben ik er effectief ingerold. Nu ik mijn producer Yong Yello in mijn leven heb, zijn we officieel vetrokken. Hij is mijn muzikale zielsverwant.

Je vindt studiowerk soms zelfs leuker dan op een podium staan, heb je een tijd geleden in een interview geclaimd.

Ik heb dat inderdaad ooit gezegd, maar dat is intussen een onmogelijke keuze geworden. Optreden is echt de shit. De grootste gigs die ik heb gespeeld, zijn de Werchters en de Pukkelpoppen van deze wereld. Wanneer 15 000 mensen daar hun shit verliezen op uw muziek, dat is echt gestoord. Anderzijds zijn shows voor een publiek van 15 man ook zalig.

Maar studiowerk daarentegen, blijft iets intiems en speciaals hebben. Ik bedoel, ik ben echt een people person, dus ik houd van de interactie met mijn publiek, maar die zou er in eerste instantie niet zijn als je niet eerst de studio bent ingedoken. Daar ben je uitsluitend bezig met wat je voelt en hoort. In de cocoon zitten die de studio voor mij vormt, is sowieso mijn favoriete ding ter wereld.

Je werkt uitsluitend samen met goede vrienden. Vind je dat belangrijk, dat er onderling ook een hechte connectie is buiten het werk?

Extreem. Ik woon intussen samen met mijn producer Yong Yello, Faisal (DJ), mijn fotograaf Thor Salden, Iljen Put die vaak mijn artwork doet en mijn beste jeugdvriend Fivez in een voormalig halalslachthuis in Antwerpen. Vandaar de naam van ons collectief: Abbatoir Anvers. We zijn een hechte groep. Ik vind het belangrijk dat de mensen waarmee ik samenwerk goede vrienden zijn, omdat ik eerst en vooral niet kan werken met mensen die ik niet moet, en omdat het gewoonweg leuk is om samen te kunnen groeien.

Video's maak ik in samenwerking met Glen Schrijvers. Je creëert gewoonweg een veel coherenter universum wanneer je telkens met dezelfde mensen werkt, en dat is positief wanneer je een controlefreak bent als ik. (lacht) Wat ik doe draait trouwens niet enkel om mezelf, ik zie het echt als een familie-gegeven. Ik wil alles kunnen delen met mijn maten. Zoiets volledig alleen doen, lijkt mij een verschrikkelijk eenzaam bestaan.

Een still uit de clip van 'Lemonade Money', waar oa zijn vrienden Yello (links) en Faisal (rechts) in voorkomen.
Een still uit de clip van 'Lemonade Money', waar oa zijn vrienden Yello (links) en Faisal (rechts) in voorkomen.

Is de balans werk — vrije tijd niet moeilijk nu jullie met z’n allen samenwonen?

Zeker wel. (lacht) Ik ben zo iemand die op zondagavond de film die we aan het kijken zijn op pauze zet en zegt: ‘ik heb een idee!’ Dan denken mijn vrienden echt: duuuuude, het is zondag. Maar ik vind het juist een sterkte dat zoiets mogelijk is. Straks ga ik naar huis, maken we eten en daarna praat ik sowieso nog een uur met één van de gasten over wat we nog willen doen in de toekomst.

Dat is intens, maar daardoor werkt het ook zo goed. Samenwonen creëert een bepaalde energie — wow, nee. Dat klinkt veel te hippie en zo ben ik totaal niet. (lacht) Samenwonen creëert een gevoel dat doorsijpelt in de muziek die we maken, volgens mij.

Jullie wonen samen in Antwerpen. Vormt de stad een grote inspiratiebron voor jou?

Wij zijn allemaal afkomstig uit Antwerpen, behalve Faisal dan, die uit Limburg komt. Yello is een rasechte Antwerpenaar. Uiteraard maakt de stad deel uit van wat we aan het uitbouwen zijn. De stad is een deel van onze identiteit. Ik weet dat er bakken aan talent verscholen zit in Antwerpen, maar er zijn voorlopig nog te weinig platformen ter beschikking binnen onze stad. Ik hoop daar samen met anderen verandering in te kunnen brengen.

“Het hiphopnarratief from rags to riches is niet van toepassing op mij, ik ben niet vanuit de goot naar boven moeten klimmen.”

Not A Rapper Ep. 1, een van de nummers die de final cut niet haalde, gaat erover dat je geen stereotiepe rapper bent. Denk je dat dat een troef is?

Het is vooral iets waar ik me bewust van moet zijn. Het standaard hiphopnarratief ‘from rags to riches’ is niet van toepassing op mij. Ik ben niet vanuit de goot helemaal naar boven moeten klimmen. Dat verandert fundamenteel wie ik ben en wat ik doe.

Mijn grote voorbeelden maken letterlijk nummers over het gaan halen van een Dürüm en hoe ze daar ambras krijgen, of hoe chill het is om samen met uw lief televisie te kijken. De alledaagse dingen. Dat zijn heel andere thema’s dan waar het merendeel van hiphopnummers om draait.

Daarnaast is het ook zo dat veel rappers rappen op instrumentals die ze doorgestuurd krijgen van producers. Ik kies ervoor om zelf deel uit te maken van het creatieproces. Daar komt ook het ‘Choirboy’-gegeven aan bod. Ik heb bij veel tracks een koor ingezongen en mee bepaald waar de violen wat moeten doen.

Op muzikaal vlak ben ik veel meer involved dan de meeste rappers. Of dat nu een nadeel of een voordeel is, weet ik niet. Maar het heeft in elk geval een fundamentele impact op het universum dat Yello en ik proberen te scheppen.

Heb je een favoriet nummer op het album staan?

Jezus, wat een moeilijke vraag. Vaak vind ik de nummers die ik het recentst heb gemaakt, het beste. Ik denk dat ik in dit geval voor de intro en de outro van het album kies: ‘HTTP 404’ en ‘Greatness’. Die twee knopen het verhaal dat de plaat vertelt echt samen. Wanneer je ze naast elkaar legt, zie je duidelijk dat de positiviteit het gehaald heeft van het pessimisme.

Wat mogen we nog van jou verwachten dit jaar?

6 maart kan je het release concert van mijn album bijwonen in de AB in Brussel. Daar heb ik héél veel zin in. Deze zomer ga ik sowieso veel spelen, onder andere op Werchter. Daarnaast stop ik uiteraard nooit met aan mijn muziek te werken. Ik denk dat ik deze keer ook niet meer zo lang ga wachten alvorens ik ermee naar buiten kom. Nu ik heb kunnen uitzoeken wie ik op muzikaal vlak ben, heb ik mijn flow gevonden.

Foto boven: (c) Daniil Lavrovski

26 februari 2020
TessJacobs

'Als de wereld begrijpelijk was, zou er geen kunst bestaan' - Camus

Gerelateerde tips