Hoe de tachtigers de Belgische theaterwereld op z'n kop zetten

Hoe de tachtigers de Belgische theaterwereld op z'n kop zetten

De jaren ’80 of beter gezegd de eighties vormde een periode van grote verandering. Zowel voor de wereldwijde economie als voor het theater in ons klein Belgenlandje. Er ontstond een New Wave in de theaterwereld, dankzij grote namen als Jan Fabre, Anne Teresa De Keersmaeker en Wim Vandekeybus.

Deze pioniers veranderen de betekenis van het lichaam in theater. Hun invloeden haalden ze uit de performance art die zich focust op tijd, beweging, ruimte, het lichaam en geluid. In deze kunstvorm staat vaak het lichaam en het geheugen van de artiest centraal. Het hier en nu is wat het belangrijkst is. Kijk hierbij bijvoorbeeld naar de performance Relation in Space van Marina Abramovic en haar toenmalige partner Ulay.

Performance art draait vooral rond het opzoeken van grenzen. In het geval van Abramovic was dat meestal het opzoeken van pijn en fysiek uithoudingsvermogen. Wat hierin ook vernieuwend was, is dat de kijker niet uitsluitend een passieve rol heeft, maar in sommige performances wordt uitgedaagd om deel te nemen. Al vallen performances absoluut niet over dezelfde kam te scheren: onder deze noemer valt een grote variëteit aan werken vanuit verschillende inzichten.

Daarnaast gaat performance art op zoek naar de grens van banaliteit in het theater. Een choreografie moet niet per se technisch hoogstaand of gecompliceerd meer zijn, maar kan gaan om een simpele handeling die herhaald wordt. Deze invloeden zijn te herkennen in het werk van de tachtigers.

Jan Fabre

Fabre is schrijver, theatermaker, choreograaf en beeldend kunstenaar. Je kent hem misschien van zijn theatermarathon Mount Olympus of door het plafond van ons Koninklijk paleis dat hij met groene kevers beplakte.

Hij zette in 1982 de theaterwereld op zijn kop met This is theatre like it was expected and foreseen. Hierin herken je duidelijk de invloeden van performance art: repetitieve handelingen, het (naakte) menselijk lichaam, het onderzoeken van pijn (door aan de haren te trekken). Iets heel anders dan een repertoirestuk, toch?

Wim Vandekeybus

Vandekeybus is choreograaf, fotograaf en regisseur. Hij liet in 1987 de danswereld daveren, samen met zijn dansgezelschap Ultima Vez met het stuk What the body does not remember. Dat deed hij in samenwerking met componisten Peter Vermeersch en Thierry de Mey.

Het stuk vormt één grote confrontatie. Alles draait rond aantrekken en afstoten, dat resulteert in een confrontaties met agressie en angst. Vandekeybus maakte dit stuk omdat hij het ‘doen alsof’ in theater en dans beu was. Hij wilde echte emoties en fysieke kracht laten zien.

Jan Lauwers

Lauwers is thuis in theater, dans, literatuur, performance en kunst. In zijn werken De demonstratie en de locatievoorstelling De achtergrond van een verhaal portretteerde Lauwers in de vroege jaren tachtig bewoners in een flatgebouw. In 1986 richtte hij samen met Grace Ellen Barkley hun danscompagnie Needcompany op. In de late jaren tachtig maakten ze de performances Need to know en Ça va. Hierin schepte hij zijn eigen verhaal uit bestaand materiaal van schrijvers als Canetti, Pinter, Chekhov en Hemingway.

Doordat hij Beeldende Kunst studeerde, hadden Arte Povera (een hedendaagse kunst beweging) en conceptuele artiesten een grote invloed op zijn theatraal werk. Met zijn theater wilt hij vragen stellen over menselijk gedrag en de manier waarop de wereld werkt. Zo vormde het flatgebouw volgens hem een microkosmos waarin de toeschouwer verschillende variaties op dit 'menselijk gedrag kon waarnemen’.

Anne Teresa De Keersmaeker

Nadat De Keersmaeker dans studeerde in Brussel en New York, creëerde ze haar eerste werk Asch in 1980. Drie jaar later richtte ze haar danscompagnie Rosas op, en creëerde ze één van haar bekendste werken: Rosas danst Rosas. Samen met haar compagnie onderzoekt ze de relatie tussen dans en muziek uit verschillende periodes. Daarnaast laat ze zich onder andere inspireren door geometrie, numerieke patronen en het lichaam in tijd en ruimte.

Rosas danst Rosas is tot op de dag van vandaag een mijpaal in de postmoderne dans. Geabstraheerde dagdagelijkse bewegingen worden op een repetitieve manier uitgevoerd op een stoel. Door het repetitieve karakter van het stuk, geeft de fysieke uitputting een extra dimensie. Vier vrouwen dansen zichelf, opnieuw en opnieuw. Peter Vermeersch en Thierry De Mey creëerden de muziek gelijktijdig met het stuk.

Zo, nu heb je een idee hoe de jaren tachtig een switch maakten in onze belgische theaterwereld!