Literaire schatten in de online collectie van het Letterenhuis

Literaire schatten in de online collectie van het Letterenhuis

Het geheugen van de Vlaamse literatuur bevindt zich in hartje Antwerpen. Het Letterenhuis bewaart sinds 1933 een archief vol originele handschriften, brieven, foto's en andere documenten van Vlaamse auteurs. Een deel van de collectie kan ook online geraadpleegd worden, en vermits de staat van sommige topstukken vaak te teder is om in hun museum te vertonen, is die online database eigenlijk de beste manier om ze te ontdekken.

Een ideale lockdownbezigheid dus, en bovendien leer je terloops ook nog iets bij over de Vlaamse literatuur. Double win!

De afbeeldingen in dit artikel zijn eigendom van Collectie Stad Antwerpen, Letterenhuis.

Paul van Ostaijen: poëzie met vele gezichten

Paul van Ostaijen is zowat de meest tot de verbeelding sprekende dichter in ons taallandschap. De gedichten uit zijn eerste bundels Music-Hall (1916) en Het Sienjaal (1918) zijn eerder traditioneel van aard, er spreekt een gemeenschapsgevoel en een pacifistische boodschap uit.

In 1918 vlucht de dichter naar Berlijn, en ook zijn poëzie verandert. In zijn Berlijnse periode schrijft hij twee bundels: Bezette Stad (1921) en De Feesten van Angst en Pijn (1921). Bezette Stad bevat van Ostaijnens meest iconische gedichten, mede door de ritmische typografie. Het archief van het Letterenhuis biedt een interessante kijk op de ontstaansgeschiedenis van deze bundel.

Paul van Ostaijen Bezette Stad

In het gedicht Zeppelin experimenteert van Ostaijen met de illustratieve vormgeving (naar het voorbeeld van de Franse dichter Apollinaire). De uiteindelijke versie (rechts) ziet er toch anders uit dan het kladexemplaar. Rechts zie je hoe het woord ‘zeppelin’ vormgegeven is als een zeppelin, terwijl dat links niet het geval is.

Een verklaring hiervoor kan zijn dat van Ostaijen eigenlijk geen grote fan was van zo'n illustratieve vormgeving, hij paste het toch toe op aanraden van Floris Jespers, een bevriend schilder.

Paul van Ostaijen Zeppelin

Paul van Ostaijen zelf was meer gewonnen voor de expressieve typografie, het opladen van de woordvorm met een expressieve betekenis. Zo is het ook duidelijk dat de versie van Boem Paukeslag (een onderdeel van het gedicht Music Hall – niet te verwarren met zijn gelijknamige eerste bundel) in het handschrift dichter bij het origineel ligt.

Paul van Ostaijen Boem Paukeslag

Naast Bezette Stad werkte van Ostaijen dus ook aan De Feesten van Angst en Pijn in zijn Berlijnse periode. In deze gedichtenreeks maakt het geloof in de gemeenschap uit de eerste bundels plaats voor wanhoop, ontreddering en onversneden nihilisme.

Ik kan geen postzegels meer verzamelen / ik kan geen vrouwefoto’s verzamelen / ik kan geen amourettes kollektioneren / en geen wijsheid / ik kan niets meer / ik kan niets meer. Zo klinken de niet mis te verstane donkere openingsregels van Vers 6, waarvan een uniek handschriftexemplaar bewaard gebleven is in de collectie van het Letterenhuis.

Paul Van Ostaijen Vers 6

Er zijn ook heel wat handschriften van de latere poëzie van Paul van Ostaijen in de online database terug te vinden. De gedichten uit deze periode bewijzen dat de poëzie van PVO vele gezichten heeft, de toon is helemaal anders die uit de eerste bundels en de Berlijnse jaren.

Wat vooral centraal staat zijn de experimenten met muzikaliteit, ditmaal door het woordgebruik, en niet de vormgeving. Dat is in Boere-charleston niet anders. De charleston was een populaire swingdans, en ook de blaasinstrumenten bugel en basson (Frans voor fagot) worden vermeld. Maar de muzikaliteit zit vooral in het klankenspel en het ritme: het lezen van het gedicht is een feest op zich.

Paul van Ostaijen Boere charleston

Het moeizaam begin van De Leeuw van Vlaanderen

Alle begin is moeilijk. Zelfs de eerste regels van wat waarschijnlijk het bekendste boek uit de Vlaamse literatuurgeschiedenis is, De Leeuw van Vlaanderen (1838). Het is de roman waarvoor auteur Hendrik Conscience de titel “de man die zijn volk leerde lezen” kreeg. Maar oh boy, wat zwoegde Conscience met die eerste regels van het boek. Dat kan je afleiden uit de onderstaande kladversie, daterend uit 1839.

Conscience De Leeuw van Vlaanderen

De Leeuw van Vlaanderen is een historische roman, maar aan alles merk je dat Conscience een romanticus en geen historicus is. Zijn oorspronkelijke aanzet is eerder historisch en eigenlijk ook vrij saai: In den jare dertien honderd renden een tiental ridderen door de sloten van etc.

Dit schrapt hij onverbiddelijk om uiteindelijk te gaan voor dat beroemde romantisch begin: De rooden morgenzon blonk twijfelachtig in het Oosten, en was nog met een kleed van nachtwolken omgeven, terwijl haar zevenkleurig beeld zich in elken dauwdruppel wederspiegelde.

Wat een verdomd prachtige zin, genieten.

Jotie T'Hooft: lijdende eenhoorn

Een macaber archiefstuk, maar Jotie T’Hooft staat bekend als de minnaar van de dood, de treurige prins van de Vlaamse neoromantiek, en dus is een doodsprentje hier wel enigszins op zijn plaats. Op het prentje prijkt een gedicht uit Junkievedriet, een bundel die gepubliceerd werd toen Jotie twintig was en door de existentiële thematiek nog steeds veel weerklank vindt bij jongeren. De eenhoorn is een mythisch figuur, symbool voor de lijdende kunstenaar/jongere die niet kan gedijen in een banale samenleving.

Jotie Thooft Eenhoorn

Zelf op zoek gaan naar leuke archiefstukken? Dat kan via de website van Het Letterenhuis.

Naast de website vallen er ook heel wat pareltjes te ontdekken op hun Instagrampagina.

Wannes Van de Velde: cartooneske zanger

Wannes Van de Velde is vooral bekend als de volkszanger de zich met zijn evergeen 'Ik Wil Deze Nacht In De Straten Verdwalen' in het collectieve geheugen genesteld heeft. De Antwerpenaar – die ook een opleiding Beeldende Kunst genoten heeft – maakte echter ook geestige cartoons, zoals deze:

Briefwisseling op... toiletpapier

Hebben je ouders de afgelopen week hopen toiletpapier gehamsterd? Geef hen allereerst een draai om de oren. Hamsteren is namelijk nergens voor nodig, er is genoeg voorraad in de supermarkten en het zet onnodige druk op het personeel.

Dat terzijde kan deze correspondentie op toiletpapier tussen Paul Snoek en Gust Gils (twee oprichters van het avant-gardetijdschrift Gard Sivik uit de jaren 1950) misschien inspirerend werken voor wie thuis toch een overtollige voorraad staan heeft.

De inhoud van de brief werkt op de lachspieren: “Beste Gust, Ge zult er natuurlijk mee lachen, maar ik heb geen ander papier voorradig zodat ik het met dit papier moet doen. Ik gebruik het slechts langs een zijde, de andere laat ik voor uw gebruik over en dat van uwe zo siempatieke familie.”

19 maart 2020